Een beeld van de bevrijding van Sint-Oedenrode.
Een beeld van de bevrijding van Sint-Oedenrode.

Herinneringen aan vrijheid: Mia van de Ven vertelt over de bezetting en bevrijding

Historie

Sint-Oedenrode - Mia van de Ven uit Sint-Oedenrode was zes jaar oud op 17 september 1944, een dag die haar leven en dat van haar familie ingrijpend zou veranderen. Op die dag begon de bevrijding van Sint-Oedenrode, maar voor Mia en haar gezin waren de dagen voorafgaand aan deze vrijheid allesbehalve gemakkelijk.

“Op de ochtend van 17 september 1944 begonnen mijn echte herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Ik was toen zes jaar oud. De oorlog zelf begon eerder, in mei 1940, toen de Duitsers Nederland binnenvielen. Ze bezetten ook Sint-Oedenrode, waar ik woonde, en soldaten werden zonder pardon bij mijn oma ingekwartierd. Als kind van twee jaar oud begreep ik toen nog niet wat er aan de hand was. Voor ons, de kinderen, veranderde er aanvankelijk niet veel. Mijn ouders, die een winkel hadden, vertelden later hoe soldaten vaak langs kwamen omdat mijn moeder meerdere talen sprak. Ze voelden zich bij haar op hun gemak, vooral omdat ze in hun eigen taal konden spreken.
Een van die jonge Duitse soldaten kwam eens enthousiast vertellen dat hij op vakantie naar Duitsland mocht. Mijn moeder dacht toen al dat hij waarschijnlijk naar het oostfront in Rusland werd gestuurd, in plaats van op vakantie te gaan. En dat bleek waar te zijn. Een andere keer kwam er een Duitse officier die eiste dat de foto van Prinses Juliana en Prins Bernhard uit onze winkel werd verwijderd. Maar mijn moeder weigerde; ze zei dat de foto bleef hangen en dat hij het er zelf maar af moest halen als hij dat wilde. De officier besloot te vertrekken zonder de foto aan te raken.
Toen op 6 juni 1944 de geallieerden in Normandië landden, kwam het besef dat de bevrijding dichterbij kwam. Mijn vader begon toen voorbereidingen te treffen om ons gezin te beschermen. Hij groef schuilkuilen, ook wel “foxholes” genoemd, in onze tuin die liep van de Deken van Erpstraat tot aan de Dommel. In eerste instantie begon hij deze kuilen vooraan de tuin te graven, maar hij realiseerde zich dat de buren ze ook zouden kunnen gebruiken. Daarom besloot hij ze opnieuw te graven, achterin de tuin, bij de bijenhal.
Toen de oorlog op 17 september 1944 Sint-Oedenrode bereikte, bleek zijn vermoeden juist. De kuilen voorin de tuin zaten al vol met buren toen we daar aankwamen. Mijn ouders, oma, een oom en zes kinderen, inclusief ikzelf, zochten beschutting in de schuilkuilen achter in de tuin. De geallieerde vliegtuigen vlogen laag over en de Duitsers, die zich 30 meter verderop op een boerderij verschanst hadden, begonnen op hen te schieten. Mijn oudere broers konden boven de kuilen uitkijken en zagen hoe mijn vader snel nog een schuilkuil voor zichzelf groef. We zaten midden in de vuurlinie.
De 101ste Airborne Division, bekend als de “Screaming Eagles”, vloog over ons heen en de strijd barstte los. Onze enige bescherming waren de bijenhal en een haag tussen onze tuin en de boerderij van de zusters. De spanning liep hoog op. Om de zoveel tijd moest iemand uit de kuil om een natuurlijke behoefte te doen, wat snel werd afgehandeld.
Na uren van intense spanning kwam de dochter van een buurvrouw ons waarschuwen dat de Amerikanen naar het dorp onderweg waren. We verlieten de schuilkuilen en zagen parachutisten in verschillende kleuren uit de lucht komen. “Daar komen ze ons bevrijden,” zei mijn vader terwijl hij me optilde. Dit beeld van mannen die uit verre landen kwamen om ons te bevrijden, zal ik nooit vergeten.
Kort daarna marcheerden de eerste Amerikaanse soldaten ons dorp binnen. Vlaggen wapperden overal en de mensen juichten. Een Amerikaanse kolonel kwam naar ons huis omdat er was verteld dat mijn moeder Engels sprak. Hij vroeg waar de Duitsers waren, en mijn moeder wees hem de weg. Mijn vader zei dat deze jongens, die niets met onze oorlog te maken hadden, rechtstreeks op de vijand afgingen om ons te bevrijden. Kort daarna werd de boerderij van de zusters in brand geschoten en mijn vader, als brandweerman, moest meteen uitrukken.
Toen de beschietingen heviger werden, moesten we ons huis verlaten. We trokken met zes kinderen, mijn ouders, oma, en andere familieleden naar de steenfabriek van de heer Werners aan de Nijnselseweg, waar de muren dik genoeg waren om ons te beschermen. We sliepen daar samen met vele andere Rooienaren, en mijn moeder kon in het kantoor van de fabriek voor ons koken. Op een dag nodigde een Canadese soldaat me uit om in een tank te zitten. Ik herinner me nog hoe klein en benauwd het daar was. We voelden ons veilig in de fabriek, maar moesten altijd op onze hoede zijn voor het geluid van naderende granaten. Uiteindelijk, toen de Duitsers verder noordelijk waren getrokken, keerden we terug naar ons huis op de Heuvel.
Na de oorlog werd de bevrijding elk jaar gevierd met vrienden en familie. Ik vergeet nooit de offers die zijn gebracht, en hoe dankbaar we waren voor de vrijheid die herwonnen was. Ook tijdens mijn tijd in de Verenigde Staten bleef ik mijn verhaal delen. Het is belangrijk dat we ons de geschiedenis blijven herinneren, opdat deze niet wordt herhaald.”