
‘We zullen wel in de hemel komen’
ReligieSint-Oedenrode – Van achter de Calvarieberg op het kerkhof van de Martinuskerk klinken brommende mannenstemmen. Het zijn de gebroeders Verbakel, Jo en André. Ze buurten niet alleen, ze werken ook flink door. Dat is een van de kenmerken van de Nijnselse familie. Samen geven de broers de bedevaartsplek een opknapbeurt. Dat is wel nodig na vijftien jaar.
Door: Jeroen van de Sande
André had vroeger een stukadoorsbedrijf. Dat is wel te zien. Zijn polsbewegingen zijn nog steeds soepel. Zijn verdere lichaamsbewegingen wat minder, maar dat mag ook wel als je in de zeventig bent. Daarbij is de Calvarieberg niet bepaald recht. “Alles is scheef, ik kan bijna niet staan. Het gaat niet meer zo soepel”, roept André terwijl hij balans probeert te houden. Tussendoor smeert hij de ene na de andere dikke laag op de plekken die inmiddels te dun zijn. Jo: “Vandaag doen we twaalf zakken. Dan is het weer mooi geweest. Het is pittig werk!”
Jo en André zijn vrijwilligers bij het Land van Kien. Daar klussen ze veel en ze beleven er plezier aan. Theo Jansen vroeg ze vanuit de parochie om de berg onder handen te nemen. Dat wilden de broers graag doen. André: “Ik heb de Lourdes-grot in Mariahout al eens opgeknapt en de kleine staties met beelden in het parochiepark in Nijnsel.” “We zullen wel in de hemel komen”, grapt Jo. Goedgemutst werken ze verder. Jo prepareert de specie en André blijft maar smeren. De komende maanden nemen ze de tijd om de berg helemaal op te knappen. Die tijd hebben ze wel nodig, want ze doen niet alles in één keer. “Het weer moet wel goed zijn natuurlijk, dan kan het snel drogen”, geeft Jo aan.
André is duidelijk van de lange halen. Hij smeert het ene gat na het andere dicht. En dat met een truifel en zijn blote handen, die inmiddels helemaal onder zitten. Ook typisch Verbakel? “Nee hoor”, roept Jo en hij steekt twee gele handschoenen de lucht in. Maar hij is ook alweer snel weg om de volgende zak te pakken. Nog drie te gaan…














