
Rooise Klompenklets lacht je tegemoet
CarnavalSint-Oedenrode - Er staat weer een hoop klets op Rooi te wachten. Met een bomvol programma is de Rooise Klompenklets jaarlijks een hoogtepunt. Ook dit jaar schitteren er weer verschillende toppers in de ton. De Narrekap heeft voor de 37e editie een lachwekkend programma in elkaar gezet. Iveke van Gerven is één van de kletsers, het wordt haar derde keer in de Rooise ton. Tonpraten doet ze al bijna 25 jaar.
Door: Freek Vervoort
Wat maakt de Rooise Klompenklets zo mooi?
“Het is een hele leuke zaal om te spelen. Toen ik hier nog nooit gestaan had, hoorde ik weleens van collega’s dat ze het super vonden hier. Dat heb ik inmiddels ervaren. In Rooi is het echt een lachzaal, vrij uitbundig. Je treft ook weleens zalen waar mensen ingetogener zijn. Die genieten wellicht net zoveel, maar dat is voor een tonprater lastiger. Het liefst heb ik dat de mensen door de zaal rollen van het lachen, dan kom je er zelf ook beter in!”
Hoe ben je erbij gekomen om tonprater te worden?
“Ik dacht een keer dat het misschien wel leuk was om te doen. Het grappige hieraan is dat ik vroeger te verlegen was voor een spreekbeurt op school. Nu sta ik voor zalen mensen. Dat begon met buuts voor dorpen, vaak over plaatselijke gebeurtenissen. Later ben ik algemene buuts gaan schrijven en werd door Peter van der Maas overgehaald om in Helmond mee te doen met kletstoernooi ‘De Goeie Toon’. Daar haalde ik de finale en is het balletje gaan rollen.
Waar haal je de inspiratie voor je buuts vandaan?
“Daar ben ik eigenlijk het hele jaar wel mee bezig. Via kranten, internet, het dagelijks leven. Heb zelfs een kladblok op mijn nachtkastje liggen. Als ik wakker word en ergens aan denk, moet ik dat opschrijven. Dat zijn allemaal losse flodders, maar daar verzin ik de grappen bij. Ik ben wel iemand die eerst een typetje heeft en daarbij de grappen zoek. En iets wat je makkelijk kan spelen, dichtbij jezelf blijven. Ik hoef bijvoorbeeld niet een kakmadame te gaan spelen, dat past totaal niet bij mij, haha!”
Hoe ben je in de Rooise ton terecht gekomen?
“Zoals iedereen denk ik: Bert en Mien Termeer. Die hebben mij gezien de ‘De Goeie Toon’ in Helmond en toen kwam Bert naar mij toe. Ook ken ik hun dochter Jannemieke goed via Alpe d’HuZes.”
Is er verschil met vroeger?
“Veel mensen vinden tegenwoordig overal wat van en zijn sneller op hun teentjes getrapt. Ik hou van zelfspot en gevoelige onderwerpen met humor bespreekbaar maken. Toch hou je er rekening mee als je een buut schrijft. Je wil natuurlijk niemand kwetsen, maar dat kan weleens gebeuren. Zeker als je gaat improviseren. Daar was overigens Boy Jansen de koning in, wat mij betreft. Die kan improviseren waar je U tegen zegt. En improviseren is een kwestie van ervaring op doen en meters maken.”















