
Hoe vergaat het de Oekraïense vluchtelingen in onze opvanglocatie?
Human Interest Kwartierke Klets!Sint-Oedenrode - In Sint-Oedenrode hebben zo’n 120 Oekraïense vluchtelingen hun thuis gevonden in het voormalige Rabobank gebouw op bedrijventerrein de Kampen. Het Rabogebouw was de derde tot stand gekomen opvanglocatie in Meierijstad, naast locaties in Schijndel en Veghel. Hiermee vangt gemeente Meierijstad inmiddels drie jaar zo’n 250 vluchtelingen op uit Oekraïne.
Door: Caroline van der Linden
Om een beetje een idee te krijgen hoe het hen vergaat, wat de impact is die de oorlog op hun leven en hun toekomst heeft, spreek ik enkelen van hen op de opvanglocatie aan de Jan Tinbergenstraat. Julia Vechir (30), Alona Polishchuk (25) en Tymofii Sosnov (48), alle drie afkomstig uit Oekraïne en zijn bereid hun verhaal te doen.
Julia, die al een aardig woordje Nederlands spreekt gaat van start. Geboren vlak bij Kiev groeide ze op in een klein stadje. In 2014, tijdens de annexatie van de Krim, verhuisde ze op achttienjarige leeftijd naar Marioepol waar ze zich veiliger voelde. Ze ging daar naar de Universiteit en studeerde ‘advertising en public relations’. Ze had er een goed leven. Toen in 2022 de oorlog opnieuw uitbrak, er bommen vielen en ze erg bang was, besloot ze te vluchten naar het buitenland. Haar bestemming werd Nederland. “Mijn familieleden zijn nog in Oekraïne, en strijden voor de vrijheid van ons land”, vertelt ze. “Mijn broer (25) vecht mee in het leger. Toen hij 23 was werd hij opgeroepen, omdat hij een rijbewijs had. Hij is van oorsprong automonteur en heeft de taak drones te vernietigen. Mijn vader was soldaat in 2016, hij vocht voor ons land en onze vrijheid, maar raakte tijdens de strijd gewond. Mentaal heeft hij het moeilijk. Mijn moeder is net als ik het land uit gevlucht, kwam eerst in Polen terecht en is inmiddels ook in Nederland. Ik ga bijna weer huilen als ik het vertel, maar toen ik na een lange reis aankwam in deze opvanglocatie werd ik verwelkomd door de locatiemanager die me vertelde dat ik hier veilig was. Dit gebouw was net één week geopend voor vluchtelingen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik in de keuken zat en eten kreeg. De mensen zijn ontzettend vriendelijk hier. Uiteraard voel ik me af en toe eenzaam, omdat mijn familie niet bij me is, maar ik kon meteen aan het werk. In de bediening van restaurants, waaronder de Pastorie en Odille, wat ik erg leuk vind”, vertelt ze. “Ik bouwde hierdoor ervaring op en ken inmiddels veel mensen. Daarnaast werk ik als DJ. Op dit moment ben ik weer op zoek naar een nieuwe werkplek, aangezien het nu een rustige tijd is voor restaurants. Ik voel me hier goed thuis en heb me door mijn werk de Nederlandse taal meer eigen kunnen maken. Wanneer ik op deze opvanglocatie ben help ik andere vluchtelingen met het invullen van hun belastingformulieren en bankzaken. Een kleine vrijwilliger”, lacht ze. Vanaf het begin was het handig dat Julia de Engelse taal goed beheerste, omdat dit bij velen niet zo is. Hierdoor vond ze snel haar weg en kon ze anderen helpen waar nodig. Inmiddels is ze hier zo’n drie jaar en heeft ze onlangs haar familie kunnen bezoeken in Oekraïne, omdat haar broer trouwde.
Hoe haar toekomst eruit ziet is onzeker. Julia hoopt op een regeling dat de vluchtelingen die hier wonen en werken, en belasting betalen, de mogelijkheid krijgen in Nederland te blijven, ook na de oorlog. “In Oekraïne zal de situatie onzeker blijven. Mocht de oorlog stoppen en ik keer terug, dan kan het over enkele jaren weer opnieuw beginnen. Mocht ik dan kinderen hebben, zullen ook zij weer moeten vluchten”, zegt ze. Wie wil er nou terug naar een basis die elk moment weer onder je voeten vandaan kan vallen? Dus als het mogelijk is om hier mijn toekomst op te bouwen, zou dat voor mij de beste optie zijn.” Ze werkt er hard voor om dat te verwezenlijken.
Alona sluit aan. In het Engels vertelt ook zij haar verhaal, want ze is de Nederlandse taal minder machtig dan Julia. Ze komt er minder mee in aanraking, omdat het in haar werk juist handig is dat ze vloeiend Engels spreekt. Ze heeft onder andere toerisme gestudeerd en werkt nu op kantoor in Best in de logistiek, waar ze in het Engels met chauffeurs communiceert. Alona woont samen met haar toekomstige man op de Rabolocatie. Ze hebben trouwplannen. Hij spreekt daarentegen al aardig Nederlands, ook vanwege zijn werk als teamleider bij Post NL, waar hij met verschillende nationaliteiten werkt. Daarnaast spreekt hij sowieso al zeven talen, geeft ze trots aan. Ze hebben samen een kamer in het Rabobank gebouw
Alona’s familie woont in een klein dorp, niet ver van Kiev. Ze vertelt over haar broer in Oekraïne. “Hij vecht niet mee in de oorlog, is daar totaal niet geschikt voor, hij heeft nooit een geweer in handen gehad. Als hij mee zou vechten, weten we honderd procent dat hij het niet overleeft. Voor de mannen in het land is het een heel moeilijke situatie, aldus Alona. “Elke dag zien we wel op Facebook berichten van families die een zoon of man verloren hebben aan het front. Als je het vergelijkt met Sint-Oedenrode zouden er al wel zo’n honderd mannen zijn gesneuveld. Oekraïne is groot, dus kun je nagaan hoeveel mensen er al omgekomen zijn in de strijd.”
De huidige situatie met Trump vinden Julia en Alona onzeker. Veel positiefs zien ze er niet van in. Zelfs het idee dat er hier in het Westen een oorlog uit zou breken speelt in hun gedachten rond. Hun land zomaar overdragen aan Rusland, zodat hun vaders en broers voor niets hun leven hebben gegeven voor hun vaderland, met daarbij de onzekerheid die zal blijven, zien zij niet als een goed vooruitzicht.
Enorm dankbaar zijn ze voor de opvang in ons Rooise dorp, voor alles wat er voor hen gedaan wordt. Dat is het hele gesprek door duidelijk merkbaar. En ondanks dat ze met velen in het gebouw verblijven en zij hierdoor niet al te veel privacy hebben, gaat het onderling goed, helpen ze elkaar en werken zij aan een (hoewel onzekere) toekomst.
Met het noemen van een paar luchtige voorbeelden van wat zij als bijzondere gewoontes van Nederland ervaren sluit ik met hen af. Hierbij passeren een aantal van die Nederlandse gewoontes en eigenaardigheden lachend de revue, zoals Carnaval, de familie- en naambordjes bij de voordeur, en de boekentas aan de vlaggenstok bij een geslaagd examen.
Met nog een innig hartelijke omhelzing nemen Julia en Alona dankbaar voor dit gesprek afscheid en praat ik met Tymofii nog even verder over zijn ervaringen. Hij schetst beeldend de geschiedenis en veranderingen in Oekraïne, vanaf de Sovjet periode tot nu.
Samen met zijn vrouw verblijft hij pas een paar maanden in deze opvanglocatie, na eerst een periode in Polen en een crisisopvang in Heeswijk Dinther. Nu ze in Nederland zijn, wonen ze dichter bij hun dochter die, sinds aanvang van de oorlog, in Enschede studeert.
In Oekraïne was Tymofii eerst navigator op de internationale vaart, maar is al een aantal jaren werkzaam als Europees vrachtwagenchauffeur. Zo’n 55 uur per week werkt hij nu als chauffeur binnen Nederland, onder andere voor het vervoeren van drank, waaronder Bavaria. Zijn vrouw werkt o.a. bij Hellings machinebouw in Nijnsel als interieurverzorgster, naast haar baan als data-analist voor een Oekraïens bedrijf. Wanneer de mogelijkheid er is gaan ze naar het wekelijkse taalcafé in de opvanglocatie om zich de Nederlandse taal eigen te maken. Een mooi initiatief opgezet door vrijwilligers van het pand. “We leren zo gemakkelijk steeds meer woorden bij”, vertelt hij. “Ik heb door mijn beroep als chauffeur veel landen in de wereld gezien”, sluit Tymofii af. “Maar voor ons, en onze dochter, is Nederland de beste plek waar ik kan zijn. De mensen zijn hier vriendelijk, behulpzaam en eerlijk. Ik voel me welkom en ben veilig, meer kan ik niet wensen.”

















