
Twee vrienden, één missie: 100 kilometer tegen mentale eenzaamheid
Human InterestSint-Oedenrode - Op 30 mei 2026 zullen twee jonge mannen iets doen wat bijna niet te bevatten is. Ze lopen 100 kilometer. Door bossen, over heuvels, langs grenzen die steeds verder opschuiven. Met 1000 hoogtemeters, veertien uur lang. Een ultramarathon. Maar wie denkt dat het hier om een sportieve prestatie gaat, vergist zich. Voor Stan van den Bersselaar en Tanno Jakobs, beiden 26 jaar, is elke stap een boodschap. Voor iedereen die worstelt in stilte. Voor iedereen die zich alleen voelt in zijn of haar hoofd. Voor iedereen die het zelf even niet meer kan. Zij lopen voor 113 Zelfmoordpreventie. En vooral: zij lopen voor het doorbreken van het taboe op mentale gezondheid.
Door: Caroline van der Linden
Hun verhaal begint niet bij hardloopschoenen, trainingsschema’s of spierpijn. Het begint bij vriendschap. Al bijna negen jaar lopen Stan en Tanno samen door het leven. Ze kennen elkaars sterkste kanten, maar ook de momenten waarop het niet goed gaat. “We hebben elkaar echt zien vallen en opstaan,” zegt Tanno. “En soms ook zien blijven liggen. Maar nooit alleen.”
Die vriendschap werd extra belangrijk toen in 2024, Marèl Eijkemans, dierbare nicht van Stan en goede vriendin van Tanno, op 23-jarige leeftijd overleed door zelfmoord. Een verlies dat alles stilzette. “Het voelde alsof de grond onder onze voeten ineens weg was,” vertelt Stan. “Je blijft achter met duizend vragen. Wat hebben we gemist? Wat hadden we anders kunnen doen? En vooral: waarom?”
Voor Stan leek het leven daarna eerst gewoon door te gaan. Hij werkte hard, studeerde door, hield zichzelf bezig. “Ik dacht dat ik sterk was door niet stil te staan.” Tot hij instortte. Letterlijk. Angstaanvallen, paniek, tranen die zomaar kwamen. “Voor het eerst zat er iets in mijn hoofd wat ik niet zelf op kon lossen. Dat maakte me doodsbang.” Hij zocht hulp en heeft nog steeds hulp van een psycholoog. “Dat is geen zwakte geweest, dat is mijn redding geweest. Zonder hulp had ik hier nu waarschijnlijk heel anders gezeten”, vertelt Stan.
Ook Tanno weet hoe donker het kan worden. Al sinds zijn zeventiende strijdt hij met PTSS. “Ik heb periodes gekend waarin ik echt geen uitweg meer zag,” zegt hij. “Uitzichtloosheid, spanning in mijn hele lijf, het gevoel dat alles zinloos is.” Suïcidale gedachten waren hem niet vreemd. Dankzij langdurige begeleiding gaat het nu beter, maar veilig voelt het nooit helemaal. “Je leert leven met die kwetsbaarheid. Die verdwijnt niet. Maar ik kan er wel beter mee omgaan”, vertelt hij open.
Wat hen raakt, is hoe weinig hierover wordt gepraat. “Zeker onder mannen,” zegt Tanno. “We zijn opgevoed met het idee dat je sterk moet zijn. Dat je je niet moet aanstellen. Dat je het zelf moet oplossen.” Maar juist dat zwijgen maakt de eenzaamheid groter. “We vragen hoe het gaat, krijgen een ‘goed hoor’ terug, drinken een biertje en iedereen gaat weer naar huis met zijn eigen zorgen.”
Hun vriendschap is juist gebouwd op het tegenovergestelde. “Wij kunnen elkaar midden in de nacht bellen,” zegt Tanno. “Niet om oplossingen te krijgen, maar om niet alleen te zijn.” Soms zijn het zware gesprekken. Soms is het sleutelen aan een brommer terwijl er tussendoor gewoon even wordt gezegd: ‘Het gaat eigenlijk niet zo goed.’ “Dat hoeft niet perfect. Dat hoeft niet netjes. Het moet echt zijn.”
De ultramarathon die ze nu gaan lopen, begon als een eerbetoon. Voor Marèl. “Ik draag haar bij me tijdens het lopen,” zegt Stan. “Op mijn kleding. In mijn hoofd. Bij elke stap.” Maar naarmate ze hun verhaal deelden, merkten ze dat er iets groters gebeurde. “Mensen kwamen ineens met hun eigen verhaal,” vertelt Tanno. “Collega’s. Vrienden. Mensen van wie je het nooit verwacht. Mensen die zelf ook diep hebben gezeten.”
Daar veranderde hun missie. Dit werd niet alleen een persoonlijke tocht uit rouw, maar een open uitnodiging aan iedereen die zich herkent in dat gevoel van vastzitten. “We doen dit voor iedereen die ’s ochtends liever niet wakker wordt,” zegt Stan zacht. “Voor iedereen die zich schaamt voor zijn eigen gedachten. Voor iedereen die denkt dat hij de enige is. Dat ben je niet.”
De cijfers liegen er niet om. Zelfmoord is één van de belangrijkste doodsoorzaken onder jonge mannen. En wat misschien nog confronterender is: een groot deel van de mensen die overlijden, was nooit in beeld bij de hulpverlening. “Dat betekent dat er heel veel mensen zijn die in stilte lijden,” zegt Tanno. “Zonder dat iemand het echt ziet.” Tijdens ons gesprek dringt steeds meer door hoe belangrijk het is dat deze twee mannen hun verhaal willen delen.
Volgens de twee vrienden leven we in een tijd die mentaal uitputtend kan zijn. “Alles gaat maar door,” zegt Stan. “Werk, verwachtingen, sociale media, altijd bereikbaar. Er is bijna geen ruimte meer om gewoon even niets te hoeven.” Steeds meer mensen raken opgebrand. “En dan voelen velen zich ook nog schuldig dat ze zich niet goed voelen. Alsof ze falen.”
Daar willen ze met hun actie iets tegenover zetten. Geen perfecte plaatjes. Geen succesverhalen. Maar eerlijkheid. “Wij zijn geen helden,” zegt Tanno. “Wij hebben het ook niet allemaal op orde. We struggelen nog steeds. En juist daarom vinden we dit belangrijk.”
Tanno en Stan willen laten zien dat kracht en kwetsbaarheid prima naast elkaar kunnen bestaan. “Je kunt in de sportschool staan, bij defensie hebben gewerkt, vechtsporten doen, ultras lopen én zeggen: ik heb het soms mentaal moeilijk,” zegt Tanno. “Dat maakt je niet minder man. Dat maakt je mens.”
Dat is ook de reden dat ze lopen voor 113 Zelfmoordpreventie. Een organisatie waar dag en nacht iemand klaarstaat om te luisteren. “Soms heb je niemand om te bellen,” zegt Tanno. “Of denk je dat je niemand wilt belasten. Dan is het zo belangrijk dat er toch een stem is die luistert.”
De voorbereiding op de ultramarathon is zwaar. Kilometers stapelen zich op, spieren protesteren, vermoeidheid sluipt erin. Maar geen van beiden ziet het als afzien. “Elke training herinnert me eraan waarom ik dit doe,” zegt Stan. “Als ik het zwaar heb, denk ik: dit gevoel is straks weer voorbij. Voor sommige mensen voelt het alsof dat nooit meer gebeurt.”
Wat zij die dag voelen in hun benen, staat in geen verhouding tot de pijn die zoveel mensen elke dag in hun hoofd met zich meedragen. “Onze pijn is die dag niet belangrijk,” zegt Tanno. “Wij lopen voor anderen.”
Ze willen geen wereld waarin elk klein ongemak direct een crisis wordt. “Het leven is soms gewoon hard,” zegt Stan. “Tegenslagen horen erbij.” Maar wanneer het echt te zwaar wordt, mag niemand alleen staan. “Je hoeft het niet te dragen in stilte.” Soms is één zin al genoeg: ‘Het gaat eigenlijk niet zo goed.’ Volgens hen is dat misschien wel de moedigste zin die er bestaat.
Op 30 mei 2026 staan ze samen aan de start. Met zenuwen. Met spanning. Met verdriet. Met hoop. Met alles wat hen mens maakt. En met de wens dat hun 100 kilometer misschien voor iemand anders net dat ene duwtje in de rug is om te praten, te bellen, om hulp te zoeken.
“Als onze 100 kilometer één leven een beetje lichter maakt, dan hebben we meer gewonnen dan welke wedstrijd ook,” zeggen Stan en Tanno tot slot. Wie Stan en Tanno wil steunen in hun actie voor 113 Zelfmoordpreventie kan doneren via https://supporta.com/adez/opuxculr0d. De volledige opbrengst gaat naar preventie, onderzoek en hulpverlening.
Heb je zelf mentale klachten, denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand? Erover praten helpt. Je kunt 24 uur per dag gratis bellen of chatten via www.113.nl of het telefoonnummer 113.
















