
Onder het noorderlicht tot het uiterste
Human InterestSint-Oedenrode - In een verre uithoek in het noorden van Noorwegen, 350 kilometer boven de poolcirkel, waar de zon zich rond deze tijd niet laat zien, stond de twintigjarige Rooienaar Guus van der Linden op zaterdag 3 januari aan de start van een marathon die maar weinig mensen aandurven. De grootste wintermarathon van Noorwegen. Met min acht graden, de lucht donkerblauw en de sneeuw krakend onder zijn schoenen. Op zijn hoofd een lamp, aan zijn schoenen spikes. Om hem heen: bergen, fjorden en duisternis. En duizenden kilometers verderop, zijn familie die hem elke stap volgde.
Door: Jeroen van de Sande
Guus liep de Polar Night Marathon in Tromsø, een tocht van 42,195 kilometer door sneeuw en ijs, met 500 hoogtemeters, volledig in de poolnacht. De jongste deelnemer ooit die bij deze marathon de finish bereikte.
Een idee dat niet meer losliet
Guus loopt nog geen twee jaar hard wanneer hij eind november stuit op beelden van de Polar Night Marathon. Hij heeft al meerdere halve marathons gelopen en één hele in Eindhoven, maar dit is iets totaal anders. Rennen in het donker, op sneeuw, in extreme kou. Hij had er nog nooit van gehoord en juist dat sprak hem aan.
“Het was iets onbekends,” vertelt Guus. “Ik wist echt niet of het zou lukken. En dat vind ik juist mooi. Het is niet mijn doel om een hele goede hardloper te worden. Ik zie het als een middel om mentaal sterker te worden. Door dit soort moeilijke dingen te doen, denk ik dat andere dingen gemakkelijker worden”, legt hij uit. Guus besluit er dan ook voor te gaan. Een week later schrijft hij zich in. De uitdaging is te groot om te laten liggen.
De weg ernaartoe
Wat volgt is een intensieve voorbereiding in korte tijd. Guus verhoogt zijn trainingsomvang fors. Hij weet dat hij niet alles kan simuleren. Hij heeft nooit in de sneeuw gelopen, nooit met spikes, nooit bij zulke temperaturen en nooit met zoveel hoogtemeters.
Ook zijn uitrusting is nieuw terrein. Geen korte broek en shirt, maar thermokleding, een lange broek, jas, vest, muts en hoofdlamp. Zware schoenen met spikes, een liter water, telefoon en voeding. Alles bij elkaar loopt hij met ruim honderd kilo lichaamsgewicht en bepakking door de sneeuw. “Dat maakt elke stap zwaarder,” vertelt hij. “Maar het is nodig om dit te kunnen doen.”
Familie op afstand, maar toch dichtbij
Terwijl Guus zich in Tromsø voorbereidt op de start, leeft zijn familie in Nederland intens mee. Thuis wordt de route gevolgd, tijden worden bijgehouden en er wordt geappt in de familie-app. Zijn vader stuurt berichten wanneer Guus volgens het schema bijna bij een waterpunt zou moeten zijn.
Voor de familie een manier om betrokken te zijn, om grip te houden op die lange, donkere tocht. Guus zelf heeft daar tijdens de race nauwelijks besef van. Hij is volledig gefocust op elke volgende stap. Pas achteraf realiseert hij zich hoe waardevol dat meeleven is geweest. “Ik had zelf geen idee wanneer ik bij een waterpunt zou zijn,” zegt hij. “Maar door de berichten in de app had ik houvast.”
Rennen door een andere wereld
De eerste kilometers gingen goed. Guus liep een strak tempo van ongeveer vijf minuten per kilometer in een adembenemende omgeving: besneeuwde bossen, kleine gekleurde huisjes, donkere fjorden. Af en toe ziet hij zelfs een slee met husky’s voorbij komen. En boven hem, alsof het speciaal voor deze tocht verschijnt, het noorderlicht. Maar rond kilometer 24 slaat de marathon toe. “Het voelde alsof ik in een andere wereld kwam,” vertelt Guus. “Mijn lichaam stopte gewoon met normaal functioneren.” De combinatie van kou, sneeuw, hoogteverschil en zware bepakking eiste zijn tol. Waar hij bij zijn vorige marathon later een dip voelde, komt die hier al vroeg. Zijn lichaam wilde niet meer.
Overleven in kleine stukjes
Opgeven was geen optie. Guus paste zijn tactiek aan. “Ik hakte de marathon in mijn hoofd op in kleine stukken: tot de volgende paal, het volgende kruispunt. Ik dacht niet aan kilometers, alleen aan het eerstvolgende punt. Soms werd ik bevangen door de kou”, vertelt Guus. “Drinken was lastig; het water bevroor, alleen bij de vier verzorgingsposten was dit mogelijk. Overal langs het parcours stonden vrijwilligers, politie en mensen van het Rode Kruis. Veiligheid stond voorop. Wie niet verder kon, werd opgehaald. Na 37 kilometer gebeurde er opnieuw iets onverwachts: mijn horloge viel uit door de kou. Die laatste kilometers liep ik volledig op gevoel. Zonder afstand, zonder tijd, zonder houvast. Ik zat echt tegen het randje,” zegt hij. “Mijn lichaam was alleen nog bezig met het zetten van de volgende stap.”
De finish
En dan, eindelijk is daar de finish. In het donker, maar niet te missen. Guus weet: dit is het. De opluchting is groot. “Na 42 kilometer is het wel fijn om te kunnen stoppen met lopen,” vertelt hij met een glimlach. Bij de eindstreep staan zijn moeder en zus, meegereisd naar Tromsø om hem op te vangen. Hij krijgt een thermodeken omgeslagen, warme soep en een banaan en uiteraard zijn welverdiende medaille. Zijn lichaam is koud, zijn spieren volledig verzuurd.
“Ik ging op een bankje zitten en kon niet meer opstaan. Mijn moeder en zus hielpen me overeind, hielden me warm.” Een moment waarop hij de pijn door zijn lichaam voelt. “Maar dat gevoel moet je omarmen”, zegt Guus. “Die pijn geeft eigenlijk voldoening, want dat is het resultaat van wat je erin hebt gestopt.” Hij beseft hoe bijzonder dit is. Omdat hij iets gedaan heeft wat hij zelf eerst niet voor mogelijk hield.
















