Een typische woning aan de Bolle Akkers.
Een typische woning aan de Bolle Akkers. Foto:

De serie Roo(i)skleurig: Bolle Akkers

Cultuur

Sint-Oedenrode - Oostelijk van het Cathalijnepad ligt een kleine groep huizen met een opvallende vormgeving: niet de kubus als grondvorm, maar eerder vloeiende lijnen en geen 2 huizen zijn identiek van vorm. Het gebied is bij de ouderen onder ons nog bekend als de plek waar vlakbij, in september 1944, een vliegtuig neerstortte, of waar recenter, in 2016 een moord werd gepleegd op een van de woonwagenbewoners. Hoe is die wijk zo ontstaan?

Door: Frans Hulzink

Eind jaren 1980 was er bij een groep mensen de wens om een woning te kunnen bouwen in Sint-Oedenrode. Ze hadden daarbij uitdrukkelijk de wens iets ‘eigens’ te kunnen bouwen. Herman Rademaker, kunstenaar, leraar aan de ‘Academie voor Industriële Vormgeving’ (nu ‘Design Academy’), woonachtig in de boerderij ten oosten van het Cathalijnepad was geïnspireerd door de antroposofische filosofie (grondlegger Rudolf Steiner) die in de begin jaren van de 20e eeuw opkwam en kunstenaars als Gaudi in Spanje en Hundertwasser in Duitsland/Oostenrijk inspireerde tot het maken van woningen waarbij de ‘gulden snede’ (kent u de beroemde tekening van Michelangelo?), de verhoudingen van het menselijk lichaam en de onderlinge verhouding van lijnen in een constructie richtinggevend waren, wat leidde tot organische vormen in de bouw en de kunststroming ‘Jugendstil’ ook wel ‘Art Nouveaux’ genoemd. Ook Nederlandse architecten als van Huut, Albers, van de Werf en Postma, en zeker ook Piet Blom, die kent u wel, van die boomwoningen in Rotterdam en Helmond werden er door geïnspireerd.

Een van de leerlingen van Herman Rademaker, Jan Noordman, werd aangezocht als projectleider en de mensen die interesse hadden om te gaan bouwen werd uitgelegd wat antroposofisch bouwen was, ze gingen samen kijken naar het net tot stand gekomen plan ‘Overlaat’ in Rosmalen, toenmalig wethouder Driessen werd betrokken en architect Sjef van Griensven mocht als lokale architect ook enkele woningen ontwerpen. In een van de bijeenkomsten werd uitgelegd wat die ‘Gulden Snede’ betekende voor de vormgeving van zowel de wijk, de percelen, als de afzonderlijke huizen en dat pasteltinten werden geprefereerd boven felle kleuren, en waarom. Dat niet iedere potentiële huizenbouwer vooral in die filosofie was geïnteresseerd, maar vooral in het bouwen van een huis bleek toen hen in een bijeenkomst gevraagd werd hun droomhuis te tekenen: voor sommigen een pracht uitdaging, voor anderen een worsteling, maar een van de deelnemers tekende een standaard huis (kubus met driehoekje er op), met daarin een tafel en stoelen zoals een kind van 5 jaar dat doet. U kunt zich de lol voorstellen. Een van de potentiële bouwers was een Rooienaar met een Mediterrane achtergrond en die was enkele dagen na die bijeenkomst al naar het bouwterrein getogen met wat planken en palen om daar te beginnen met zijn plannen: je kon maar beter op tijd zijn!

Uiteindelijk bleven er 23 serieuze gegadigden over. Onder leiding van projectleider Jan Noordman en samen met verschillende architecten begonnen de plannen vorm te krijgen. Ook Piet Blom is in het begin van het project betrokken geweest, hij was toen echter al ziek en tijdens de realisatie van het project is hij overleden. Zijn taken werden overgenomen door Postma. 

De grondvorm van het totale plan was een nier (organische vorm), de percelen werden ingetekend (geen lange rechte lijnen) en verdeeld en langzaamaan ontstonden definitieve plannen. Het vasthouden aan de principes van de antroposofie in de bouw was niet bij iedereen even gemakkelijk, dat heeft tot een meer dan gemiddelde ontwerptijd geleid, maar uiteindelijk waren er dan toch 22 woningen getekend. 22? Er waren toch 23 serieuze gegadigden? Jazeker, maar ééntje trok zich in een laat stadium terug en toen had iedereen al een huisnummer gekregen. Je kunt het nog steeds zien: huisnummer 2 op de ‘Bolle Akkers’ ontbreekt. Die nummering is ook een verhaal apart: de woningen zijn gesitueerd rond een drietal pleintjes (noord, midden en zuid), verbonden door een noord-zuid as met zichtlijn, en als je in het midden de wijk ingaat, zijn links om lopend alle woningen na elkaar genummerd (1,3,4,5,6,7….enz.) tot je weer op het zelfde punt uitkomt, bij nummer 1. Niet dus zoals gewoonlijk aan de ene kant even en de andere kant oneven nummers. De naam ‘Bolle Akkers’ past natuurlijk ook mooi in het verhaal: een bolle akker is een akker die in het midden hoger is dan aan de zijkanten. Dat komt door het wegwerken van grond langs de randen van de akker, naar het midden toe, ter voorkoming van wegspoelen van aarde en mest in de sloten om de akker heen. Een organische vorm dus, exact passend bij de verkaveling en bebouwing van de wijk.

Het resultaat is een mooie wijk met apart vormgegeven woningen, die met elkaar gemeen hebben dat er veel aparte lijnen zijn, geen recht toe recht aan architectuur, overwegend lichte (pastel-) tinten, een evenwicht tussen hout en steen (natuurlijke materialen, geen kunststof), vormgeving door gebruik van lichte versus donkere voegen tussen de stenen, waardoor extra lijnen zijn ontstaan in de gevels en een rustieke uitstraling. Het terrein is niet afgegraven naar overal dezelfde hoogte, één van de huizen staat zelfs als het ware op een terp.

De wijk is begin jaren 90 ontstaan, dus zo’n dertig jaar geleden. Niet alle bewoners van het eerste uur wonen er nog. Er is natuurlijk verloop door overlijden, maar ook omdat mensen verhuisd zijn en hun woning hebben doorverkocht. Een aantal van de bouwers wonen er nog, en nog altijd met grote tevredenheid.

Ten zuiden van de ‘Bolle Akkers’ ligt nog altijd een woonwagenkampje. Op dit stukje terrein staat nog één woonwagen en eerdere plannen om iets te doen met dit stukje grond in het groen hebben tot niets geleid. Dat betekent niet dat er geen plannen zijn in de buurt van de ‘Bolle Akkers’: de groenstrook ten oosten van de wijk, grenzend aan de Neul (de overstort van de Dommel) wordt in de nabije toekomst aangepakt. Sloten worden verbreed (denk aan het Droge Voeten Plan) waardoor er een verbinding komt van de afwatering van het hemelwater uit de wijk Kienehoef naar de Neul, de brug die fietsers en voetgangers over de Neul zet richting sportvelden en dorp (en v.v.) wordt vervangen en deze brug wordt verplaatst richting de ‘Bolle Akkers’. In de groenstrook zijn plannen voor twee wilde bloemen tuinen. Een tip voor een mooie wandeling: in die groenstrook tussen de ‘Bolle Akkers’ en de Neul staan drie beelden, twee van Da van Daalen uit 2006 (‘Verloren stad’ en ‘Licht’) en één van Adri Verhoeven (Afrikaans verlangen). En werp ook even een blik op de druivenranken achter een van de woningen. Je ziet er de wijn als het ware groeien! Alles bij elkaar zeker de moeite waard.

Bovenstaand verhaal is opgetekend dankzij de verhalen van Dick Swinkels. Voor meer verhalen in de reeks Roo(i)skleurig: www.Rooiscultureelerfgoed.nl/projecten.