Jo Oerlemans, vlak voor haar geliefde Ons Huis.
Jo Oerlemans, vlak voor haar geliefde Ons Huis. Foto:

Jo Oerlemans: het gezicht van Ons Huis

Historie

Sint-Oedenrode - Ons Huis is allang verdwenen uit het straatbeeld, maar in de herinneringen van Rooienaren leeft het nog altijd voort. Het historische pand aan de Deken van Erpstraat werd in 2004 gesloopt, maar DeMooiRooiKrant kreeg na een oproep talloze verhalen binnen. In de vele herinneringen zat een gemeenschappelijke deler: Jo Oerlemans.

Door: Nienke Habraken

Voor velen was Jo ofwel ‘Tante Jo’ en later liefkozend ‘Oma Jo’ hèt gezicht van Ons Huis. Haar kinderen groeiden er op, sommigen werden er zelfs geboren; het gezin Oerlemans woonde jarenlang op de bovenverdieping en werkte er praktisch dag en nacht. Hun leven stond in het teken van het bruisende verenigingsleven beneden. “Ons mam was er altijd,” vertelt dochter Annelies.

Van koffie zetten tot gastvrouw zijn bij feesten en partijen: Jo draaide haar hand er niet voor om. “Als ik met mijn moeder door het dorp liep, leek ze wel een koningin,” lacht Ardi. “Iedereen zwaaide naar haar of kwam even gedag zeggen.” Boven was ruim plek voor het gezin. De kinderen speelden in de grote tuin of zwierven door de vele ruimtes die het pand rijk was. Er golden wel duidelijke huisregels. “We mochten echt niet roepen én niet van de trapleuning afglijden,” zegt Annelies.

“In het begin hadden we niet eens een douche. Dan zaten we in een teil in de keuken. Soms kwamen er mensen binnenlopen om een sleutel te halen; dan schaamden we ons.” Het typeert de open inloop die bij Ons Huis hoorde: er was altijd reuring, altijd aanloop, altijd iets te doen. Dat Ons Huis een bruisende ontmoetingsplek was, staat buiten kijf. Jongeren kwamen er voor de populaire zaterdagavondinstuiven; ouderen troffen elkaar bij kaartmiddagen en danslessen; koren, toneelclubs en muziekgezelschappen vonden er onderdak.

De Brabantband repeteerde er, scoutinggroepen, gidsen en kabouters gebruikten de zalen, en in carnavalstijd streek de Rooise Raad van 11 er neer voor een stevige maaltijd. “Die biefstukkengeur bleef nog weken hangen,” herinnert Lambèr zich, de jongste van het kroost. Ook de Jeugdnatuurwacht, de Zevensprong en de zondagschool hadden er jarenlang een thuis.

“Voor de Instuif mocht ik de nieuwste plaatjes ophalen, dat was altijd gaaf. Maar we gingen liever naar de Instuif in Boskant, daar stonden mijn ouders niet op mijn vingers te kijken”, grinnikt Annelies. Ardi voegt daar aan toe: “Er kwam altijd een langzaam nummer en dan wilde je ‘gezellig’ dansen, maar je was altijd bang dat er ineens een zaklamp aanging en één van onze ouders ons betrapte.

Voor de kinderen van Jo betekende wonen in Ons Huis een jeugd vol bedrijvigheid. Ze herinneren zich de grote keuken, de lange slaapkamers boven en de stoet aan bezoekers die de trap op en af ging om het pand te betreden. “Vakantie kenden we amper,” klinkt het eensgezind. “Ons leven speelde zich af in Ons Huis, en dat was eigenlijk al een feest op zich.” Huishoudelijke taken hoorden daar vanzelfsprekend bij. De zalen moesten geboend, stoelen en tafels verplaatst, glazen gepoetst. “Of we uit waren geweest of niet, op zaterdagochtend moesten we meehelpen,” grinniken Annelies en Ardi. Soms bracht dat ook plezier: “Op de zware boenmachine meerijden”, vult Lambèr hen aan.

Jo was voor haar tijd opvallend vooruitstrevend. Ze bouwde als een van de weinige vrouwen een eigen pensioen op en kwam in dienst voor haar werkzaamheden in Ons Huis. Daarnaast stak ze vele uren in het vrijwilligerswerk rond parochie en verenigingsleven. Bovendien was ze, samen met haar man, fanatiek carnavalsvierder. Ook nadat het gezin naar een paar deuren verderop verhuisde, bleef ze zich met hart en ziel inzetten. Na de sloop verlegde ze haar inzet naar Odendael, waar ze op hoge leeftijd nog bij mensen op bezoek ging om een spelletje te doen of gewoon voor wat gezelligheid. Tot aan haar overlijden probeerde ze, zo vertellen haar kinderen, “altijd iets te betekenen voor een ander”.

Afbeelding