
Rooise Streken 49: Sparen en verzamelen
Roois nieuwsSint-Oedenrode - Een groot geel spaarvarken
Zowat alles wat men vroeger kocht moest met contant geld worden betaald en zodoende had iedereen wel wat geld in huis. Zij die wat geld overhielden legden dat in de linnenkast onder het stapeltje ondergoed of ergens in de bedstee. Er werd vaak gesproken over geld in een oude sok maar ik heb nog nooit gezien dat daar geld uit kwam. In de meeste sokken zaten trouwens alleen maar gaten. ‘Wanneer we jarig waren gingen we bij Narus-oom langs’, vertelde een echte Rooise. ‘We kregen dan een verweerde, knoestige hand. Dan mompelde hij ‘wacht maar efkes’ en stommelde het trapje naar de kelder af. We hoorden een paar plavuizen verschuiven en na enig geritsel stommelde Narus-oom het trapje weer op en gaf ons met stralende ogen een gulden.’ Dat was toen, in de jaren vijftig, een flink kapitaal en de gang naar zijn oude vervallen huisje dus dubbel en dwars waard. ‘Voor in de spaarpot’, zei hij dan. Wanneer er, zoals na een verjaardag, soms een beetje geld gekregen was, ging dat in een groot geel varken van aardewerk. Dat varken stond prominent in ’t zicht; midden op de schouw langs het kruisbeeld van Onze Lieve Heer. Onder `hoog toezicht` zogezegd. Op de bolronde buik van het beestje was een papiertje geplakt met duidelijke blokletters; ‘Van Antoontje, afblijven!’ . Zodoende nodigde dat oma’s en opa’s en overige bezoekers uit om van tijd tot tijd iets in de forse gleuf in zijn rug -zonder spek- te stoppen. Daar kwam nog eens bij dat die gele snuiter voor de huiselijke overheid goed zichtbaar was. Plunderingen door snoeplustigen werden op die manier uitgesloten. Ondanks al die voorzorgsmaatregelen vorderde ’t spaarbedrag maar langzaam. Zat ’t varkensbuikje uiteindelijk ongeveer vol dan werden de financiële ingewanden uit zijn lijf geschud en werd de gang naar de Boerenleenbank gemaakt. Daar verdween het ‘kapitaal’ in een mum van tijd, via de handen van een jong meiske, in een bak met enorm veel geld.
Plaatjes sparen voor leuke en informatieve boekjes
Voor we thuis waren gingen we nog bij de sigarenzaak van Piet van Gerwen aan de Lindendijk langs om sigaretten voor pa te kopen. Op elk pakje zat een hondenplaatje en die plaatjes spaarden wij. Het hondenalbum was al gauw gevuld want vader was een hondenliefhebber. Al bladerend door dat boek zag je een enorme variëteit aan hondenrassen; kleine en grote honden, harige bollen en kale keffers, sterke Eskimohonden, politiehonden en bibberige beestjes met strikjes
Kerstaanbieding van Hunter, het sigarettenmerk met de hondenplaatjes.
Er werd van alles gespaard. Wat te denken van de albums van Van Nelle over kabouter Piggelmee of de Volkerenatlas van Faam Pepermunt. Mooie boekjes die zo vaak doorgebladerd werden dat we ze van buiten kenden. Ach, wie kent er niet de eerste regels van het kabouterechtpaar dat bij de zee woonden en daar het tovervisje tegenkomt.
In het land der blonde duinen
en niet heel ver van de zee
woonde eens een dwergenpaartje
en dat heette “Piggelmee”
`t waren heel, heel kleine mensjes
en ze woonden – oh vreeslijk lot
want ze hadden heel geen huisje -,
in een oude omgekeerde Keulse pot
kabouterechtpaar Piggelmee in de Keulse pot
Douwe Egberts gaf ook prachtige albums ui over landen waarover je alleen maar op school of via de radio over hoorde. Prachtige albums met platen over de Tropen, Canada, Zwitserland en natuurlijk ons eigen land.
Douwe Egberts gaf vanaf 1948 in totaal 14 reisalbums uit, de meesten geschreven door Piet Bakker.
Er waren ook boekjes op rijm zoals die met de avonturenverhalen van Peter Olie (afgeleide van petroleum) van Esso die de olieman uitreikte na aankoop van ‘bronolie’, in Brabant en ook in Rooi vaak ‘bromolie’ genoemd. Wat meteen opvalt is hoe anders er toen geschreven en gesproken werd over mensen van andere huidskleur dan nu. Daar komen we in een kort naschrift onder dit artikel nog op terug.
Hieronder is, om een idee van de tekst en een tijdsbeeld te schetsen, een deel van de oorspronkelijke tekst weergegeven. Peter Olie heeft voor de Afrikaanse kust schipbreuk geleden en zich vasthoudende aan een oliekan spoelt hij op de kust aan. Het hele verhaal telt 18 strofes en is te lezen op de site van de Heemkundige Kring (zie onderaan)..
Omslag van het Essoboekje over de avonturen van Peter Olie
Achter hoge palmbomen
Ziet hij boze mannen komen
Zwart als roet met scherpe speren
Hoe kan Peter zich verweren?
Hij moet mee naar Koning Ojo
Die spreekt tot zijn mannen mooi zo
Ik eet hem op, dat kleine knaapje
Dadelijk na mijn middagslaapje
Hoe Peter huilde om zijn lot
De mannen stopten ‘m in de pot
Om hem als een kip te bakken
Op een vuur van dikke takken
Wat geluk voor onze guit
Het hout is nar en het vuur gaat uit
En Peter vraagt den zwarten man
Naar zijn petroleum-kan
Hij krijgt de kan en keert hem om
Ja, Peter is nog niet zo dom
Als door de olie ’t vuur gaat branden
Klappen de zwartjes in hun handen
De kleine man die zoiets kan
Mag dan direct weer uit de pan
Ter ere van die wonder-brand
Wordt hij koning van het land
Maar omdat hij wil ontsnappen
Laat hij mannen bomen kappen
En voor den kleinen blanken man
Wordt een vlot gemaakt dat varen kan
Al bladerend door die plaatjes, boekjes en bundels valt het wereld- en mensbeeld op zoals dat in de jaren vijftig en zestig werd voorgeschoteld. Niet alleen via die verzamelalbums maar ook bijvoorbeeld in jeugdboeken zoals Sjors en Sjimmie, Kuifje (Kuifje in Afrika) enz. Niemand vond dat toen vreemd. In woord en beeld kwam de ongelijke benadering van mensen met een andere huidskleur of ras als een vanzelfsprekendheid naar voren. Slechts een enkeling plaatste een kritische noot. Zo staat de schrijver van Puk en Muk, Frans Fransen, terecht stil bij de onmenselijke slavenhandel. Wellicht is dat mede een verklaring waarom bij een grote groep dit foute mensbeeld hardnekkig in stand blijft. Een mogelijke verklaring, maar beslist geen excuus
Fragment uit Puk en Muk door Afrika, deel 1
Ook zegeltjes, punten, lucifermerken en zelfs soldaatjes sparen
Er werd wat afgespaard, het lijkt wel een verslaving geweest te zijn. Kwatta-soldaatjes van de gelijknamige chocoladerepen waren geliefd. Voor vijf afbeeldingen van soldaatjes kreeg men één gratis reep of men kon ook sparen voor gratis buigbare soldatenpoppetjes. Vooral de punten van Douwe Egberts koffie en thee werden en worden nog steeds gespaard. Menig huishouden telt kopjes en schoteltjes, een koffiemolen en later het onverwoestbare koffiezetapparaat, allemaal bij elkaar gespaard met DE-punten. In grotere steden – niet in Rooi dus – kwamen zelfs DE-winkels om te punten in te wisselen voor de spaarartikelen. Klanten stonden er in de rij.
Soldaatje van Kwatta
Nederland is een land waar bij uitstek punten bij allerlei artikelen worden verzameld, uitgeknipt, ingeplakt. Mogelijk denken ze in het buitenland dat er bij ons een paar steken los zitten met onze zegeltjes, spaarpunten en kortingsbonnen. Over steken gesproken. Er is ook een periode geweest dat iedereen wel een speldje op zijn jas, hoed of muts had gestoken. Wie spaarde er toen geen speldjes en prikte die op een groot stuk schuimrubber. Duizenden van die prikdingen in allerhande kleuren en vormen. Uren was men zoet met verzamelen en sorteren.
Er werden trouwens ook volop sigarenbandjes, lucifermerken en suikerzakjes gespaard. Dat is geruime tijd een hele rage geweest. Prachtige series konden worden verzameld van vlaggen van landen tot vlinders, vogels en klederdrachten.
Lucifermerken werden en masse gespaard
Voor de missie werd ook gespaard: zilverpapier. Van de kloosterzusters kreeg men dan voor al die braaf gespaarde handenvol zilverpapier dat op school ingeleverd kon worden een prentje met engeltje erop. Nooit gehoord waar dat zilverpapier bleef. Je kon er eigenlijk ook niks mee, behalve over een kam vouwen en dan kon je al brommend tegen die kam een deuntje blazen. Het was in ieder geval een goedkoop instrument. Zo bootsten we samen een hele fanfare na. Maar ja, voor we gingen eten zamelde moeder de kammen weer in en werd de glorieuze harmonie opgeheven. ‘Zo, nu kunnen we elkaar weer verstaan!’, zo beoordeelde ze de muzikale talenten.
Behalve ’t plezier leverde dat verzamelen niet veel op. Behalve dan het verzamelen van postzegels. Daar kon je geld meer verdienen, althans dat werd gezegd werd gezegd. Maar al die postzegelmiljonairs in Rooi weten dit goed stil te houden.
Door: Heemkundige Kring ‘De Oude Vrijheid’, werkgroep geschiedenis
Contact: secretariaat@oudevrijheid.nl
Extra informatie op www.oudevrijheid.nl klik op ‘Publicaties’ en dan op Rooise Streken.






















