Je kunt hem in alle kleuren kopen, als het maar zwart is
Roois nieuws Human Interest Eens een legendarische uitspraak van Henry Ford. De Amerikaan die in 1903 zijn historische autofabriek begon. Hij was dan ook alleen maar in het zwart te verkrijgen, de T-Ford. Van 1908 tot 1927 zijn er meer dan 15 miljoen exemplaren van het wereldberoemde model gemaakt. Theo van de Meulengraaf uit Nijnsel, bekend van de gelijknamige betonfabriek aan de Nijnselseweg, is één van de 136 trotse Nederlanders die er eentje van in zijn bezit heeft. Zijn blauw gespoten T-Ford bereikt dit jaar een leeftijd van 100 jaar.Met een paar krachtige halen probeert Theo zijn Ford aan de praat te krijgen. Na vier keer zwiepen en met enige assistentie aan de knoppen, lukt het hem om het oude beestje te laten pruttelen. Binnen een mum van tijd staat is zijn garage blauw van de rook. Het openzetten van een zijdeur brengt enige verlichting voor de luchtwegen en ook de ogen prikkelen wat minder. Geheel in stijl - Theo heeft zijn klassieke outfit aangetrokken - klimt hij in de cabine en bekwaam stuurt hij de glimmende bolide naar buiten. Trots als een pauw loopt hij om zijn auto heen. Hier en daar poetst hij wat en kijkt hij of alles nog in orde is. “Thuis hadden we vroeger een Adler”, begint Theo. “ Ik vond het altijd reuze interessant. Daarom heb ik me altijd voorgenomen om ook ooit eens een oude auto te kopen. Toen ik en mijn vrouw in Spanje op vakantie waren ontmoetten we iemand die een zelf gerestaureerde A-Ford in zijn bezit had. Hij wist er voor mij ook nog eentje te staan. Samen knapten we die op. Het was mijn eerste Ford.”
Net als de in een later stadium gekochte Buick 1927 staat de A-Ford nog steeds te pronken in het heiligdom van Theo. Zo nu en dan trekt hij er nog wel eens op uit. Theo: “Maar dan moet het wel goed weer zijn, haha. Meestal pakken we dan de A-Ford. Die rijdt namelijk een stuk comfortabeler dan de T-Ford. Hij remt ook veel beter. In een T-Ford rijdt je niet zomaar weg. Die stopt ook niet zomaar. Je moet tijdens het rijden heel ver vooruit kijken, want anders is het echt gevaarlijk. Daarom heb ik destijds speciaal les gehad voor de T-Ford om er in te kunnen rijden.”
De Nijnselnaar en zijn vrouw zijn aangesloten bij de Pionier Automobielen Club en zijn tevens lid van ‘de Diept’, een oldtimerclub uit Baarle-Nassau die bestaat uit bezitters van ongeveer 150 auto’s. Zo’n zes keer per jaar trekken ze er opuit. “We zijn er vrijwel altijd bij”, glimlacht de autoliefhebber. “Dat moet, vinden wij. Anders moet je niet bij een club gaan. Soms zijn het eendaagse ritten, maar ook ooit driedaagse. Zo hebben we meegedaan met de Elfstedentocht in Friesland en de Driedaagse van Ameland. De snertrit in oktober is altijd de afsluiter van het jaar.”
Eenmaal aan de koffie kan Theo nog steeds niet stoppen met het praten over zijn T-Fords of over auto’s in het algemeen. Sterker nog, hij zou er dagen over door kunnen babbelen. Snel grist hij in de woonkamer een paar boeken bij elkaar. Stuk voor stuk naslagwerken over materie op vier wielen. De geschiedenis van de T-Ford komt voorbij, maar ook technische handboeken trekken de aandacht van Theo. “Hier lees ik nog regelmatig in als ik iets moet weten”, zegt hij terwijl hij de bladzijdes door zijn vingers laat knisperen. Ondertussen is de motor van zijn T-Ford aan het afkoelen. Nog een maandje winterslaap…















