Jan Kemps
Jan Kemps Foto: Kim Vulders Fotografie
Column

Waarom “je rug sparen” je vaak niet verder helpt

Gezondheid

“Ga rechtop staan.” “Span je buik aan als je iets tilt.” “Bukken met een rechte rug.” “Even niet meer sporten.”

Door: Jan Kemps

Het zijn zinnen die mensen met rugpijn vaak horen. Van collega’s. Van familie. Of die ze zichzelf aanleren. Logisch ook. Als iets pijn doet, wil je het beschermen. Je beweegt voorzichtiger, je houdt je in en probeert vooral te voorkomen dat het erger wordt.

En toch is dat vaak niet wat je rug nodig heeft. Rugpijn is zelden zo simpel als: je rug ontzien. Ons lichaam is niet gemaakt om stil te staan. Het is gemaakt om te bewegen, zich aan te passen en sterker te worden.

Toch gebeurt bij rugklachten vaak het tegenovergestelde. Mensen gaan anders bewegen, voorzichtiger. Ze vermijden bepaalde houdingen, stoppen met sporten en verliezen langzaam het vertrouwen in hun lijf.

Dat voelt logisch. Soms zelfs verstandig. Maar op de langere termijn heeft het vaak een prijs. Spieren worden minder sterk. Bewegen gaat onzekerder voelen. De aandacht voor pijn neemt toe.

En zo ontstaat een vicieuze cirkel: meer opletten, minder bewegen, meer klachten.

Herstel vraagt daarom meestal iets anders dan alleen rust of “goed opletten”. Het vraagt om begrijpen wat er speelt. En om stap voor stap weer te durven bewegen.

Niet roekeloos. Maar ook niet angstig. Misschien is de belangrijkste vraag bij rugpijn dan ook niet: “Hoe voorkom ik beweging?” Maar: “Hoe bouw ik het vertrouwen in mijn lichaam weer op?”

Want je rug is geen breekbaar onderdeel dat je moet sparen.

Het is een sterk systeem, dat vaak precies dát nodig heeft om te herstellen: beweging, vertrouwen en de juiste begeleiding.