De veteranen spelen nog graag bij vv Nijnsel.
De veteranen spelen nog graag bij vv Nijnsel.

Zestig jaar Veteranen vv Nijnsel, ouder worden mag, maar stoppen hoort er niet bij

Sport Sport

Nijnsel - Zestig jaar kameraadschap, playbackshows en derde helften. Bij de Veteranen van vv Nijnsel draait het niet om de stand of de statistieken, maar om de verhalen die al zes decennia meegaan. Drie vv Nijnsel mannen vertellen over een elftal dat ouder wordt, maar springlevend blijft, een team waarin vriendschap hoog in het vaandel staat. 

Door: Caroline van der Linden

Henk Oerlemans: een geheugen vol verhalen
Wanneer je bij Henk Oerlemans (73) in de Azaleastraat aan tafel schuift, valt meteen op hoe lang hij al met vv Nijnsel verweven is. Hij werd op zijn tiende lid en trok direct de keepershandschoenen aan. Tot zijn 44e stond hij trouw onder de lat, in praktisch ieder elftal dat de club rijk was. “Ik heb álles doorlopen,” zegt hij met een glimlach. Toch speelde hij nooit zelf bij de Veteranen, en ook in het bestuur daarvan zat hij niet. Maar zijn betrokkenheid is er niet minder om: Henk ademt voetbalgeschiedenis.

Hij schuift een vergeeld jubileumboekje van het 50-jarig bestaan naar voren. “Daar staat veel in, meer dan ik me soms zelf kan herinneren,” zegt hij. Met zijn vinger gaat hij langs de namen en foto’s. Jan Klomp, Frans van Rooy… de echte pioniers van de Veteranen. “Het begon met een uitnodiging van Boskant voor een veteranentoernooi”, vertelt hij. “Dat beviel zo goed dat een vaste afdeling ontstond.” Een elftal op leeftijd, maar vooral van kameraadschap. Henk herinnert zich hoe er in de beginjaren gespeeld werd op het “pullenveld”, een noodveld bij het industrieterrein. “Dat was behelpen, maar het hoorde erbij.” Ook de befaamde dubbeltjespot komt voorbij: voor ieder doelpunt, voor of tegen, ging er een dubbeltje in. “Daar werden de feestjes van betaald. Iedereen deed mee, ook wie niet meer actief speelde.” Sommige herinneringen staan hem nog levendig bij. Zoals de feestelijke wedstrijd tegen oud-PSV, waarschijnlijk rond het 40-jarig jubileum. Grote namen als Hans van Breukelen en Berry van Aerle betraden het veld in Nijnsel. “Echt een happening,” herinnert Henk zich. “Een van onze mannen, groot PSV-supporter, stond ineens tegenover zijn idolen. Prachtig om te zien.” Hoewel hij zelf geen actieve veteraan is geweest, voelt Henk zich nauw verbonden. Als penningmeester van de club hield hij decennialang contact met hen. “Ze hadden een eigen kas, maar soms liep dat via de vereniging. Dat werkte met een fijne samenwerking van mensen als Henk van der Vleuten en Martin van der Wijst.” Vandaag de dag ziet Henk hoe het lastiger wordt om een elftal compleet te krijgen. “Concurrentie van de zaterdagelftallen speelt mee. Toch lukt het vaak nét, en dat zegt iets over de kracht van de groep.” Zelf behoort hij inmiddels bij de oudste leden van vv Nijnsel. Meer dan zestig jaar trouw, zonder ooit de binding te verliezen. “De Veteranen hebben altijd voor leven in de brouwerij gezorgd,” zegt hij met twinkelende ogen. “Playbackshows, gekke wedstrijden, skiweekenden… het hield de club levendig. En dat is precies wat je wil.”

Frank van Rooij:
de kunst van samen zijn
Ook vragen we Frank van Rooij (70), een van de oudste nog actieve leden, “een echte old timer”, zoals hij het zelf zegt, om zijn kijk op het team. Wanneer je het met hem over de Veteranen hebt, voel je ook meteen waar de kern ligt: niet in de stand of de uitslag, maar in het samenzijn. “We hadden altijd een flinke lijst met namen,” blikt hij terug. “Maar de uitdaging is om élke zaterdag elf man op de been te krijgen.” Het valt wel op dat dit ook in het verhaal van Henk terugkomt. Maar elke zaterdag komt er toch weer een groep mannen bij elkaar. Sommigen trekken hun schoenen nog aan, anderen zitten liever langs de lijn. Het maakt niet uit. “De bal is niet heilig,” zegt Frank nuchter. “Het gaat om de mensen, de verhalen, het biertje na afloop. Dáár draait het al zestig jaar om. Zo zijn we begonnen, en zo hopen we nog even door te gaan.”
En wie zeker niet kan ontbreken in dit verhaal en kan vertellen over de wortels van de Veteranen, is iemand die er vanaf het eerste uur bij was: Marijn Korsten. Al decennialang de stille motor, de man die de groep mee vormgaf en vele verhalen bewaart. Hem bezoeken in zijn huis aan de Meierij belooft een terugblik naar de allereerste dagen van dit bijzondere elftal.

Marijn Korsten:
een kwart eeuw voorzitter, een leven vol verhalen
Wanneer Marijn Korsten (88) begint te vertellen, lijkt het alsof de tijd even terugspoelt. “We zijn opgericht in 1965,” vertelt hij. “Officieel mocht je pas met je dertig bij de Veteranen. Ik was 28 toen ze me vroegen voorzitter te worden. Een tijdelijke taak, maar ik ben het 25 jaar gebleven.” Hij herinnert zich hoe het begon, met een handvol leden, een stuk of tien. Een paar jaar later waren het er zeventig. Sommigen voetbalden, anderen steunden het team, maar altijd een hechte groep.” Als voorzitter zorgde Marijn voor structuur en sfeer. “We vergaderden altijd stipt om acht uur,” zegt hij streng maar lachend. “En daarna was het tijd voor een pint.” De Veteranen maakten onder zijn leiding de mooiste uitstapjes. Twee keer naar Duitsland, één keer naar Keulen, waar ze tot ieders verbazing het toernooi wonnen. En een reis naar Röpinghausen, waar ze overnachtten met vrouwen en kinderen erbij. “Maar ik weet nog goed dat we bijna wilden vertrekken en het hotel de prijs had verhoogd,” vertelt hij. “Gelukkig was er Frans van Erp, sponsor én speler, die het tekort meteen bijlegde. Zo ging dat bij ons.” Ook hij herinnert zich de playbackavonden waarin hij met zijn rechterhand Mari Rijkers als Roodkapje optrad, feestavonden met orkest, en loterijen waarvan de prijzen door lokale ondernemers werden gesponsord. “En de koude schotels werden zelf gemaakt door Mien van Kessel,” vertelt hij trots. “Geen catering, gewoon eigen werk.” 

De anekdotes rollen over elkaar heen. Zoals die keer dat Piet Voss zich onder de douche drie keer waste, omdat we telkens een nieuwe klodder shampoo op z’n hoofd spoten of de feestavond waar ‘Theo the King’ optrad. Zingen kon hij niet, maar de hele kantine stond op tafel. “Iedereen zong mee, niemand zat nog op z’n stoel,” lacht hij.  

Marijn was meer dan een voorzitter. Hij haalde zijn horecadiploma om de kantine te kunnen openen, floot wedstrijden, inde contributies door op zijn brommer langs de leden te gaan en trainde jeugdelftallen. “Het was mijn club en dat is het nog steeds” zegt hij resoluut en helder van geest. “Altijd geweest.” Als veteraan stond hij zelf jarenlang in de spits. “Ik scoorde vaak,” zegt hij met twinkelende ogen. “Tot mijn zestigste speelde ik nog. Daarna ging ik fluiten. En nu? Nu ga ik nog regelmatig naar het sportpark. Het blijft m’n clubje.” Zijn trots is voelbaar als hij terugdenkt aan dat wat altijd is gebleven: saamhorigheid. “We hadden alles in eigen hand. Een kas, een bestuur, een feestcommissie. Als we iets te kort kwamen, spraken we Henk aan en kwam het goed. Iedereen hielp elkaar. Dat is wat de Veteranen bijzonder maakt.” 

Zestig jaar later kijkt hij op zijn achtentachtigste met een glimlach terug. “We hebben plezier gehad, véél plezier.” En dat is eigenlijk nooit veranderd. De bal rolt misschien wat langzamer, maar de verhalen worden alleen maar mooier.