Hans Broek in zijn jonge jaren.
Hans Broek in zijn jonge jaren. Foto:

Van dienstplichtig soldaat tot militair attaché in Washington DC

Human Interest

Sint-Oedenrode - De 89-jarige Rooienaar Hans Broek maakte bij de Koninklijke Luchtmacht (KLu) een bijzondere carrière. In 1952 kwam hij als dienstplichtig soldaat op voor zijn nummer en ruim dertig jaar geleden zwaaide hij af met de rang van kolonel. In zijn arbeidzame leven was hij vlieger, zoals mensen bij de luchtmacht een piloot noemen, werkte mee aan de ontwikkeling van de F16 en was militair attaché op de Nederlandse ambassade in Washington DC. In twee delen kijken we met Hans Broek terug op zijn loopbaan. Deel 1: ‘Vlieger Hans Broek’.

Door: Hans van den Wijngaard

“Als jongen wilde ik graag vlieger worden”, vertelt Hans Broek (1934). “Dat was een jongensdroom van me en ik zag bij de luchtmacht wel mogelijkheden om die droom te verwezenlijken. Nadat ik de Mulo-A (redactie: tegenwoordig vmbo-t) in mijn woonplaats Kampen had afgerond meldde ik me vrijwillig aan bij de luchtmacht. Door me vrijwillig aan te melden voor militaire dienst kon ik kiezen bij welk onderdeel ik terecht zou komen. Wie op de oproep wachtte, die werd ingedeeld en had geen keuze. Al snel werd duidelijk dat een opleiding tot vlieger niet mogelijk was met mijn Mulo-A diploma. In de avonduren heb ik toen Mulo-B gehaald en in 1952 kwam ik alsnog bij de KLu. Na de basisopleiding in Nijmegen mocht ik naar de vliegschool in Hilversum en kreeg vlieglessen, uiteraard afgerond met een vliegtest op een Tiger Moth. Met het eerste ‘brevet’ op zak werden we naar de Verenigde Staten gestuurd.”

“In de Verenigde Staten begon de opleiding met drie maandjes afknijpcursus, op de US (reserve) officiersopleiding op San Antonio Air Force Base. Na afsluiting daarvan werd je Aviation Cadet en begon de vliegopleiding. Om te beginnen op Bartow Airbase in Florida waar we met de Piper Cub en de T-6 vlogen. Daarna werden we overgeplaatst naar Webb Air Force Base in Texas, voor opleiding op de T-28, gevolgd door de eerste jet, de T-33 ‘Shooting Star’. Daar haalde ik medio ’54 ook mijn Amerikaanse Wing”, vervolgt Hans terwijl hij steeds weer nieuwe foto’s op het scherm laat zien. “Uiteraard waren we ook voor wat betreft de Nederlandse Luchtmacht nu gerechtigd om de Nederlandse vliegerwing te dragen, dus dubbel feest!”

Met de wings op zijn uniform mocht vlieger Broek voor het eerst plaats nemen in een echte tactische straaljager, de Thunderjet F84-G. Hij kon dan nu wel vliegen, maar een jachtpiloot heeft meer dan alleen vliegvaardigheden nodig. Op Luke Air Force Base in Arizona werd de basisopleiding tot gevechtsvlieger afgerond en daarna keerde Hans in 1954 terug naar huis. “Eenmaal terug in Nederland – als sergeant-vlieger - werd ik in Eindhoven bij het 315 Squadron gestationeerd. Dat was misschien wel de mooiste tijd van mijn leven. Daar vloog ik op de F84-G en de F84-F. Die F84-F was een vliegende baksteen, de motor in die kist was veel te licht. Uiteindelijk heb ik elf jaar op de F84 gevlogen. In die tijd mocht ik ook jonge piloten uit Nederland en België opleiden. Zeker met de Franstalige Belgen was dat uitdagend omdat die in die tijd vaak geen Engels, maar ook geen Nederlands spraken. Die opleiding was op zich best wel spannend omdat er geen tweezitters waren. Je vloog naast de piloot in opleiding en via de radio gaf je instructies. Je moest daarbij altijd voorbereid zijn op een onverwachte manoeuvre van de leerling. Het was een apart vak, maar ondertussen werd je wel een beter vlieger. Om officier te worden, moest ik nog wel mijn HBS-diploma halen, dat (na 2 jaar avond-HBS) in 1956 lukte. Daarna volgde ik in Breda een officiersopleiding, met daarna de bevordering tot luitenant.”

Top Gun
Veel lezers kennen beslist de film Top Gun met Tom Cruise. In die film had de Amerikaanse Navy als eenheid een hoofdrol. Op Nellis Air Force Base, vlak bij Las Vegas, was de USAF evenknie van deze selectieve eenheid gestationeerd, onder de naam ‘Fighter Weapons School’. In 1961 mocht ook Hans deze opleiding volgen. “Dat was bijzonder, de Amerikanen zelf werden alleen maar toegelaten tot die opleiding als ze tenminste 1000 vlieguren hadden op de F-100. Wij hadden nog nooit op een F100 gevlogen en kregen bij aankomst meteen een spoedcursus F100. Met dertig vlieguren startten wij met de Fighter Weapons School opleiding en al zeg ik het zelf, wij konden uiteindelijk redelijk goed concurreren met onze Amerikaanse collega’s. Tijdens die opleiding hebben we echt de tricks en trucs van het vliegersvak geleerd. De F-100 Super Sabre was een geweldig vliegtuig met een oersterke motor!”

Commandant bij het 306 fotoverkenningssquadron op Volkel
Na het vervullen van een aantal andere functies bij de KLu, waaronder de omscholing naar vlieger op de Starfighter, de F104, werd Hans overgeplaatst naar Duitsland. Daar kreeg hij een functie op het hoofdkwartier van de Second Allied Tactical Air Force (2ATAF). Gedurende twee jaar werkte Broek op 2ATAF om daarna in 1971 als Squadroncommandant van het 306 fotoverkenningssquadron op Volkel te starten. “Dat was wel mooi, ik nam het commando over van Majoor van Dommelen (voormalig leider van het F84F Demoteam van de KLu), met wie ik in mijn beginjaren bij 315 squadron in Eindhoven al heel veel had samengewerkt. Het 306 squadron was wat mij betreft het mooiste squadron van KLu, wat je noemt een aparte vliegclub. Ik heb die club met veel plezier geleid. Het is gewoon jammer dat dit onderdeel inmiddels de vele reorganisatie inspanningen van Defensie niet heeft overleefd”, vertelt Hans, die met heel veel genoegen terug denkt aan zijn 306 periode.

“In deze periode was ik ook enige weken te gast op het Amerikaanse vliegdekschip de USS J.F. Kennedy. Als zo’n vliegdekschip in de Europese wateren voer, waren er kenners van het Europese luchtruim aan boord om te zorgen voor een goede communicatie tussen het schip en de regionale verkeersleidingen. We werden op Volkel opgehaald en landden midden op de Noordzee op de Kennedy, dat was een heel bijzondere ervaring. Aan boord werden we dan vorstelijk ontvangen en behandeld”, zo vertelt Hans.

Lees in de volgende krant verder:
“Naar de staf in Den Haag, dat was voor mij als vlieger een ramp”.

Hans, hier in het midden.