
Waarom je lijf eerder is dan je hoofd
ColumnSint-Oedenrode - “Er is niks te zien op de scan.” Vaak bedoelen we dan: mooi, opgelost. Alleen voelt dat voor de persoon tegenover me zelden zo. “Dus… het zit tussen mijn oren?” krijg ik dan.
Door: Jan Kemps
Nee. Het zit juist niet alleen daar.
In mijn praktijk zie ik het dagelijks. Mensen met pijn die nergens echt te vinden is. Geen duidelijke blessure, geen schade. Maar wél een rug die zeurt, een nek die vastzit, een lijf dat niet meer meewerkt.
En ondertussen gaat het leven gewoon door. Afspraken worden nagekomen. Agenda’s blijven vol. Niemand die iets merkt.
Werk, sport, gezin, sociale afspraken. Nog even dit. Nog even dat. We zijn er goed in.
En misschien nog wel beter in het verklaren van onze klachten. “Verkeerd geslapen.” “Drukke week.” “Hoort erbij.”
Tot het niet meer “erbij” hoort.
Want wat we vaak vergeten, is dat ons lichaam geen machine is die alleen stuk gaat door iets fysieks. Het reageert ook op alles wat we denken, voelen en volhouden.
Op spanning die blijft hangen. Op een hoofd dat niet uitgaat. Op dagen die te vol zitten en nachten die te kort zijn.
Alleen… dat zie je niet op een scan.
Dus zoeken we vaak verder. Naar iets wat wél zichtbaar is.
Maar juist daar maak ik in mijn praktijk een andere beweging.
Niet nóg een scan. Niet nóg een fysieke verklaring. Maar een stap terug. Breder kijken.
Of wacht ik tot mijn lichaam het voor me beslist?















