
Een kleermaker met een vaste hand, een scherp oog en een groot hart
Human InterestSint-Oedenrode - Het is een rustige maandagochtend op het Kerkplein. De winkels zijn grotendeels gesloten, de terrassen zijn leeg en de meeste mensen zijn weer aan het werk. Maar achter een van de deuren tussen de naaimachines en klossen garen klinkt wat geroezemoes. Daar, in het atelier van De Handige Naald, word ik hartelijk ontvangen door Hatem Al Taie.
Door: Caroline van der Linden
Hoewel zijn zaak officieel gesloten is, zwaait hij met een glimlach de deur open. “Kom binnen, welkom, welkom,” zegt hij terwijl hij mij uitnodigt aan de lange tafel in het midden van de winkel. Het tafelblad is nauwelijks zichtbaar: overal liggen klossen naaigaren, spelden, meetlinten en stapels stof. Het is een tafel die verhalen vertelt, van broeken die weer draagbaar werden, van trouwjurken die nét wat mooier vielen en van gordijnen die precies de juiste lengte kregen. Nog voor ons gesprek goed en wel begonnen is, gaat de deur alweer open. Twee klanten stappen naar binnen. “Ja, ik was in de buurt,” zegt de vrouw die samen met haar man de winkel binnen stapt. “Dan kan ik net zo goed dat hoeslaken ophalen, waar u een stiek in zou maken, weet u nog?” Zonder aarzelen loopt Hatem naar de rekken achterin de zaak, schuift wat tassen opzij en haalt al snel het juiste pakketje tevoorschijn. Een glimlach, een kort praatje, en weg zijn ze weer. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, ook al is de winkel officieel dicht. Dat typeert hem. Altijd bereikbaar, altijd vriendelijk en altijd met aandacht voor zijn klanten.
Van Babylon naar Rooi
Wie Hatem ontmoet, merkt meteen zijn warme en rustige uitstraling. Toch gaat achter die glimlach een bijzonder levensverhaal schuil. Hij werd geboren in Babylon, een historische stad in Irak, waar hij al jong in aanraking kwam met kleding en het ambacht van kleermaken. Zijn hele leven werkte hij met naald en draad, het was niet alleen zijn beroep, maar ook zijn passie. Toen de oorlog uitbrak, veranderde alles. Zijn winkel werd verwoest, hij verloor zijn auto, en wat het zwaarst weegt: zijn vrouw kwam om door het geweld. “Vier keer ben ik zelf aan de dood ontsnapt,” vertelt hij zacht. “Ik heb heel veel familie en vrienden verloren. Op een gegeven moment dacht ik: het kan niet meer. Hier blijven is te gevaarlijk.” In 2008 vluchtte hij naar Nederland. Het werd een lange en moeilijke weg. Jarenlang verbleef hij in asielzoekerscentra, vaak samen met mensen uit allerlei windstreken. “Soms voelde het er niet veilig en werken mocht niet, dat was zwaar. Ik wilde graag met mijn handen aan de slag.”
Het gemis van familie
Het zwaarste was wel dat zijn zoon Ali in Irak achterbleef. “Hij was nog maar een baby toen zijn moeder stierf en groeide op zonder vader en moeder,” zegt Hatem met pijn in zijn stem. “Gelukkig zorgden mijn ouders en familie voor hem, maar ik miste hem iedere dag. Soms werd ik midden in de nacht wakker, angstig dat hem iets was overkomen. Dat gevoel liet me nooit los.” Pas na elf jaar werden vader en zoon herenigd in Nederland. Inmiddels is Ali negentien en volgt hij een opleiding autotechniek in Boxtel. “Hij helpt regelmatig in de winkel, maar zijn hart ligt bij auto’s. En dat is goed. Hij moet zijn eigen weg vinden.”
Irakezen, legt Hatem uit, zijn diep verbonden met familie. “Wij leven samen, eten samen en zorgen voor elkaar. Ik weet dat ik mijn vader en moeder waarschijnlijk nooit meer zal zien. Dat doet pijn, niets kan dat vervangen. Gelukkig heb ik in Nederland goede vrienden gemaakt. Het is niet hetzelfde als familie, maar geeft me wel veel geluk.”
Dankbaar voor Nederland
Ondanks het verdriet overheerst de dankbaarheid. “Ik ben Nederland ontzettend dankbaar. Dit land heeft mij veiligheid gegeven. Dat is met niets terug te betalen.” Hij heeft die dankbaarheid ook aan zijn zoon meegegeven. “Ik heb tegen Ali gezegd: als er hier ooit oorlog komt, dan is het aan ons om dit land terug te geven wat het ons gegeven heeft.” Ali gaat dan het leger in om ons land te verdedigen. Dat zien zij als hun plicht. Het is een uitspraak die getuigt van diepe loyaliteit. Voor iemand die weet wat oorlog betekent en vrede niet vanzelfsprekend vindt. Hatem koestert het, elke dag opnieuw.
Naast zijn indrukwekkende levensverhaal is Hatem vooral ook kleermaker. Een vakman die van zijn werk houdt. “Veel mensen denken dat wij alleen broeken korter maken of ritsen vervangen,” legt hij uit. “Maar wij doen meer dan dat. Colberts innemen, jassen aanpassen, gordijnen verstellen, dekbedovertrekken herstellen, eigenlijk alles wat met textiel te maken heeft.”
Midden in coronatijd begonnen
Dat Hatem vandaag een drukke kleermakerij runt op het Kerkplein, is allesbehalve vanzelfsprekend. Hij begon zijn zaak midden in coronatijd, toen veel ondernemers het moeilijk hadden. “Iedereen zei: doe het niet, je weet niet hoe lang dit duurt. Maar ik dacht: ik moet iets. Dit is mijn vak, mijn leven.” En hij kreeg gelijk. Langzaam maar zeker wisten de Rooienaren hun weg naar De Handige Naald te vinden. Inmiddels is het een vertrouwd adres voor reparaties. “Ik ben blij dat ik het gedaan heb. Het was spannend, maar ik heb nog geen dag spijt gehad.”
Wat opvalt tijdens mijn gesprek, is dat zijn zaak meer is dan alleen een kleermakerij. Het is ook een ontmoetingsplek. “Klanten komen niet alleen om een kapotte broek of een te lange jurk korter te laten maken, maar ook voor een praatje.” Zijn gastvrijheid straalt overal doorheen. Wie binnenkomt, wordt begroet alsof hij of zij een oude bekende is. Met een glimlach, een vriendelijk woord en vaak een oplossing sneller dan je had verwacht. “Soms is het klaar terwijl u wacht,” zegt hij met een lach.
Een leven vol draadjes
Terwijl hij vertelt, kijk ik om me heen. De winkel ademt ambacht. De lange tafel met garen en spelden, de rekken vol kledingstukken in verschillende stadia van herstel, de rijen naaimachines die elk hun eigen taak hebben. “Het mooiste van dit vak is dat je met je handen werkt en meteen resultaat ziet,” zegt Hatem. “Je begint met iets dat stuk is, of niet past. En ben je klaar, is het weer mooi, draagbaar of bruikbaar. Dat geeft voldoening.” Dat dit soms hard werken is, geeft hij ruiterlijk toe. Lange dagen, veel precisiewerk en steeds weer schakelen tussen verschillende klussen. Maar hij klaagt niet. “Ik ben blij dat ik dit kan doen. Het is mijn vak, mijn passie.”
Wanneer ons gesprek ten einde loopt, valt het mij op hoe vaak hij de naam van het dorp noemt. Sint-Oedenrode is meer dan een werkplek voor Hatem. Het is de gemeenschap waar hij zich thuis voelt. “De mensen hebben mij vanaf het begin welkom geheten. Dat vergeet ik niet.” En terwijl we afscheid nemen en hij de deur voor me openhoudt, besef ik dat dit misschien wel de kern van zijn verhaal is. Een man die met naald en draad niet alleen kleding herstelt, maar van zijn winkel een fijne vertrouwde plek heeft gemaakt.
Op het Kerkplein, midden in Rooi waar hij met vaste hand, een scherp oog en een groot hart voor zijn vak, laat zien hoe hij met een draadje mensen dichter bij elkaar brengt.
















