
Café ’t Groene Woud, ‘Waor ’t goewd is daor moete blève’
Roois nieuwsSint-Oedenrode - Een eeuwenoud café, een plek waar de stamgasten zitten en waar de tijd heeft stilgestaan. De plek waar de verhalen van vroeger herleven en waar de bruine stoelen en tafels nog staan zoals ze in vroeger tijden zijn neergezet. Hoe mooi is dat? Het bruine, gemoedelijke café op de hoek, ze sterven langzaam uit. Maar niet in Liempde, waar café ’t Groene Woud, plaatselijk bekend als café Sien Peijn zijn lange geschiedenis nog steeds uitademt.
Door: Caroline van der Linden
Op een gure regenachtige dinsdagmiddag hebben we er afgesproken met eigenaar Jos Sanders (58) om wat meer te weten te komen over dit nostalgische pand. Na een mooie fietstocht in regenpak komen we aan bij de Kasterensestraat in buurtschap Kasteren. Misschien niet het meest charmant zo’n pak zou de jeugd van tegenwoordig denken. Maar we komen toch maar mooi droog aan en hangen het uit op de terrasstoelen om te kunnen drogen voor de eventuele regenachtige terugtocht.
De vrouw des huizes, Miranda, doet de deur open, vraagt vriendelijk om plaats te nemen aan een van de tafels en schenkt iets te drinken in. “Jos komt er zo aan”, zegt ze. En al snel komt hij van achter het café binnengelopen. Een vriendelijke man, die trots als hij is op de geschiedenis van zijn pand, met een kop koffie gezellig plaatsneemt en begint te vertellen.
“Rond 1800 is herberg ’t Groene Woud gebouwd”, gaat hij van start. “Hier aan de andere kant van de spoorlijn, op wat nu parkeerplaats is. Het werd gebouwd door timmerman Wouter Vorstenbosch wiens zoon Lambertus het in 1845 verkocht. Daarna werd het gesloopt, werd het hier geplaatst en café ’t Groene Woud genoemd. Vroeger kon je op zo’n plekken vaak ook overnachten, omdat ze overal te voet of met paard en kar naar toe gingen. Later gebeurde dit niet meer en werd het dus alleen een café. Destijds was het van de heer Peijnenburg. Hij had drie vrijgezelle kinderen die al op leeftijd waren, twee broers en een zus. De zus heette Clasiena en ging het café runnen. Omdat Peijnenburg haar achternaam was werd ze in de volksmond Sien Peijn genoemd, wat de naam werd van het café. Kijk daar, dat is ze”, wijst Jos naar haar foto boven de schouw.
“Mijn oma woonde hier tegenover en kwam in 1917 als elfjarig meisje bij Sien werken als huishoudster en is er altijd gebleven. In 1937 nam ze het samen met mijn opa over van haar. Sien woonde hier nog tot haar overlijden in 1952. Mijn oma en opa runden samen het café. Spijtig genoeg overleed mijn opa al in de jaren zestig, waarna mijn oma het nog tot 1987 gerund heeft met de kinderen en op het eind nog met een vrijgezelle zoon, mijn ome Jan. Mijn opa heb ik dan ook nooit gekend”, vertelt Jos. “Toen mijn oom in ’87 verongelukte zijn mijn vader en moeder hier ingekomen en woonde mijn oma bij ze in. Zij stierf op 92-jarige leeftijd. Toen ook mijn vader vrij plotseling overleed, heeft ons mam het café met ons als kinderen weer verder doorgezet.” Jos vertelt dat hij opgegroeid is in een gezin van drie kinderen, waarvan hij de middelste is met een oudere broer en een zus. “Tot bijna negen jaar geleden heeft ons mam het hier samen met ons gerund, waarna wij het van haar overnamen. Ons mam werd 75 en ik 50, tijd om het stokje over te dragen.” Er zijn al heel wat jaartallen voorbij gekomen, maar Jos wil er toch nog eentje noemen. In 2017 hebben ze namelijk gevierd dat familie Sanders honderd jaar in het café werkzaam was. Inderdaad bijzonder genoeg om niet te laten ontbreken.
“En zoals het toen was, is het nog steeds”, vertelt Jos trots verder. “Kijk dat opkamertje daar”, wijst hij aan, “dat was vroeger de slaapkamer van ons oma. Vanuit de keuken kon je er komen. Toen ons oma nog leefde sliep ze daar, waarna ze later naar boven ging. Toen mijn vader en moeder het overnamen hebben ze het er uitgebroken en bij het café getrokken. Dat stuk, het zaaltje en het overkapt terras zijn er in de loop der jaren bijgekomen, de keuken hebben we gemoderniseerd en we hebben een paar nieuwe stukken in de vloer gelegd, omdat die anders doorzakte, maar waar we nu zitten is alles nog zoals het was. Overal is wat te zien, van oude pannen, historische foto’s, de koperen bel bij de bar voor het geven van een rondje tot de veelzeggende spreuk aan de wand ‘Waor ’t goewd is daor moete blève’.
“In de zomer zijn we door de weeks en in het weekend open, behalve op vrijdag”, ligt Jos toe. “In de winter alleen in de weekenden en op afspraak. Het is echt een rustplek voor fietsers en wandelaars”, vertelt hij. Begrijpelijk, want het café staat dan ook tegen natuurgebied de Geelders aan. “Ook hebben we een keer een treinwagon gekocht”, gaat hij verder. “Deze hebben we op onze grond gezet en ingericht als bed & breakfast. Dat werkt goed”, zegt hij trots.
Jos geniet van het eigen baas zijn en omringt zich graag met mensen. “Elke keer een ander verhaal, ik geniet er iedere dag van”, zegt hij enthousiast “Elke zaterdag komen de kaarters en spelen ze katten, een kaartspel van vroeger uit deze streek. Er zijn er bij die bijna negentig zijn en al van kinds af aan hier komen. Het tafelblad waaraan zij altijd zitten is zelfs lichter dan de andere tafelbladen door het vele schuiven van de armen tijdens het spel. Zij weten dus vast nog veel meer van de historie dan ik”, lacht hij.
“Wat ik nog wel weet is dat ze vroeger met carnaval allemaal met stropdas binnen moesten komen, zonder kwam je er niet in. Dan hadden ze hier een lang ijzerdraad door het café hangen en werden bij binnenkomst alle stropdassen afgeknipt en aan de draad gehangen. Er volgen nog meer anekdotes op deze regenachtige dinsdagmiddag, dus kletsen we gezellig nog even verder.
Hierbij kan het weetje over de naam ’t Groene Woud natuurlijk niet ontbreken. “Ons café heet zo, omdat het van oudsher van herberg ’t Groene Woud komt, dat is niet zo spannend”, zegt hij. “Maar wat leuk is is dat het hele gebied tussen Eindhoven, Den Bosch en Tilburg pas later ’t Groene Woud werd genoemd. Iedereen kent dat nu, maar het is afgeleid van hier”, legt hij uit. “Toentertijd hebben ze in ons café vergaderd en daarom is het zo genoemd.”
Leuk om te horen hoe Jos verhalen ophaalt van vroeger. Hij heeft het duidelijk prima naar zijn zin in zijn oude gemoedelijke café. Hij zal dan ook met veel plezier zijn familienaam die al meer dan honderd jaar hieraan verbonden is, nog even doorzetten.” Want ‘Waor ’t goewd is daor moete blève.”

















