
Een schatkamer van Brabantse dracht
HistorieSint-Oedenrode - In het Sint Paulusgasthuis zit een bijzondere schatkamer verscholen: het Museum van Brabantse Mutsen en Poffers. Geen stoffige vitrines, maar een levende collectie vol verhalen. Voor het vervolg op het jubileumverhaal van de Sint Paulusgasthuisjes én dit museum spraken we met twee vaste krachten, Gerdien van den Brand en Ria van Laarhoven, twee vrouwen die met zachte hand en scherpe ogen het erfgoed van Rooise hoofdtooi bewaren.
Door: Nienke Habraken
Wie het museum binnenstapt, ziet meteen hoe verfijnd het vakmanschap is. Dagmutsen voor alledag, mutsen van kant en de feestelijke poffers met linten en borduursels: elk stuk vertelt iets over wie het droeg en wanneer. Ria legt uit hoe de poffer groeide met de welvaart: “Naarmate boerengezinnen het beter kregen, werd de poffer rijker en groter. ‘Wie het breed heeft, laat het breed hangen’ gold ook op zondag naar de kerk.” Met de komst van de fiets werd zo’n imposante hoofdtooi minder praktisch en raakte hij uit het straatbeeld. Juist daarom bewaart het museum die verhalen zorgvuldig. Het museum leeft omdat mensen blijven brengen. “Wekelijks staat er iemand met een doos aan de balie,” zegt Gerdien. “Een muts van oma, een foto, een kaartje met een naam. Alles helpt om de herkomst te achterhalen.” Die herkomst is belangrijk: van welk dorp, welke familie, wie maakte de muts? Zo groeit niet alleen de collectie, maar ook de kennis eromheen. Achter de schermen zorgt Willem voor wisselende opstellingen en minutieuze beschrijvingen. Bij elk stuk hoort een kaartje, vaak met nieuwe details die hij opduikelt. Het resultaat: een doorlopende speurtocht, waardoor bezoekers bij elk bezoek weer iets nieuws zien. De hoofdtooi is eeuwenoud ambacht en kwetsbaar. Daarom zijn vitrines en belichting aangepast aan textielbehoud. “We willen dat iedereen het kan zien, maar óók dat het bewaard blijft voor later,” zegt Ria. De expertise uit Rooi wordt breed herkend. Musea en heemkundekringen kloppen geregeld aan voor informatie of bruiklenen. Het Museum van Brabantse Mutsen en Poffers fungeert daarmee als vraagbaak voor Brabantse dracht.
Het mooie aan dit museum: je hebt geen voorkennis nodig. Gerdien en Ria zien het liefst dat bezoekers gewoon binnenlopen, vragen stellen en zich laten verrassen. De gidsen nemen ze mee en voorzien bezoekers van informatie. Kinderen reageren vaak het meest onbevangen. “Projecten als Overgisteren of Koster Brock,” vertelt Gerdien. “Ze duiken vol enthousiasme de geschiedenis in.”
Ter ere van 50 jaar Roois Gasthuisje en het Museum van Brabantse Mutsen en Poffers is het museum van 22 tot 28 september gratis te bezoeken.














