Jan Kemps
Jan Kemps Foto: Kim Vulders Fotografie
Column

Waarom de meeste blessures niet tijdens de wedstrijd ontstaan, maar ervoor

Column

Sint-Oedenrode - De competities zijn weer begonnen. Half oktober loopt de Marathon Eindhoven. Overal zie je mensen die na de zomer weer vol gas willen.

Mooi, maar precies dan zien we de meeste blessures in onze praktijk binnenkomen. Niet tijdens de wedstrijd. Ervoor. In de weken van “ik pak het gewoon weer op waar ik gebleven was.”

Het patroon is elk jaar hetzelfde: na een rustige zomer meteen vol meedoen, of extra hard om een achterstand in te halen. Na een paar weken dan: een hamstring die vastloopt, een knie die zeurt, een kuit die “ineens” blokkeert. “Ineens” is het verkeerde woord. Het lichaam geeft vaak al vooraf signalen die genegeerd worden, zoals een kuit die niet meer lekker aanvoelt.

De valkuil: je gevoel van fitheid komt sneller terug dan je pezen en spieren aankunnen. Hart en longen passen zich razendsnel aan, bindweefsel heeft meer tijd nodig. Dat verschil in tempo is waar de meeste overbelastingsblessures ontstaan.

Niet elke pijn is dus hetzelfde. Lichte spierstijfheid die na het warmlopen wegtrekt, is normaal. Pijn die blijft, verergert, of de dag erna nog merkbaar is: dat vraagt aandacht. De oplossing klinkt saai maar werkt: bouw op in kleine stappen, wissel belasting af met herstel, en leer het verschil tussen die twee signalen kennen.

Dat remt je ambitie niet. Het is juist de manier om die vol te houden, tot de finish in Eindhoven. Dus voordat je deze week volledig instapt: vraag jezelf niet af hoe snel je terug bent, maar hoe je daar blijft.