Foto: Pixa.bay
Foto: Pixa.bay Foto:

“Wat mijn huisartsenhart hoopt.”

Goed nieuws

Het is een bekend groot probleem dat alleen maar toeneemt: een tekort aan handen in de gezondheidszorg. Professionele zorgverleners en mantelzorgers kunnen de toenemende zorgvraag steeds moeilijker verwerken. Daarom wil een aantal artsen de samenleving activeren om elkaar - vrijwillig - te helpen bij eenvoudige niet-medische zorgtaken. Dit initiatief zou de druk op de zorg kunnen verminderen en sneller hulp bieden aan mensen wanneer ze het nodig hebben. Daartoe hebben de artsen de Stichting Burgerhulpverlening in het leven geroepen. Het is vooralsnog een proef die volgend jaar van start gaat.

Door: Jan & Wenny van der Heyden

Een voorbeeld:
Een ouder iemand is gevallen en kan niet meer zelfstandig opstaan. Dan belt de partner of mantelzorger de hulplijn van Stichting Burgerhulpverlening. De centralist beoordeelt de situatie, checkt of er geen medisch gevaar is en of burgerhulpverlening veilig is. Vervolgens ontvangen vrijwilligers in de buurt een telefonische oproep en gaan voor de veiligheid minimaal twee burgerhulpverleners ter plaatse om de gevallene overeind te helpen. Tenslotte checken de centralist en burgerhulpverleners of verdere zorg nodig is.
Tot op de dag van vandaag wordt bij zulk een situatie in de meeste gevallen via 112 een ambulance opgeroepen, maar vaak is geen echte medische zorg nodig. Burgerhulpverlening moet voorkomen dat ouderen onnodig lang op de grond liggen (want 112-spoedritten gaan vóór) en tegelijkertijd deze dure inzet van zorgpersoneel verminderen.
Andere voorbeelden van vrijwillige zorgverlening die de Stichting voor ogen heeft: --Het resetten van automatische medicatie-dispensers
-Het herstarten van zorgrobots
-Het verwisselen van een opvangzak van een urinekatheter
-Het ophalen van noodmedicatie bij een apotheek
De Stichting Burgerhulpverlening is een initiatief van huisarts Bernard Leenstra en wordt geleid door drie huisartsen, een internist, een SEH-arts, een sociaal-maatschappelijk ondernemer, een basisarts als projectmanager en een IT-specialist. Het idee voor deze vorm van vrijwillige burgerhulpverlening is bij huisarts Leenstra ontstaan toen hij in de weekenden en avonden diensten draaide op de huisartsenpost. Hij moest toen regelmatig op visite bij ouderen die in paniek belden dat ze gevallen waren. Eenmaal ter plaatse bleek dat hij de gevallene alleen maar overeind hoefde te helpen.
Bij een ambulancedienst in Midden-Nederland vroeg dokter Leenstra cijfers op: hoe vaak rukten zij uit voor een gevallen oudere zonder medische hulp te verlenen? Hij rekende die cijfers om naar heel Nederland en kwam op een ruwe schatting van 20.000 onnodige ritjes per jaar.
Volgens Leenstra staan ouderen voor deze eenvoudigere vorm van hulp zeker open. Hij heeft namelijk onderzoek gedaan of dit idee eigenlijk wel zin heeft. Als de Stichting Burgerhulpverlening met de medewerking van vrijwilligers een landelijke dekking zou bereiken, kunnen op deze manier maximaal 80 tot 90 ouderen per dag geholpen worden, zo is uitgerekend.
En, zegt Leenstra in de Volkskrant: “Misschien weet je niet dat drie deuren verderop de eenzame mevrouw Jansen woont. Als je haar nou twee keer hebt geholpen, dan ga je misschien wel langs voor een praatje, zet je haar vuilnis buiten, breng je een pannetje eten langs. Dat is wat mijn huisartsenhart hoopt.”