
Die oude man in de straat, die elke dag naar zijn tuintje gaat
Human Interest Kwartierke Klets!Sint-Oedenrode - Negentig jaar, maar nog erg jong van geest, vierde hij afgelopen zaterdag zijn verjaardagsfeest. Een oude man in de straat, waarvan de buurt ziet hoe hij elke dag naar zijn tuintje gaat.
Door: Caroline van der Linden
Harrie Oosterholt, sinds tien jaar woont hij op Odendael, maar stapt hij nog dagelijks op zijn fiets om naar zijn groentetuin te gaan aan het Kinderbos. De plek waar hij voorheen woonde. En niet zomaar een tuin, maar zo groot, inclusief een scharrelplek voor zijn kippen, dat hij de hele straat voorziet van allerlei groenten en verse eieren.
Zo’n duizend vierkante meter, tien are. En ondanks zijn hoge leeftijd spit hij nog ieder jaar alles om, zaait en oogst hij en is hij er iedere dag in alle vroegte om alles tot in de puntjes te verzorgen. En het buurten met de voorbijgangers is daar een belangrijk onderdeel van.
Zijn buurtgenoten hebben veel met hem op en zien hem dan ook graag komen. Afgelopen zaterdag op zijn negentigste verjaardag werd hij door hen blij verrast. Zijn tuin, of zoals hij het zelf zegt: “d’n hof”, was mooi versierd met slingers en ballonnen, gedecoreerd met zo’n negentig tuinkabouters en Harrie was het stralende middelpunt.
Als ik bij zijn tuin aankom zie ik tussen het groen al iets bewegen. De overbuurvrouw spreekt me aan en zegt: “Ja, hij is alweer druk in de weer, kom dan gaan we kijken.” Het houten poortje door loop ik al snel tussen de torenhoge stokken waar de mooiste bonen tegenop groeien, zie ik enorme rabarberplanten en zijn de fris ogende kroppen sla niet te missen. ‘’Kijk”, zegt Harrie. “Hier heb ik gisteren preiplanten gezet, in elk pootgat een plant, mooi in een gleuf, dan nemen ze het water goed op”. Met een grote, groene gieter giet hij de gleuf vol met water. De overburen zorgen ervoor dat hij voldoende water heeft. En zo nodig helpen ze hem hier en daar graag een handje mee. Ze hebben een duiker onder de weg, hebben er een slang doorgetrokken, een kraantje in hun garage en als Harrie zegt dat hij weer regen nodig heeft, dan wordt ervoor gezorgd. “Hij kwam hier aanlopen met een kruiwagen met twee jerrycans erin met water. Toen we dat zagen, dachten we: dat kan niet”, vertelt overbuurvrouw Ria. Daar werd dus snel iets op bedacht. “We hebben het wel getroffen met het weer hè”, roept Harrie. “Eerst sproeien en dan die bui d’r nog overheen. Da kan nie mooier. Ik heb zo’n vierhonderd planten gezet en ze groeien gelijk aan”, zegt hij enthousiast. “Heel het Kinderbos weer voorzien van prei”, lacht Ria.
We lopen door naar het achterste gedeelte van zijn tuin, naar zijn geliefde kippen die er in alle vrijheid kunnen scharrelen. Harrie geeft ze wat andijvie blad, want dat vinden ze lekker. “Kijk”, zegt hij. “Eentje heeft er van mij een enkelband om gekregen. Die was te brutaal, hij vocht met de andere kippen en daar werden ze bang van. Ik heb ‘m van die tie wraps om zijn poten gedaan met een stiekje ertussen, dan kan ie toch gewoon lopen, maar niet meer zo snel. Dan gaat ie niet meer achter de andere kippen aan en hebben zij het ook weer naar hun zin. Even het kippenhok controleren. Ik denk dat ze wel weer een paar eieren hebben gelegd. O, het zijn er deze keer maar een paar”, zegt hij. En doet ze voorzichtig in een vierstuks eierdoosje. “Ja, ze zijn al op leeftijd en dan wordt dat toch wat minder”, legt hij uit. ‘’Maar goed, er komt binnenkort weer jonge aanwas en dan zit ik weer goed in de eieren.”
Na een uitgebreide rondleiding over zijn perceel, drinken we even een kop koffie bij de overbuurvrouw en begint Harrie druk te vertellen: “Ik ben een echte Rooise, geboren op de Damianenweg wat vroeger de Heikant was en ben opgegroeid in een gezin met twaalf kinderen, zeven jongens en vijf meisjes. Mijn moeder verzorgde altijd de kippen en de varkens. De varkens die gefokt werden, gingen overdag naar buiten achter de poort. Daar waren kuilen gemaakt en als het flink geregend had gingen ze er lekker in liggen, heerlijk in de modder. Je moest dan wel niet te dicht bij komen, want dan schudden ze met hun kop en zat je helemaal onder het slijk. Voor de mestvarkens werden aardappelen gekookt. In een enorme ketel, waar ook voor het hele gezin de was in werd gedaan. Diezelfde ketel gebruikten we ook voor de inmaak. Als de aardappelen gaar waren, werden ze door een machientje gedaan, kort gemaakt en werden de varkens gevoerd. Mijn vader was boer op de boerderij en met hem ging ik vaak naar paardenkeuringen. Ik ben zelf ook lang keurmeester geweest. We hielpen met van alles mee, want als je kon lopen kon je ook een koe melken. Later werkte ik bij bedrijven als boerenknecht.
Ik heb thuis een hele fijne tijd gehad, veel gelachen. Als we ooit iets aangevangen hadden dan zag ik aan ons vadder dat ie dacht: “Jongens da hedde goed gedan”, mar da kon ie natuurlijk nie echt zeggen. Ons moeder wou straffen. Dan liet ie ons moeder mar hinne doen, mar ons vadder vond da moi, da zag ik wel”.
Ik was bijna zeven jaar toen de oorlog begon. Ik weet nog dat de Hollandse soldaten moesten vluchten en bij ons achter de schuur achter het dorsmachien lagen om voor de Duitsers te schuilen. Op 10 mei,” benoemt hij exact, “kwamen er ook nog vier gezinnen uit Eerde die moesten vluchten. We haalden van alles voor de dag dat ze konden slapen. Toen het weer rustig was in Eerde heeft mijn vader de kar gespannen, al het gerei op de kar, de kinderen erop, sommigen liepen er langs en zo voerden we weer naar Eerde om ze af te zetten bij de molenaar.
Inmiddels ben ik van ons gezin de enige die nog over is. De zesde van de twaalf kinderen die de negentig gehaald heeft. Mijn vrouw Tinie en ik kregen samen vier kinderen, twee meisjes en twee jongens, ons Hariëtte, Ria, Gerard en Martien. Ze waren gisteren allemaal op feest”, zegt hij trots. “Ik heb met mijn vrouw mogen beleven dat we ons zestigjarig huwelijk mochten vieren. Dat kan niet iedereen zeggen, dat was natuurlijk geweldig. In de coronatijd lagen onze twee zoons in het ziekenhuis, waarvan één van hen 28 dagen in coma en aan de beademing. Ik weet nog goed dat ons Tinie zei: “Was ik het maar. Daar had ik geen antwoord op. We stonden machteloos. Onze zoons hebben het gelukkig gered. Mijn vrouw is spijtig genoeg overleden. Een zware tijd. Ik heb in die tijd heel wat koffie gedronken hier op de hoek.” En Harrie wijst naar de hoek van zijn groentetuin. ‘’Dan stonden we daar met bewoners te buurten, in een kring niet te dicht bij elkaar.
En dat buurten kan Harrie niet missen. Dat blijkt, “want vorig jaar waren we ‘m zelfs even kwijt”, vertelt buurvrouw Ria. “Paniek in de straat, want als z’n fiets hier staat en het schuurtje is open, weten we dat ie in zijn tuin is. Deze keer was het schuurtje open, z’n fiets hier, maar geen Harrie. Verschillende buurtgenoten gingen op zoek, maar gelukkig, een paar deuren verderop zat hij aan de koffie. Die oude man in de straat, die aan het Kinderbos elke dag naar zijn tuintje gaat.

















