
Gerrit en Peter: twee torenmannen altijd paraat voor hun geliefde Knoptoren
Human InterestSint-Oedenrode - Wie ooit in de Knoptoren in Sint-Oedenrode is geweest, weet het: dit monument is geschiedenis. Maar achter de goed onderhouden muren en het keurige terrein schuilen mensen die met toewijding en een flinke dosis humor zorgen dat alles draaiende blijft. Twee van die drijvende krachten zijn Gerrit Ketelaars en Peter Raaijmakers, echte toppers onder de vrijwilligers. Tijdens een gesprek met deze heren valt één ding meteen op: hun kennis van de toren is groot, maar hun plezier in het werk misschien nog wel groter. Er wordt regelmatig hard gelachen.
Door: Caroline van der Linden
Van kinds af aan verbonden met de toren
“Ik ben eigenlijk zowat geboren onder de Knoptoren,” vertelt Gerrit met een glimlach. Zijn band met het gebouw gaat terug tot zijn jeugd. Zijn ouders, Adriaan Ketelaars en Anna Kremers, volgden de toenmalige koster Frans van den Elzen op met het schoonmaken van de kerk. “Er was toen nog geen stromend water, hoor,” lacht Gerrit. “Ze moesten de emmers water van thuis meenemen.” Zijn vader was bovendien doodgraver, klokkenluider en kachelstoker. “Elke zaterdagmorgen moest hij de potkachel aansteken, zodat het op zondag een beetje warm was.” Zo groeide Gerrit letterlijk op met de toren. Hij speelde er als kind, hielp later bij opgravingen in de jaren zestig tijdens de verbouwing en kent inmiddels elk hoekje en steentje. “Je raakt ermee verweven,” zegt hij nuchter. “En als er dan iemand nodig is om iets te doen, ja, dan steek je de handen uit de mouwen.”
Een handige jongen met oog voor detail
Peter knikt instemmend. Geboren en getogen in Rooi kwam hij iets later bij de Knoptoren terecht, maar is inmiddels ook niet meer weg te denken. “Ik ben een beetje een handige jongen,” zegt hij met een grijns. En dat blijkt niet overdreven. Toen de stichting de kerk overnam, ontstond er behoefte aan mensen die het groen wilden bijhouden en kleine reparaties konden doen. Peter pakte de grasmaaier en is sindsdien niet meer gestopt. “Eerst maaide ik het gras, toen kwamen de bladeren, daarna de lampen die kapot gingen en zo rolde ik er steeds verder in.” Zijn takenpakket is inmiddels breed: allerlei klussen, van het vervangen van lampen tot het schoonmaken van goten.
Gerrit herstelt het slagwerk van de torenklok en onderhoudt het nest van de slechtvalk die elk jaar in de toren zit te broeden. “In februari zetten we het nest weer terug, in september halen we het oude weg. Er ligt dan van alles in hoor, zoals grind en kadavers,” vertelt hij geamuseerd.
Rondleidingen vol verhalen en historie
Naast al dat onderhoudswerk delen Gerrit en Peter ook hun kennis met bezoekers. Ze geven samen met de andere torenwachters rondleidingen door de toren. “Dat is het mooiste wat er is,” zegt Gerrit trots. “Die toren is zó oud. Het onderste deel stamt uit de twaalfde eeuw. En wat mensen vaak niet weten: Sint-Oedenrode bestond al toen Amsterdam er nog niet was!” Wie naar Gerrit luistert, krijgt niet zomaar feitjes voorgeschoteld. Hij vertelt met enthousiasme over de eerste kerk die hier al in de 9e eeuw stond, over de verwoestingen en plunderingen die volgden, en over de talloze restauraties. “De Knoptoren is echt het oudste stukje van Rooi. Hier lag het begin,” Peter vult hem aan: “Dit gebouw kent een rijke geschiedenis. En veel mensen weten dat niet. Daarom is het mooi om dat te kunnen doorgeven.”
Vrijwilligerswerk met plezier
Het werk aan de toren is niet altijd licht. Er moet regelmatig op hoogte gewerkt worden, er zijn inspecties, houtrotcontroles, keuringen en kleine reparaties aan installaties. Toch doen de mannen het met plezier. Een van de grootste klussen was wel het met folie isoleren van de ramen in de kerkzaal waarbij we met steigers moesten werken. Zolang de gezondheid het toelaat, gaan we door,” zegt Peter. “We gaan nog steeds naar het allerhoogste stukje van de toren, het koepeltje, om bijvoorbeeld de vlaggen uit te hangen in september.” De heren werken ook samen met een kleine ploeg andere vrijwilligers.
“Er zijn zo’n zes torenwachters en een paar mensen in de groenploeg,” legt Gerrit uit. “Vroeger deden we ook het terrein rondom de kerk, maar dat is wat minder geworden. Nu richten we ons vooral op het onderhoud van het oude kerkhof en het binnenwerk.” Tijdens het gesprek wordt volop gelachen. Over oude anekdotes, over klusjes die nét iets langer duurden dan gepland, of over de keren dat er iets onverwachts misging. Hun plezier is aanstekelijk. “We hebben het gewoon goed samen,” zegt Gerrit. “En dan gaat het werk vanzelf.”
Een toren vol leven
Wat hen drijft, is liefde voor erfgoed én voor hun dorp. “De Knoptoren hoort bij Sint-Oedenrode,” zegt Peter. “Het is een herkenningspunt. Als mensen van de snelweg komen en de toren zien, weten ze: we zijn bijna thuis.” De toren leeft. Er worden nog steeds rondleidingen gegeven, en ook voor feesten of culturele activiteiten is het een geliefde plek. “Wie een rondleiding wil,” zegt Gerrit, “kan dat gewoon aanvragen via de website van de Stichting Knoptoren. Dan kijken we wie er tijd heeft. En meestal reageert de snelste van ons twee het eerst,” voegt hij lachend toe.
Nieuwe artikelenreeks over de geschiedenis
Om nog meer mensen kennis te laten kennismaken met dit bijzondere monument, start binnenkort in onze krant een artikelenreeks van zes thema’s. Daarin wordt dieper ingegaan op de rijke geschiedenis van de Knoptoren en de vele verhalen die er schuilgaan. Van middeleeuwse fundamenten tot bijzondere vondsten, van kerkklokken tot slechtvalken, de toren heeft eindeloos veel te vertellen. Wie het enthousiasme van Gerrit Ketelaars en Peter Raaijmakers hoort, begrijpt meteen waarom de Knoptoren nog altijd in zo’n goede staat verkeert. Hun inzet is onmisbaar, hun kennis onschatbaar, en hun humor aanstekelijk. “Zolang we kunnen,” zegt Peter met twinkelende ogen, “blijven we er voor zorgen. Want het is gewoon een prachtige plek en wij hebben er ons hart aan verpand.”















