John (r) en Mark nemen afscheid van de vrijwillige brandweer.
John (r) en Mark nemen afscheid van de vrijwillige brandweer. Foto: Jos van Nunen 2024

John en Mark nemen afscheid van de vrijwillige brandweer

Human Interest

Sint-Oedenrode - In een brandweerwagen met loeiende sirenes en piepende banden naar de plek des onheils. Dat is waarschijnlijk het meest voorkomende beeld dat je hebt. De brandweerlieden John Foolen en Mark Rijkers van onze Rooise kazerne trokken er heel wat keren op uit. Met hun team stonden ze velen bij in geval van brand, ongevallen en andere noodsituaties. In verband met hun naderende afscheid gaan we bij hen langs. Want deze bevlogen brandweerlieden vertellen ons graag hoe zij dit spannende vak in de jaren ervaren hebben.

Door: Caroline van der Linden

Maandag 30 september is het hun laatste oefenavond. Enorm dankbaar zijn beiden dat ze al die tijd mochten samenwerken met een hecht team dat altijd voor elkaar klaar stond en nog steeds klaar staat. John maakte 25 jaar deel uit van de vrijwillige brandweer, Mark 27. “Bij mij kun je wel zeggen dat het een familieaangelegenheid is”, trapt Mark af. “Mijn opa was brandweerman, twee ooms en een neef. Ik heb zelfs nog een diploma van mijn opa. Bij de brandweer gaan heb ik altijd gewild, maar voorheen woonde ik in Boskant en was de afstand om bij de vrijwillige brandweer te gaan te groot. Toen ik in Sint-Oedenrode kwam wonen, destijds in de Wilhelminastraat heb ik al snel gesolliciteerd. Bij John zit het al net zo in de genen. “Mijn ome Wim zat in Schijndel bij de vrijwillige brandweer. Toen ik op de Coeveringslaan kwam wonen, is ook bij mij het balletje gaan rollen. In eerste instantie wist ik helemaal niet waar ik aan begon, maar ik wilde erbij en zou het zien.”

“In de loop der jaren is er veel veranderd”, gaat Mark verder. “Ik kan me nog goed herinneren dat ik pas een pieper kreeg als ik klaar was met de opleiding. Tegenwoordig krijg je deze meteen en mag je direct mee op stage. Ik vind het wel degelijk een verbetering om meteen al meer betrokken te raken bij het vak.” “Ik begon met koffie zetten”, lacht John. “We reden met een busje achter de brandweerwagen aan om het te brengen. Tegenwoordig mag het busje niet meer narijden of er moet echt een grote calamiteit zijn. Er is nog wel meer veranderd, want voorheen gingen we bij een brand bijvoorbeeld veel sneller naar binnen, nu houden we het betreffende huis/gebouw zolang mogelijk dicht om te vermijden dat er zuurstof bij komt. We gebruiken die tijd buiten om eerst de brandhaard op te sporen. Daarnaast zijn huizen tegenwoordig beter geïsoleerd en ook het materiaal waar meubels van gemaakt zijn is veranderd waardoor er meer rook ontstaat. Dat geeft nieuwe inzichten.”

John vertelt waar hij al die jaren zijn voldoening uithaalde. “Voor mij is dat echt de saamhorigheid, het vertrouwen in je collega’s, dat je samen de klus klaart. Als het erop aan komt hoef je niet te overleggen, het hele jaar door train je samen en dan ga je ervoor.” “Ons korps bestaat uit zo’n dertig mensen”, gaat Mark verder. “Inmiddels hebben we heel wat meegemaakt. Als er een heftige inzet is, bespreken we altijd na wat er gebeurd is. Een stukje nazorg waar bij de brandweer ook altijd wel wat galgenhumor bij hoort om het te kunnen verwerken. Ik kan me nog herinneren toen ik voor het eerst op sollicitatiegesprek kwam dat ze me vroegen of ik ergens tegen kon. Dat wist ik toen nog niet, ik had niet eerder panieksituaties meegemaakt. Ik moest het ervaren. Mijn eerste ongeval vergeet ik nooit meer. Mensen die zeggen dat het hen niets doet, geloof ik niet. Het gaat erom dat je het een plek geeft. Alle plaatsen waar ik ooit grote ongevallen meegemaakt heb herinner ik me. Niet dat ik er last van heb, maar vergeten doe ik het niet. En natuurlijk is het een geweldig gevoel als het lukt om mensen uit een benarde situatie te bevrijden. Als je deze mensen dan nog eens tegenkomt is het een en al dankbaarheid, geweldig toch? Dat blijft bijzonder. Je doet het nou eenmaal om mensen te helpen. Het is een stoere mannenwereld, met tegenwoordig gelukkig steeds meer vrouwen. Open kunnen zijn over je gevoelens is cruciaal”, zegt Mark resoluut.

“Naast heftige situaties, hebben we natuurlijk ook vaak genoeg iets meegemaakt waar we veel plezier hadden”, vult John aan. “Als een inzet te maken had met dieren, konden we vaak onze lol niet op. Zij reageren toch vaak net iets anders dan verwacht. Weet je nog toen er varkens in de put lagen”, vertelt hij met een lach op zijn gezicht. “Eentje hadden we eruit, het varken schudde en mijn collega zat helemaal onder de stront, zelfs tot achter z’n beugel. En die keer in de Diependaal”, gaat John verder. “Toen we drie hangbuikzwijnen moesten vangen en ze in dat busje naar de gemeentewerf brachten?” Een gezellige boel zo te horen.

Na de vele belevenissen dragen John en Mark het stokje na een lang dienstverband bij de vrijwillige brandweer nu over aan de jongere generatie. Na een prachtige periode zwaaien ze af. Dankbaar zijn ze voor hun team en voor de steun die ze mochten ontvangen van hun partners en kinderen. Mark neemt afscheid van de vrijwillige brandweer, maar zet zijn dienstverband als Officier van Dienst (OvD) nog door. Voor John breekt er een nieuwe tijd aan. Zijn pak hangt hij straks definitief aan de kapstok en zijn pieper draagt hij niet meer op zak, maar de herinneringen aan de mooiste reddingsacties neemt hij voor altijd mee.

“John en Mark, hartelijk dank voor jullie jarenlange inzet, het gaat jullie goed!”