Afbeelding
Foto: Jos van Nunen 2024

Cal Ambre: Brouwen of bakken?

Column Column

Sint-Oedenrode - “Waar de brouwer is, daar hoeft de bakker niet te zijn”, zei een lokale kastelein toen ik m vroeg waarom er niets te eten was bij mijn overigens heerlijk en vers getapte bier. Nu snap ik trouwens ook pas goed waarom ik na het nuttigen van wat biergenot altijd een kilootje of wat aankom. Dat ligt vast niet aan het bier zelf maar veel meer aan de eromheen meegegeten heerlijkheden uit de frietpan of de chipszak. Een pakket aan kaasjes en worstjes doet het dan trouwens ook wel goed moet ik zeggen. Nu kom ik vanuit een generatie waar chipsbakjes pas op zaterdagavond uit de kast mochten komen. En snacks? Snacks die kenden wij pas eind jaren 80, toen ik al op een mooi gezond gewicht volwassen was geworden. Friet dan? Friet dat werd thuis zelf gemaakt. Op zondag. Als ons pa Duits voetbal zat te kijken. Ik zie het nog voor me. Ons mam schilde dan aardappels die zo groot leken als een basketbal. Die werden dan 1 voor 1 in een apparaat gelegd wat het meeste weg had van een ministrijkplank met een soort van gaspedaal erbovenop. Met een ferme klap op het gaspedaal werd de strijkplank in elkaar gemept en daardoor knalde de aardappel door een rooster van messen. Het resultaat? Ongebakken friet aan de achterkant. Dus zo wordt dat gemaakt? Aha. De frieten gingen een theedoek in en na een tijdje mochten ze, droog en wel, in het volgende apparaat. Ze werden niet 1 maar 2 keer gebakken in een enorme zwarte pruttelpan die een kabaal maakte alsof je in een keer 400 meter bubbeltjesplastic onder een betonvrachtwagen kapotrijd. Tadaa, je had friet. Helaas niet net zo knapperig en gebruind als die van de lokale frietboer, maar wel vanuit eigen pan. Soms waren ze nog wat zacht. Zelfs met een kwak appelmoes waren het dan geen plezierbrengers, maar afijn, friet is friet. Nog steeds eten wij thuis de friet zonder een pilske erbij. Want ja, waar de (friet)bakker is, daar hoeft de brouwer niet te zijn.