
De diepe band tussen Nederlanders en de 101ste Airborne Divisie
HistorieSint-Oedenrode - De Amerikaanse parachutist Red deelde zijn verhalen over de oorlog met zijn vrouw. Op een dag maakte zij ook de reis naar Nederland en dat maakte een onuitwisbare indruk. Ze zette haar belevingen en gedachtes op papier en stuurde het naar een bevriende Rooise familie die ze zelf ook had ontmoet. Dit verhaal is gedeeld met DeMooiRooiKrant. Zo pal voor de festiviteiten rondom Remember September is het een perfect moment om ook de rest van Sint-Oedenrode mee te laten genieten. Een sprong terug in de tijd.
“Het was een onverwachte reis die mijn leven veranderde, een reis die me de verhalen van mijn man Red, een parachutist van de 101ste Airborne Divisie, dichterbij bracht dan ik ooit had gedacht. Tweeëntwintig jaar lang had ik naar zijn verhalen geluisterd – over de sprong die hij maakte op D-Day min één, de gevechten in de Ardennen, en vooral de meisjes die hij in Nederland ontmoette. Ik had naar iedere oorlogsfilm gekeken, gelachen om zijn verhalen over de jaarlijkse bijeenkomsten van de 101ste Airborne Association, en glimlachend geluisterd wanneer zijn vrienden hem “Hello Dolly” noemden. Maar pas toen ik zelf naar Nederland ging, begon ik echt te begrijpen.
Aanvankelijk wilde ik niet gaan. Onze kinderen, Freddy en Colleen, hadden hun eigen zaken; school en werk. Maar uiteindelijk besloot ik toch mee te gaan. De vlucht naar New York was mijn eerste reis per vliegtuig en die was aangenaam, maar de lange wachttijd op de vlucht naar Nederland was verschrikkelijk. Ik voelde me moe en eenzaam toen we aankwamen. De andere gasten werden op het vliegveld opgehaald door hun gastheren, maar wij zouden in een hotel in Eindhoven verblijven en dus was er niemand om ons te verwelkomen.
Maar na wat slaap en een heerlijke maaltijd begon mijn sombere stemming langzaam te veranderen. Tijdens mijn eerste avond in Nederland liep ik naar het station om het te vergelijken met die van ons thuis. Als iemand die twintig jaar bij de spoorwegen had gewerkt, was ik verrast door hoe mooi het was. Ja, Nederland begon een beetje bij me binnen te dringen.
De volgende avond was er een groots kennismakingsfeest in Grandhotel Cocagne. Nederlands amusement, toespraken, en cadeautjes uitwisselen – het hele verblijf stond in het teken van vriendschap en wederzijds respect. Maar het moment dat alles voor mij veranderde, was toen een Nederlandse band binnenmarcheerde. Iedereen stond op, vormde een lange rij met handen op de schouders van de persoon voor hen, en begon te zingen en te dansen. Ik sprong er middenin, omgeven door lachende gezichten van zowel Nederlanders als Amerikanen. Ik voelde de vreugde door me heen stromen.
Maar de echte magie gebeurde toen we met een paar vrienden op ontdekkingstocht gingen en in Sint-Oedenrode belandden. Toen mijn man begon te praten over zijn sprong, iets wat hij waarschijnlijk al tienduizend keer had verteld, werd het voor het eerst echt voor mij. “Hier ben ik gesprongen,” zei hij, wijzend naar de brug. Ik rolde met mijn ogen, denkend dat hij het zich na al die jaren niet meer goed herinnerde. Maar later hoorden we dat de brug inderdaad was verplaatst. Zijn opwinding was voelbaar toen we verder zochten naar de plek waar hij had geslapen en zijn voorraden had bewaard.
Toen we de garage vonden en de vrouw des huizes ons ontving, zag ik hoe de ogen van mijn man glinsterden, om daarna even dof te worden; hij herkende haar niet. Maar ze vertelde ons dat dit inderdaad de garage van Van Hoof was, en dat haar man Piet, de zoon van de eigenaar, was. Toen hij hoorde dat Jo en Toos, de zussen die hij altijd had genoemd, nog steeds in Nederland woonden, begon zijn opwinding terug te keren. Jo werd gebeld en kwam snel op haar fiets. Toen ze door het raam keek, herkende ze hem onmiddellijk. Wat een glimlach!
De emoties liepen hoog op. Er werd gelachen, gehuild, en verhalen werden uitgewisseld. Jo vertelde hoe goed hij was geweest voor hun moeder. Ik hoorde hoe hij ooit een kip meebracht en vroeg of ze die voor hem kon klaarmaken, waarna de kip nog snel een ei legde. Hoe hij beloofde de meisjes te beschermen tegen de andere soldaten en hoe hij die belofte nakwam. Ik voelde een warme gloed door me heen gaan. Ja, misschien was ik wel eens jaloers geweest op de meisjes waar hij over sprak, maar nu besefte ik dat het oprechte vriendschappen waren.
We gingen naar het nieuwe huis van Jo en ontmoetten haar vader. Hoewel hij oud was en Red niet meteen herkende, zag je op een gegeven moment een twinkeling van herkenning in zijn ogen. Er werd weer gehuild. Tijdens deze reis zou ik nog veel meer tranen laten. We bezochten de begraafplaats zodat Red afscheid kon nemen van hun moeder. Ik begon van deze mensen te houden; zij brachten niet alleen mijn man terug naar zijn verleden, maar ook mij naar een nieuwe toekomst vol begrip en warmte. Er waren talloze feestelijkheden voor de 101ste Airborne Divisie in de dorpen die ze hadden bevrijd. In Veghel was er een ceremonie waarbij Prins Bernhard medailles uitreikte. De mannen van de divisie, sommige met wandelstokken, anderen in een rolstoel, stonden op één lijn. Toen ze langs de prins liepen, bogen ze allemaal eerbiedig. Het was een ontroerend moment. Ik voelde een brok in mijn keel opkomen.
We reden in parades door kleine dorpjes, langs straten vol zwaaiende mensen, kinderen die om handtekeningen vroegen, blije gezichten overal. We waren als beroemdheden. Maar ik had niets gedaan; ik was gewoon de vrouw van Red. Toch voelde ik de dankbaarheid van de mensen, vooral diegenen die de oorlog hadden meegemaakt. Ik zag een oude man langs de weg staan, zijn ogen zonder glimlach, verloren in gedachten. Toen ik hem een kushand toewierp, sprongen de tranen in zijn ogen. Dat korte moment van oogcontact zei meer dan woorden ooit konden uitdrukken – het was een gesprek van vijf seconden dat 25 jaar had geduurd.
Een van de meest dierbare bezittingen van Red was een foto van hemzelf tijdens de oorlog, in een kruiwagen met twee meisjes, Anna en Tonnie. Toen we erachter kwamen waar Anna woonde, gingen we naar haar huis. Haar man, die de foto van zijn vrouw en Red al die jaren in zijn portemonnee had gedragen, herkende Red meteen. Anna kwam binnen en herkende Red ook onmiddellijk. We werden opnieuw vrienden met Anna en Gabriel van der Kaaij. Ze hadden zelfs de oude kruiwagen bewaard totdat hij uit elkaar viel, en toen Red vroeg om een nieuwe foto, repareerden hun kinderen hem speciaal voor dat moment.
Tijdens de reis maakten we ook een uitstapje naar Duitsland en Oostenrijk, maar voor Red was er niets belangrijker dan Nederland. Hij had Duitsland al eerder gezien en wilde liever in Nederland blijven. Ik miste hem, zelfs tijdens de prachtige tocht langs kastelen, kerken en de Rijn. Toen ik terugkwam, wilde ik niets liever dan zijn verhalen horen over Bastogne en de Slag om de Ardennen. Daar was hij herkend en bedankte een 75-jarige vrouw hem persoonlijk voor zijn daden. De oorlog had haar alles gekost, maar de bevrijding had haar hoop gegeven.
Bij ons vertrek vroeg Red aan Jo: “Waarom zijn jullie zo goed voor ons?” Jo antwoordde: “Jouw land is nooit bezet geweest, zoals het onze.” En zo wist ik het zeker: er bestaat inderdaad een “liefdesaffaire” tussen de mensen van Nederland en de 101ste Airborne Divisie.”
















