
Koken met honden
ColumnSint-Oedenrode - “Onze hond eet alles”, zei een badmintonvriend tijdens een verjaardag van onze voorzitter. “Oh, dan breng ‘m maar als mn vrouw kookt”, was de reactie van een niet nader te noemen andere badmintonvriend.
Door: Arne van de Wijdeven
Koken. Ik heb er niks mee. Ik ben meer van het opeten. Wat dat betreft ben ik wel een makkelijke eter. Zelfs vroeger toen er nog tuinbonen, bloemkool, en peultjes op tafel kwamen. Daar ging dan een halve pot appelmoes overheen. Liefst van Koeleman. Daar krijgen wij nog kerstkaarten van als dank voor de omzet. Peultjes trouwens. Peultjes die noemden ze bij ons in lokaal dialect hawkes. En tuinbonen? Dat was een mooie joh. Die heetten bij ons flodderbonen. Flodderbonen echt waar! Dus al ver voor de tijd van Johnny, Kees, Kees, Toet, Henkie, opa, Sjakie en Ma hadden wij al Flodders. Gewoon op het bord. Bomvol gezondheid. Maar zonder appelmoes echt niet weg te krijgen. Oei wat smaakten die krengen goor. Tegenwoordig vind je die dingen nog wel eens terug in je Pokebowl. Maar dan slechts 10 seconden gegaard. Maakt een groot verschil.
Wat ook een verschil maakt is welke sausjes over je fijne vleesgerechten gesmeerd worden. De lekkerste biefstuk smaak voor mij als radio-actief chemisch afval uit de kliko zodra je er mosterd overheen doet. Ik weet niet wie uitverzonnen heeft dat mosterd eetbaar zou zijn. Wat mij betreft is het net zo eetbaar als purschuim, stekkerdoos of een badmintonshuttle.
Dan nog zo een etensverpester: lever. Lever! Zelfs met een zwembad appelmoes krijg ik dat niet weg. Zelfs al voor dat de film Silence of the lambs uitkwam had ik al bepaald dat lever niet in mijn schijf van vijf thuishoorde. Zelfs niet met flavabonen. Vraag maar eens aan je opa en oma of je ouders van boven de 70. Die kregen iedere dag een hap levertraan. Nou ik weet wel waar dat woord traan in levertraan vandaan komt. Ik krijg al tranen in mijn ogen als ik terugdenk aan hoe ik na een dagje fijn buitenspelen keihongerig thuiskwam. Wat eten we? Krieltjes met lever was het antwoord. Nou je kon me ter plekke bij elkaar vegen en naar de revalidatie brengen. Nog steeds valt er een arm van mijn lijf van pure ellende als ik die zooi moet eten.
Gelukkig hadden wij ook een hond.














