
Voor altijd verbonden
CultuurSint-Oedenrode - “Ze kon van niets iets maken,” zegt Jan van Zutphen over zijn vrouw Joke, die in maart van dit jaar overleed. Niet alleen op doek, maar ook in het leven zelf. Joke schilderde bloemen, landschappen en herinneringen vol licht en kleur. Het weerspiegelde haar liefde voor de wereld om haar heen. In december wordt haar werk geëerd in de expositie “Voor altijd verbonden” in Nijnsel. Een tentoonstelling vol mooie werken en de onmiskenbare aanwezigheid van een vrouw die nog altijd dichtbij voelt.
Door: Caroline van der Linden
“Neem een zit”, zegt Jan vriendelijk en ik neem plaats aan tafel in de woonkamer waar Jan en Joke nog niet zo lang geleden veel mooie momenten met elkaar deelden. Omringd door de schilderijen die Joke naliet met uitkijk op de prachtige tuin waar ze zo van hield, gaan we samen in gesprek. Er is meteen een klik, want jarenlang stond Jan als onderwijzer voor de klas. Ontroerd vertelt hij over de aanwezigheid van een van zijn leerlingen bij het afscheid van Joke. “Maar het gaat niet over mij”, zegt Jan, en hij begint te vertellen over het leven van Joke, haar kunst en over de bijzondere vrouw die ze was, een verbindster in alles wat ze deed. “Ze was niet alleen mijn vrouw, ze was mijn maatje, mijn inspiratie en mijn rust.”
“In maart van dit jaar verloor ik haar. Het ging allemaal zo snel dat ik het soms nog steeds niet goed kan bevatten. Veertien dagen, meer tijd zat er niet tussen. ‘Acute leukemie,’ zeiden de artsen. Joke bleef kalm. “Dan heb ik pech gehad,” zei ze. “Dat is mijn lot.” “Ze regelde nog van alles: wat er met de schilderijen moest gebeuren, welke spullen waar lagen, welke bloemen ze wilde op haar kist. Zakelijk, dapper en met een ongelooflijke rust. Zo was ze haar hele leven lang.”
De vrouw achter de schilderijen
Joke werd in 1951 in Gemert geboren als middelste van vijf kinderen. Van jongs af aan was ze creatief. Op kranten, enveloppen of agenda’s, overal verschenen haar tekeningetjes. Na de Mulo en de Mater Amabilisschool ging ze op kantoor werken. Maar haar echte talent lag op een ander vlak. “Toen we trouwden en in Nijnsel gingen wonen, werd ze een zorgzame moeder, iemand die van ons huis een warm thuis maakte”, vertelt Jan met een traan in zijn oog, maar bovenal trots. “Toen onze kinderen klein waren, kreeg ze te maken met een longziekte. De medicijnen die ze daarvoor kreeg, hadden een nare invloed op haar gemoed. Onze huisarts, dokter Frans Alkemade, kwam vaak langs. Op een dag zei hij: “Heb jij een spons, papier en verf in huis? Ga eens schilderen.” Een advies dat haar leven veranderde. Vanaf dat moment legde ze zich vol overgave toe op schilderen, eerst als hobby, later als echte passie”, vertelt Jan. “Ze volgde twaalf jaar les bij Maria Kemps via het Pieter Brueghel Instituut in Veghel, later nog bij Jacqueline KleinBreteler in Zijtaart. Joke was nieuwsgierig, wilde alles leren, van olieverf tot aquarel. Vooral dat laatste lag haar goed. “Met aquarel kun je het licht vangen,” zei ze vaak. En dat licht zat ook in haar karakter.
De natuur als inspiratie
Bloemen, bomen, landschappen, oude gebouwen, dieren, dorpsgezichten, Joke keek anders naar de wereld dan ik. Waar ik dingen vaak pas zag als we er al voorbij waren, zag zij details, kleuren, schaduwen”, vertelt Jan met veel respect voor hoe ze was. “We reisden veel, met onze caravan door Frankrijk en Scandinavië. Daar haalde ze haar inspiratie vandaan: het licht op de Noorse fjorden, de okerkleuren van Roussillon (een schilderachtige streek in Frankrijk) of de stilte van een Frans dorpsplein. Thuis schilderde ze die herinneringen, vaak tot diep in de avond. “Normaal roep jij mij voor de koffie,” zei ik weleens, “maar als jij schildert, moet ik jou roepen.” Ons huis stond vol schilderijen, in mappen, in kasten en aan de muur. Ik dacht altijd dat ik precies wist wat ze had gemaakt, maar toen ze in het ziekenhuis lag, schreef ze nog aanwijzingen voor me op: “In de grote lade liggen de mappen. Deze mag je weggeven en die zijn belangrijk.” Zelfs in die laatste weken dacht ze aan haar werk, aan haar nalatenschap. En dankzij die notities weet ik nu wat ze bedoelde. Want in elk schilderij zit een stukje van haar.”
Joke was een verbinder. In haar familie was ze degene die de zussen bij elkaar hield, de uitstapjes regelde en ervoor zorgde dat iedereen contact hield. Ook in Nijnsel kende iedereen haar als iemand die overal welkom was: bij de yoga, tennis, ZijActief, de gymclub. Overal waar ze kwam, bracht ze warmte. Maria Kemps noemde haar ooit “de verbindster van de schildergroep”. Ze toonde altijd belangstelling voor anderen, voor hun werk en hun verhalen. Die verbinding, tussen mensen, tussen leven en kunst, is wat haar typeerde. Daarom vind ik de titel van deze expositie, “Voor altijd verbonden”, zo mooi”, zegt Jan ontroerd. “Want dat is precies wat ze was en blijft.”
De expositie als eerbetoon
Na haar overlijden vroeg Erry Dortmans van Kunst on Tour mij of ik het goed vond als ze een tentoonstelling zou organiseren. Ik vond het een prachtig idee.” Samen met mensen van De Beckart en pastoor Bryan van de Mortel van de Antonius van Paduakerk wordt het plan nu binnenkort werkelijkheid. Van 19 tot en met 28 december zijn Joke’s schilderijen te zien in de kerk en in De Beckart. Twee plekken die allebei veel voor haar betekenden. De kerk, waar het licht zo mooi valt, en De Beckart, waar ze vaak kwam sporten of kletsen. De opening is op vrijdag 19 december om 19.00 uur, voor genodigden. Daarna is de expositie dagelijks geopend van 13.30 tot 16.30 uur (behalve op 25 december). De toegang is gratis; een vrijwillige bijdrage is welkom en komt deels ten goede aan de organisatie en deels aan lokale goede doelen. De tentoonstelling is zorgvuldig opgebouwd. In de kerk hangen de winterse taferelen, passend bij de kersttijd. In De Beckart vind je thema’s als bloemen, natuur, reizen en haar vrije werk. Elk schilderij vertelt een verhaal: van haar liefde voor de natuur tot haar verwondering over het leven. “Het allereerste schilderij dat onthuld wordt, is ‘Het Bakkerpad’. Een vertrouwd wandelpad in Nijnsel, waar Joke vaak liep, soms alleen, soms met mij”, vertelt Jan. “Wie haar daar tegenkwam, kreeg altijd een vriendelijk woord. Het hoort bij haar, bij ons. Via dat pad, en via haar werk, blijf ik met haar verbonden.”
Joke was 73 toen ze overleed. Ze had nog zoveel willen doen, nog zoveel willen zien. Maar wat ze heeft nagelaten, is van onschatbare waarde. Haar schilderijen zijn niet alleen kunstwerken, het zijn herinneringen aan een vrouw die warmte uitstraalde, in huis, in vriendschappen, in kleur en in het leven. “Als ik nu langs haar schilderijen loop, zie ik niet alleen bloemen, landschappen of mensen. Ik zie Joke. In elke penseelstreek, in elke aquarel zit haar zachtheid, haar precisie en haar liefde voor detail. Ze kon genieten van het kleinste moment: een zonnestraal door het raam, een bloem in bloei, een lach van iemand in het voorbijgaan. Dat vermogen om schoonheid te zien, dat heeft ze ons nagelaten. Via haar werk blijven we met haar ‘Voor altijd verbonden’.”

















