
50 jaar vrijwilligerswerk: “Je kunt meer dan je denkt”
Human InterestSint-Oedenrode - Hij zegt het bijna verontschuldigend. “Maak er geen lofverhaal van.” Want als er iets is wat Wim van Meijl niet wil, dan is het een portret waarin híj centraal staat. Het moet gaan over wat mensen zelf kunnen doen. Over verantwoordelijkheid nemen. Over verbinden. Over het simpele maar krachtige idee dat je meer kunt dan je denkt.
Door: Caroline van der Linden
En toch: wie vijftig jaar vrijwilligerswerk op zijn naam heeft staan, ontkomt er niet aan om even stil te staan bij die inzet. Niet om hem op een voetstuk te zetten, maar om te begrijpen waar die drive vandaan komt en wat die voor Rooi heeft betekend.
Een jeugd waarin het al begon
Wim werd geboren op 5 december 1949 in Gastel, vlak bij Budel, in een gezin met acht kinderen. “Daar leer je vanzelf verantwoordelijkheid nemen,” zegt hij nuchter. Zijn vader was actief in het verenigingsleven en gaf zijn kinderen één duidelijke boodschap mee: als je iets kunt betekenen voor een ander, dan dóe je dat. Het is een les die in het gezin geworteld is. Vier van de acht kinderen ontvingen een koninklijke onderscheiding.
Wim zelf werd in 2013 onderscheiden met Lid in de Orde van Oranje Nassau voor zijn maatschappelijke inzet. Hij noemt het een eer, maar zegt daarbij dat het vooral iets zegt over de mensen om hem heen. “Je doet het nooit alleen.” Na de middelbare school volgde hij de Sociale Academie in Eindhoven en studeerde in 1973 af. Hij werkte als maatschappelijk werker en groeide door naar leidinggevende functies in de zorg. In 1988 werd hij in Schijndel directeur van de verzorgingshuizen Huize Lidwina en Mgr. Bekkershuis en vanaf 2000 ook van het verpleeghuis St. Barbara. Tot zijn pensioen in 2013 gaf hij leiding in de ouderenzorg. Maar wie denkt dat zijn betrokkenheid daar begon, heeft het mis.
Vrijwilliger sinds 1969
Al vanaf 1969, na zijn periode in een internaat (kostschool), was Wim actief als vrijwilliger. Bij voetbalclubs, jeugdwerk, maatschappelijke organisaties, schoolbesturen, ouderenverenigingen, werkgroepen, adviesraden; de lijst is lang. Te lang om volledig op te sommen. “Het zijn functies, maar wat telt is wat je ermee doet.” Bij voetbalvereniging Rhode was hij onder meer voorzitter, vicevoorzitter, gastheer en mede-organisator van Beach Soccer/Rooi Live. Hij hielp jubilea organiseren, coördineerde vrijwilligers en stond klaar wanneer dat nodig was. Niet om te sturen, zegt hij, maar om mensen bij elkaar te brengen. “Als de neuzen dezelfde kant op staan, gebeurt er iets. Dan wordt een club een gemeenschap.” Dat woord, gemeenschap, valt vaak in het gesprek. Net als ‘verbinding’.
Verbinding in de buurt
Een kantelpunt in Rooi kwam in 2014. Een buurman overleed. Wim was een van de weinigen uit de buurt die bij de uitvaart aanwezig was. “Dat raakte me. We wonen vlak bij elkaar, maar kenden elkaar niet.” In 2015 organiseerde hij daarom de eerste Burendag. Met hulp van onder meer het Oranje Fonds, dat initiatieven voor verbinding ondersteunt. Het begon klein. Koffie, een praatje, elkaar leren kennen. Toen tijdens de coronaperiode opnieuw een buurman overleed, stonden er dertig mensen uit de straat te klappen op het pleintje. De verbinding was er. Mensen wisten elkaar te vinden. Er kwam een buurtbankje. Nieuwe bewoners namen het stokje over en brachten hun eigen ideeën in. “Dat is het mooiste,” zegt Wim. “Dat het niet van mij blijft.”
De Groene Long: ruimte voor ontmoeting
Een ander initiatief waar hij bij betrokken is, is De Groene Long, een ontmoetingsplek in de wijk Kienehoef waar inwoners samenkomen voor koffie, informatie en activiteiten. Er werden subsidies aangevraagd, plannen geschreven, vrijwilligers geworven. Inmiddels is er een gezellig ingerichte ruimte waar ontmoeting centraal staat. Maar het gaat Wim niet om het gebouw, het gaat om wat daar gebeurt. Onder meer gratis koffie op donderdagochtend, zodat de drempel laag is.
Voorbereid ouder worden
Wim zette zich de afgelopen jaren ook in voor informatieavonden over digitale fraude, waar honderd mensen op afkwamen. Een vitaliteitsdag over gezond ouder worden. Een verkeersmarkt voor senioren. Op de planning staan nog bijeenkomsten over “Praat vandaag over morgen”, over hoe je wilt wonen en leven als je ouder wordt. “Bereid je voor,” zegt hij. “Zorg is niet vanzelfsprekend. Denk na. Wat kun je zelf? Wat kun je samen?” Hij ziet hoe mensen worstelen met regels, toeslagen, armoede, digitale oplichting. Hoe schaamte hen tegenhoudt om hulp te vragen. Zijn inzet is erop gericht barrières weg te nemen. Informatie begrijpelijk maken. Mensen bij elkaar brengen. “Als je weet waar je recht op hebt en waar je moet zijn, kom je minder snel in de problemen.”
Als iedereen iets doet wordt het samen beter
Wie hem vraagt waarom hij zich al zo lang voor anderen inzet, krijgt geen heroïsch verhaal. Hij noemt het logisch. “Als iedereen iets doet voor een ander, wordt het samen beter.” Hij ziet ook de terughoudendheid. Mensen denken dat ze het niet kunnen. Dat het te veel tijd kost. Dat een ander het wel oppakt. “Maar uit jezelf komt het niet altijd. Soms moet iemand je persoonlijk vragen.” Daar ligt volgens hem een sleutel: mensen aanspreken, betrekken, vertrouwen geven. Niet alles zelf doen, maar faciliteren. Ruimte maken zodat anderen kunnen groeien. Hij geniet zichtbaar wanneer hij vertelt hoe jongeren in de buurt nieuwe plannen oppakken, zoals het realiseren van een insectenhotel. Of hoe senioren zelf activiteiten organiseren. “Je moet het samen doen. En als je het samen doet, krijg je er energie van.”
Wat levert het op?
De vraag wat al die inzet hem persoonlijk heeft gebracht, beantwoordt hij bedachtzaam. “Voldoening. En energie.” Hij vertelt over kampioenschappen bij Rhode, over vrijwilligers die enthousiast raken, over ouderen die na een informatieavond opgelucht naar huis gaan. Over buurtgenoten die elkaar helpen. Over iemand die dankzij een bijeenkomst over verkeersveiligheid weer met vertrouwen de weg op gaat. Dat zijn geen grote gebaren, het zijn kleine verschuivingen, maar bij elkaar maken ze een verschil. “Het zit al in kleine dingen,” zegt hij. “Een kop koffie. Een gesprek. Een duwtje in de rug.”
Vijftig jaar en verder
Wim is inmiddels 76 jaar. Officieel met pensioen, maar in praktijk actiever dan ooit. Hij is nog altijd betrokken bij seniorenactiviteiten, bij Rhode, bij overlegorganen en bij nieuwe plannen in de wijk. Niet omdat het moet, maar omdat hij gelooft dat stilzitten geen optie is als je iets kunt bijdragen. Toch klinkt er geen belerende toon of opgeheven vinger. Zijn boodschap is eenvoudig: kijk wat je zelf kunt doen. Begin klein. Wacht niet tot een ander het oplost. “Het is zo makkelijk om het af te schuiven,” zegt hij. “Maar pak het zelf eens op. Je kunt meer dan je denkt.”
Misschien is dát wel de kern van vijftig jaar vrijwilligerswerk. Niet zijn indrukwekkende functies of lange lijsten met activiteiten, maar Wims vermogen om anderen in beweging te krijgen. Om te laten zien dat betrokkenheid geen groot podium nodig heeft. Een buurtbankje kan al genoeg zijn.
En wie Wim vraagt wat hij hoopt dat dit artikel oplevert, krijgt waarschijnlijk hetzelfde antwoord: dat iemand na het lezen denkt: “Misschien kan ik ook iets doen.”
Dat zou voor hem de mooiste beloning zijn.















