Sint-Oedenrode/Nijmegen - Het is woensdagavond wanneer ik aanbel bij het ouderlijk huis van Sam de Laat. De Knoptoren staat even verderop, als stille getuige van waar het allemaal begon. Binnen wacht een nuchtere, vriendelijke jongen met een open glimlach, negentien jaar pas, maar al speler van NEC in de Eredivisie. Zijn stem verraadt trots, maar ook bescheidenheid. “Ik blijf gewoon Sam,” zegt hij. “Ook al speel ik nu bij NEC, hier in Rooi ben ik nog steeds diezelfde jongen die het liefst op het veld staat met z’n maten.”















