
Het Martinuskerkhof: de ‘mooiste’ wijk van Rooi
ReligieSint-Oedenrode - De parochie Heilige Oda beheert meerdere kerkhoven, alle, zoals bijna overal in den lande, dichtbij een kerk of bij een gebouw dat ooit een kerk was. En zoals de parochie al die kerkhoven rijk is, zo is deze ook hetzelfde aantal kerkhofploegen rijk. Bestaande uit (voornamelijk) trotse mannen die het hele jaar door zorgdragen voor het onderhoud want al die loyale en enthousiaste vrijwilligers hebben allemaal dezelfde missie; ‘ons’ kerkhof moet er netjes bij liggen!
Door: Lambert Verhoeven
Vandaag, dinsdag, zijn we op bezoek bij de kerkhofploeg van Sint-Martinus, het grootste kerkhof van de parochie. De mannen bogen inmiddels allen op een respectabele leeftijd, zijn sinds korte of langere tijd uit hun carrière gelopen en kijken twaalf keer per jaar weer uit naar het einde van de maand wanneer Vadertje Staat hen een mooie donatie verschaft voor hun bewezen diensten in de maatschappij. En waar ze natuurlijk ook vaak zelf tientallen jaren aan hebben bijgedragen.
Ook hier heeft de herfst in alle hevigheid toegeslagen met een bombardement aan kleuren. De hemel is loodgrijs, het miezert, als je nu nog wilt ontkennen dat de herfst is binnengevallen. Ik heb een afspraak met ‘meewerkend voorman’ Theo Jansen. Geen man die vanaf een centraal punt op een sinaasappelkistje met een scheepstoeter bevelen staat te roepen. Hij is ook nog eens lid van de kerkhofcommissie. ‘In dit land moet nu eenmaal ook regelmatig worden vergaderd.’ Je moet enige moeite doen om hem te ontdekken, al harkend, want je verstoppen op dit kerkhof is een fluitje van een cent. De hark wordt even weggezet: ‘Kom, ik geef je een rondleiding.’ Theo vertelt makkelijk en informatief. Hij heeft hart voor de zaak, dat merk je al snel. Tussendoor probeer ik ook nog wat vragen te stellen. Veel mensen gaan eerst aan de slag na hun pensioen maar Theo niet, hij maakt inmiddels al de 41 jaar vol. Hij stond niet aan de wieg van dit kerkhof want anders had hij er in 1850 al bij moeten zijn. Meerdere beuken wel want die tikken dus inmiddels wel meer dan anderhalve eeuw aan. Het nieuwe gedeelte is vijftig jaar jong.
‘We werken elke dinsdagmiddag en zijn met zijn tienen. We starten om 13.00 uur en eindigen om vier uur, inclusief een rondje koffie. Er zijn ook mensen die zowat elke dag aan de slag zijn, want met één dinsdagmiddag red je het vaak niet. Die werkers hebben aparte taken zoals de grintpaden onderhouden.’ En dat je het niet redt in één middag, dat begin ik te begrijpen als ik er spijt van begin te krijgen dat ik mijn wandelschoenen niet heb aangetrokken. Maar liefst drieduizend graven vind je hier op een oppervlakte van tweeënhalve hectare. En hoe je ook begraven wilt worden, je pakt hier nooit mis. ‘We zijn daar ruimdenkend in,’ vervolgt Jansen. ‘Mensen hebben tegenwoordig andere wensen dan vroeger. Kijk alleen al eens naar de soorten afscheidsvieringen en de locaties waar deze plaatsvinden. Het moet natuurlijk wel binnen de sfeer van het kerkhof blijven.’ We komen langs een graf met een glasplaat met wat ornamenten eromheen in ‘vrolijke kleuren’. Verderop enkele monumentale graven, bombastisch. ‘Die gaan hier nooit meer weg,’ maakt Jansen duidelijk. ‘Wist je trouwens dat ons kerkhof een rijksmonument is?’ Mooie, sobere en uniforme graven waar achtentwintig Engelse soldaten, voormalige bevrijders, hun laatste rustplaats hebben gevonden. Van drie is er nog geen naam bekend. Niet de oudste maar wel de bekendste ‘inwoner’ hier is natuurlijk bisschop Bekkers, die op dit kerkhof inmiddels al bijna zestig jaar aan de gewijde grond is toevertrouwd. Jaarlijks worden er tussen de vijftig en zeventig mensen ter aarde besteld en die cyclus is volgens Jansen nagenoeg nooit doorbroken.
Het urnengedeelte is een verhaal apart. Ook hier is de klant koning. Er is een urnenmuur, urnencarrousel, urnenkelder, urnenzuil. Sinds kort behoort ‘duurzaam begraven’ tot de mogelijkheden, ook alweer even in zwang. Al vrij snel ben je onvindbaar en staat je plekje alleen nog maar in de catalogus die je in de Odakapel aantreft. En hopelijk een plekje in iemands hart.
Theo leidt me naar een van de vele imposante beuken en laat me een reuzenzwam zien aan de voet ervan. ‘Indrukwekkend,’ merk ik op. Theo kan zich echter niet in mijn bewondering vinden: ‘Als de reuzenzwam aan de voet van een boom verschijnt, dan is de boom al bijna ten dode opgeschreven want dan zijn zijn wortels al in een terminale fase beland en de boom dus ook. Je ziet ook dat hij veel minder blad draagt dan zijn soortgenoten hier in de buurt.’ Ik was dus iets te enthousiast. Er zijn de afgelopen tientallen jaren al meerdere beuken geslachtofferd of ten slachtoffer gevallen. ‘Maar altijd weer nieuwe teruggezet, die het inmiddels weer goed doen. En kijk daar; een prachtige iep!’ Er klinkt trots in zijn stem, je hebt iets niet kunnen redden maar wel nieuw leven teruggebracht. Dat is natuurbeheer in zijn meest pure vorm.
Tot mijn verrassing zie ik een vrouw aan het harken. Verwacht je niet zo snel in deze toch overwegende mannenwereld. ‘Zij is nog niet zo lang geleden begonnen, moest een aantal zaken van zich afzetten. Je merkt wel, hier werken is ook nog eens therapeutisch,’ zegt hij met een lach maar ook vergezeld van een serieuze ondertoon. ‘En we hebben een dame die ons elke dinsdag van heerlijke koffie voorziet.’ Als er onderhand rook uit mijn stappenteller begint te komen, komen we op de werf uit die enkel duurzaamheid uitwasemt. ‘We verzamelen elk jaar alle bladeren die we composteren en regelmatig omzetten. Zeer waardevolle humus waarmee we het hele kerkhof voorzien en met name rondom de grote, monumentale bomen die leven van dit soort kostbare en kostelijke voedsel. Beter is er niet. Je geeft de natuur terug aan de natuur.’ Op het kerkhof staan maar liefst twintig containers, groen en grijs. Overal langs het gehele kerkhof is een soort gaas gespannen. ‘Dat was een monnikenwerk,’ herinnert Theo Jansen zich. Het weert ongewenst konijnenbezoek. Een van de weinigen dieren die nog niet zijn beschermd, anders had het gaas waarschijnlijk niet gemogen.
Arbeid adelt.
En ora et labora. En waar kun je bidden en werken nog beter combineren dan in deze sereniteit en onder de rook van onze prachtige Martinuskerk die overal zichtbaar is? Tien man die hun mannetje staan, evenals de dames. Ze kennen hun taak. Vandaag zijn ze extra in de weer om de Avond van het Licht de gewenste glans te geven, dit in combinatie met het Feest van Allerzielen. De eerste chrysanten zijn al zichtbaar en de grootaandeelhouder van Handelskwekerij Van Heesch komt ook nog het kerkhof op gestiefeld met een paar potten in zijn hand.
Theo Jansen is ingenomen met zijn mooie en loyale clubke gezanten die elke week met hun nijvere handen en hun groene vingers wapperen. De oudste strijder is 84 jaar jong. Daaronder komt Martien, die dit jaar nog 82 wordt. ‘Ik ben al 81 jaar op de 13e jarig maar dat heeft me nog nooit ongeluk gebracht.’ Hij komt uit Kudelstaart, een dorp onder de rook van Aalsmeer dat je alleen nog in een oude Bos-atlas kunt terugvinden. Als je hem hoort praten, dan is het net of hij daar pas gisteren is vertrokken. ‘Maar ik woon al dertig jaar in Rooi. Mijn dochter zei; ‘Pa, als je met pensioen gaat, dan ga onderhand maar eens aan het werk.’
De werkers hebben het erg naar hun zin, elk seizoen is tenslotte mooi in Nederland. Ze weten van wanten en weten ook dat de koffie nooit lang op zich laat wachten. En we lezen het elke dag in de media; zeker als je ouder wordt moet je aan de gang zien te blijven, zowel fysiek als mentaal. En hier ook nog eens lekker buiten. En je houdt contact met anderen. Steggelen. Sterke verhalen. Lief en leed delen. Kortom, als je eenmaal hier bent ingeburgerd, dan realiseer je je dat je misschien wel bent begonnen aan het beste deel van je leven.
Er zijn echter elke dinsdag nog enkele harken, schoffels over die onberoerd blijven. Of je wilt je op een andere manier nuttig maken, het past altijd hier. Heb je interesse om elke week actief te zijn in deze ‘mooiste wijk van Rooi’? Neem dan eens vrijblijvend contact op met Theo Jansen (0638896151), hij zorgt met alle plezier voor een soepele inburgering en mogelijk zeg je dan al snel: ‘Dit had ik veel eerder moeten doen. Hier ben ik op mijn plek.’
Maar ook op andere kerkhoven van onze parochie, te weten in Breugel, Olland, Boskant en Nijnsel, zijn vrijwilligers voor een langer dienstverband meer dan welkom en zijn er nooit klachten gehoord over de koffie…..


















