
Altijd een reden om op pad te gaan
Human InterestSint-Oedenrode - Wie bij Jan Bosch (83) binnenstapt, hoeft niet lang te zoeken naar de verhalen uit zijn leven. Ze liggen overal om hem heen. Wandelkaarten, zorgvuldig bijgehouden aantekeningen, herinneringen aan bergtochten en spullen die hij onderweg verzamelde. Jan bewaart veel. Niet alleen omdat het mooie herinneringen zijn, maar ook omdat hij graag terugkijkt op de plekken waar hij is geweest. En nog liever kijkt hij vooruit. Want als het aan hem ligt, wacht er nog altijd een volgend avontuur.
Door: Caroline van der Linden
Jan werd in 1943 geboren in Dinther, in een gezin met zes kinderen. Twee zussen en vier broers. Inmiddels zijn drie van hen nog in leven. Toen Jan nog jong was, verhuisde het gezin naar Schijndel. Ze woonden onder meer aan de Hoevenbraakstraat, de Kerkendijk en de Wilhelminalaan. Het was een gewone jeugd, maar wel een waarin hard werd gewerkt.
Zijn vader werkte bij kousenfabriek De Wit en was daarnaast kantinebeheerder bij voetbalclub Schijndel. Daar werd onder meer erwtensoep gemaakt en verkocht om wat extra geld te verdienen. Zijn moeder kon volgens Jan geweldig koken. Zelf begon hij op zijn zestiende met werken bij Janssen de Wit, waar zijn technische inzicht al snel van pas kwam. „Ik mocht daar van alles doen, tot aan de directie toe.” Hij hield zich bezig met het verbeteren van machines en wist met zijn technische kennis oplossingen te bedenken waar het bedrijf iets aan had. Tegelijkertijd volgde hij de lerarenopleiding in Eindhoven. Na zijn werk stapte hij in de bus. Een combinatie van werken en leren die veel van hem vroeg, maar hem uiteindelijk een andere richting in zijn leven bracht. Hij kwam in het onderwijs terecht en werkte op verschillende plekken, onder meer in Den Bosch en Eindhoven. Uiteindelijk vertrok hij naar Oosterhout, waar hij lange tijd lesgaf. Technisch tekenen, theorie en praktijk; Jan had meerdere bevoegdheden. Ook daar bleef hij niet alleen met zijn vak bezig. Sport liep er als een rode draad doorheen.
Voetbal, tennis, hardlopen, wandelen, wielrennen, mountainbiken en natuurlijk bergbeklimmen. „Mijn leven bestaat eigenlijk uit sport. Het liefst in de natuur”, zegt hij bevlogen. De combinatie van bewegen en buiten zijn is wat hem altijd is blijven trekken. Bij het bergbeklimmen kwam ook zijn vrouw vaak in beeld. Samen waren ze veel in Spanje, soms wel een halfjaar. De bergen werden een plek waar ze samen mooie herinneringen maakten. Toen zij ongeveer twaalf jaar geleden overleed, kreeg het landschap een heel andere betekenis. Op zijn 73e trok Jan alleen de Spaanse bergen in. Veertien dagen lang. Hij nam de as van zijn vrouw mee en liet die achter op bergtoppen waar zij samen waren geweest. Dertien dagen zwierf hij door de bergen, vrijwel zonder iemand tegen te komen.
„Ik was alleen op de wereld.” Toch was het geen eenzame tocht”, vertelt Jan. “Ik zag bloemen die ik nog nooit eerder had gezien en beleefde de bergen op een manier die me diep raakte. Het was voor mij een bijzondere manier om het verlies van mijn vrouw een plek te geven.” Dat Jan niets zomaar aan het toeval overlaat, blijkt ook uit zijn wandelboeken. Hij schrijft zijn routes op, noteert afstanden en tijden en zoekt vooraf uit waar hij naartoe wil. Een tocht van dertig kilometer door de bergen met een rugzak van twaalf kilo is voor hem geen reden om thuis te blijven. Zijn liefde voor de bergen begon al lang geleden. Zo kocht hij ongeveer 47 jaar geleden in Italië een mountainbike, in een tijd dat mountainbiken in Europa nog nauwelijks bekend was. Hij fietste ermee naar bergweiden en berghutten en nam de fiets soms gewoon mee over wandelpaden omhoog. Zo’n vijftien jaar hield hij dat vol. Later stapte hij over op de racefiets en maakte hij lange tochten door Spanje, Oostenrijk en Frankrijk. Honderd kilometer fietsen met stevige klimmetjes? Jan draaide er zijn hand niet voor om.
Toch werd wandelen uiteindelijk zijn grote liefde. Vooral omdat hij graag plekken opzoekt waar bijna niemand komt. Ook in Nederland. „Als er verboden toegang staat, wil ik weten waarom”, zegt Jan. De nieuwsgierigheid van de avonturier is blijkbaar nooit verdwenen. Diezelfde nieuwsgierigheid bracht hem naar bijzondere plekken. Een paar jaar geleden ging hij nog met zijn vriendin naar Oostenrijk, naar Nassereith. Een plek waar hij in 1967 al eens was geweest. Nostalgie speelde mee, maar eenmaal daar was het vooral weer de berg die trok. Hij beklom een top van 2493 meter. Ook met zijn ouders deelde Jan ooit zijn liefde voor de bergen. Rond 1970 nam hij hen mee naar een berghut op 2050 meter hoogte. Jan had de sleutel. Zijn vader droeg hout mee naar boven, er was eten en drinken en zelfs een gitaar. Het zijn van die herinneringen die steeds weer boven komen drijven wanneer Jan over de bergen vertelt.
En er zijn nog altijd bergen waar hij graag naartoe wil. Italië bijvoorbeeld. Een bepaalde zware route staat nog op zijn verlanglijstje. Hij vertelt enthousiast over een tocht vanuit Molveno waarbij hij om vijf uur ‘s morgens in het donker vertrok en pas rond zes uur ‘s avonds bij een hut aankwam. Met steile wanden, kabels en stukken waar je goed moest weten wat je deed. Jan pakt de kaart erbij waarop hij de route afgetekend heeft. „Dat was eigenlijk niet normaal”, zegt hij lachend. “Maar dat maakte het juist mooi.” Tussen alle verhalen over bergen en sport ligt ook nog een heel ander bijzonder hoofdstuk uit zijn leven: PSV. Via contacten in het voetbal kwam Jan terecht bij de post die voor spelers binnenkwam. In de tijd van onder anderen Romário kwamen er enorme hoeveelheden brieven uit de hele wereld. „Wel dertigduizend, soms met hartjes en poezieplaatjes” Jan mocht ze bekijken en hielp mee om handtekeningen en foto’s te regelen. Hij bewaarde bijzondere enveloppen en postzegels uit landen als Costa Rica, Chili en Venezuela. Ook daarvan liggen de herinneringen nog gewoon bij hem thuis. Jan woont inmiddels al bijna dertig jaar in Boskant. Hij voelt zich er thuis en wil zijn vrijheid niet kwijt. “De ruimte om me heen vind ik belangrijk”, zegt hij.
Zijn leven is niet altijd vanzelfsprekend geweest. Hij heeft meerdere keren flinke gezondheidsproblemen en ongelukken overleefd. Maar ook daar blijft hij opvallend nuchter onder. Hij kijkt liever naar wat nog wél kan. Het tempo is inmiddels wel wat lager geworden. De wandelingen zijn minder lang en hij weet dat zijn mogelijkheden beperkter zijn dan vroeger. Maar de plannen zijn er nog. In de winter wil hij het liefst naar Spanje en legt meteen uit waar hij naartoe wil. “Van Altea richting Benidorm, maar dan natuurlijk niet gewoon langs de weg”, zegt hij lachend.
En zo blijft hij onderweg.
Misschien is dat wel de mooiste manier om Jan Bosch te typeren. Een man van 83 die terug kan kijken op een leven vol sport, natuur, bergen, werk en bijzondere ontmoetingen, maar die vooral nog niet klaar is met ontdekken. ”Geniet van het leven”, zegt hij. “Het leven is maar kort.”
En dus kijkt hij alweer vooruit. Naar Spanje. Naar de bergen. Naar die ene tocht die hij nog graag wil maken. Want zolang er ergens een weg loopt dat hij nog niet kent, is er voor hem altijd een reden om op pad te gaan.
















