Familie Van Nunen is lekker aan het spelen.
Familie Van Nunen is lekker aan het spelen. Foto: Jeroen van de Sande

‘Het is een klein dorpje’

Toerisme

Sint-Oedenrode - Elk jaar weer struinen we de Rooise campings af, op zoek naar de mooiste verhalen. Wat beweegt de mensen naar Sint-Oedenrode? Is het de eerste keer of komen ze al jaren hier? En wat maakt Rooi zo mooi? Tegen de grens met Son en Breugel ligt een minicamping die 32 jaar geleden ook al bestond: ’t Vressels bos. Het is altijd de moeite waard om daar ook eens te gaan kijken.

Door: Jeroen van de Sande

Toen ik klein was kende ik de Vresselse bossen als mijn broekzak. Ook de wegen eromheen kan ik sindsdien dromen en dat komt goed uit wanneer ik zie dat de Vresselseweg is afgesloten. Het is donderdagmorgen en ik ben op weg naar minicamping ’t Vressels bos van Antonie en Judith Sanders. Antonie is de stoep aan het vegen en hij roept Judith er ook bij. Ik sla de koffie af, omdat ik het idee heb om de campingplaatsen te bezoeken voor een verhaal, maar voor we het weten staan we ruim een kwartier te buurten. Antonie en Judith zijn een gezellig koppel en dus gemaakt om een camping te runnen. Al komt er natuurlijk meer bij kijken. “Het is echt hard werken. Dat onderschatten mensen wel eens”, zegt Judith.

Kinderen van vroeger
“Nu de zon weer begint de schijnen, begint ook de telefoon weer te rammelen”, merkt Antonie op. Zijn twinkelende ogen verraden dat hij daar wel blij mee is. “Ze vragen dan of er nog plek is. Soms zijn mensen op doorreis. Dan komen ze uit het zuiden en willen ze nog een extra rustplek voor ze doorrijden naar het noorden of midden van het land.” Op camping ’t Vressels bos komen gezinnen, maar ook stellen, eigenlijk is het altijd een mooie mix. Maar het zijn altijd mensen die van het kleinschalige houden. Antonie: “Weet je dat we 32 jaar geleden misschien wel de eerste minicamping waren in de verre regio? Nu zie je overal rode stipjes als je de kaart erbij pakt.” In al die jaren zijn er ook veel gasten die heel veel zijn gekomen. “Soms zien we zelfs kinderen van vroeger die nu met het eigen gezin terugkomen. Dat zegt wel veel toch”, vraagt Judith trots. “Voor sommigen is het hier een soort van thuiskomen. Laatst hadden we een gezin dat na jaren op deze camping eens naar Frankrijk ging, omdat de kinderen ouder werden. Op de terugweg wilden ze toch nog graag een paar dagen hier verblijven. Ze konden niet zonder, haha.”

Thuiskomen
Voor wie deze camping ook voelt als thuiskomen, is het gezin Van Nunen uit Veghel. Ze zijn niet te missen, want hun tent staat vrijwel direct vooraan op het terrein. Wanneer ik er ben, staat oma Tilly met de kinderwagen klaar om met een van de kleinkinderen een eindje te gaan lopen. Dochter Rianne speelt met andere drie, met water, dat kan gelukkig weer. “Mijn moeder is hier in het ouderlijk huis geboren”, wijst Tilly naar de plek waar nu inmiddels een nieuwe woning staat. “29 Jaar geleden stonden we voor het eerst op deze camping. Daarna nog heel veel vaker. Soms sloegen we een jaartje over. Het is hier altijd gezellig en fijn.” Dat vindt Rianne ook. Ze woont met haar vriendin en kinderen in Zeist, maar met liefde richt ze een gedeelte van haar vakantie in om op Vressel aan te leggen.

Judith omschrijft haar camping als ‘een klein dorpje’ en zo kan je het inderdaad zien. Een dorpje dat ze samen met (schoon)moeder op geheel eigen wijze runnen. Met iedereen hebben ze goed contact. “Als je niet oplet, sta je de hele dag te buurten en ’s avonds kun je overal aanschuiven als ze aan het barbecueën zijn, maar we hebben natuurlijk meer te doen”, knipoogt Antonie. Hij geeft toe dat hij soms zelfs een sluiproute naar zijn huis neemt als het druk is. Anders komen de taken nooit af. Voor ik ga wil Judith nog even wat laten zien. “Kijk, zo boeken we de mensen in. Niet op de computer, maar in een schrift. Het werkt super makkelijk.” Ik hou daar wel van en het past bij de omgeving. Niet te moeilijk doen. Goed is goed.

Volgende week en de week erop nog afleveringen van deze rubriek. Dan gaat Freek weer op pad.

Afbeelding
Afbeelding