
Cees van Rossum: Herinneringen aan de man die Rooi kleur gaf
RouwSint-Oedenrode - Cees van Rossum is op 21 juni 2025 op 82-jarige leeftijd overleden. Een week na zijn verjaardag neemt Sint-Oedenrode afscheid van een man die decennialang een bepalende rol speelde binnen het dorp. Niet alleen als onderwijzer en politicus, maar vooral als betrokken en benaderbaar dorpsgenoot.
Bekend om zijn dagelijkse wandelingen, vriendelijke groet en oprechte interesse in mensen, was Cees een vertrouwd gezicht in het Rooise straatbeeld. Zijn trots op Sint-Oedenrode en de inwoners was groot; hij stond het liefst midden tussen de mensen, luisterend naar wat er leefde.
Cees werd geboren op 13 juni 1943. Zijn loopbaan begon voor de klas en vanaf 1973 werd hij het gezicht van de Nederlandse les op de Mulo/Mavo Sint-Jozef – het latere Fioretti College – waar hij 29 jaar lang generaties Rooienaren taal, structuur en soms ook het leven bijbracht. In totaal stond hij 38 jaar voor de klas. Streng maar rechtvaardig, zeggen oud-leerlingen. Met humor, duidelijkheid en grote betrokkenheid.
Cees was meer dan leraar. In 1986 begon zijn politieke loopbaan in de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. Eerst namens DGS, later als onafhankelijk raadslid en vervolgens namens het CDA. In totaal was hij zestien jaar raadslid en – verdeeld over vier periodes – elf jaar wethouder. Tot 2002 naast zijn baan als leraar. Zijn inzet voor ruimtelijke ordening, cultuur en de leefbaarheid van Rooi liet blijvende sporen na.
Een van zijn politieke mijlpalen was de sloop van de garage van Van Boxmeer en de realisatie van appartementen op het Sluisplein. Ook de ontwikkeling van Park Kienehoef tot het Streekpark en de realisatie van de Helden van Kien was belangrijk voor hem. Een plek die Cees nauw aan het hart lag. Vanaf het begin van zijn politieke loopbaan had hij te maken met de plannen voor het park. In 2014, als bijna gepensioneerd wethouder, gaf hij nog de symbolische aftrap van de bouw. Hij noemde het “een passende afsluiting van mijn loopbaan”.
Cees ging, zoals kleindochter Dieke lachend zegt, “drie keer met pensioen”. Eerst in 2002 als leraar. Toen in 2006 na zijn derde termijn als wethouder. En tot slot in 2014, na nog eens twee jaar wethouderschap.
Zijn betrokkenheid hield niet op bij onderwijs of politiek. Integendeel. Cees stond midden in het verenigingsleven. Vanaf 1975, het jaar waarin hij met zijn gezin in Rooi kwam wonen, was hij op talloze plekken actief. Hetzelfde jaar nog zat hij in de Raad van Elf, twee maanden later was hij Prins Carnaval. Hij stond aan de wieg van Stichting Jeugdcarnaval en leidde de Carnavalsstichting Papgat als president tot 1986.
Hij was voorzitter van het Comité ‘Help Boskant uit de brand’ na de brand in ‘82, Sinterklaas en fanatiek deelnemer aan de eerste, tweede én zeker de derde helft bij de Boskantse veteranen en uiteindelijk dertien jaar voorzitter van vv Boskant. Verder was hij trouwambtenaar (2002–2019), voorzitter van Stichting De Boelaars-Hoeve, van het Seniorenorkest Dommelvolk, Stichting D’n Einder en bestuurslid bij Rooi Promotie.
Ook droeg hij bij aan cultuur en historie, bijvoorbeeld via het project over Koster Brock als ‘Schout van Peelland’. Bij de winterkermis in Odendael en op Nationale Ouderendag droeg hij bovendien zijn steentje bij.
“Cees stond graag tussen de mensen,” vertelt zijn vrouw Anny. “Hij was toegankelijk, open, soms streng, maar altijd rechtvaardig.” Ze vormden samen een sterk koppel, dat elkaar vertrouwen en vrijheid gaf. Edith, zijn dochter, noemt hem een verhalenverteller. Zoon Edo herinnert zich vooral zijn warme betrokkenheid en hoe bijzonder het was dat zijn vader in 2007 hem en zijn vrouw mocht trouwen. “Daar was hij ontzettend trots op.”
Cees hield van sport: voetbal, volleybal, tennis, badminton. Na 2002 keek hij vooral. Hij was PSV-supporter en wandelde dagelijks zijn vaste rondje door het dorp. Daarna ging hij vaak naar Helden van Kien, waar het personeel precies wist wat hij dronk. Als hij even niet kwam, werd er bezorgd gebeld. Met Annie genoot hij van reizen, tuinieren en vooral van zijn kinderen en kleinkinderen. Als oppasopa, maar ook als verhalenverteller en toeschouwer bij hun optredens en sportwedstrijden. “We hebben samen een kleurrijk leven gehad”, vertelt Anny.
Zijn tomeloze inzet bleef niet onopgemerkt. In 2002 werd Cees benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 2006 kreeg hij de Gouden Erepenning van de gemeente Sint-Oedenrode. Zijn naam leeft voort in Rooi, onder andere via de Van Rossum Papgat prijs die naar hem is vernoemd: een eerbetoon aan zijn onuitputtelijke inzet voor het carnavalsleven en al sinds 1987 wordt uitgereikt.
Mari Thijssen, oud-wethouder, werkte jarenlang intensief samen met Cees: “Cees was rechtdoorzee, soms zodanig recht dat hij weerstand ondervond. Hij kon anderen soms terechtwijzen als ze hun stukken niet goed hadden gelezen. Daar had hij dan wel gelijk in, maar dan was hij wel eens streng. Hij kende de stukken en de inhoud op zijn duimpje. Zijn dossierkennis was perfect. Zo vroeg hij me weleens dingen die ik dan alweer vergeten was, maar hij kon me altijd helpen om herinneringen weer op te halen.” Hij kijkt terug op een heel prettige samenwerking met Cees. Hij waardeert het tot op de dag van vandaag dat hij hem altijd heeft gesteund met betrekking tot Plan Dotterbloem.
Jeanne Hendriks – Van Kemenade is tevens een oud-collega-wethouder. “Cees was een echte onderwijzer. Hij wist het altijd goed uit te leggen en wist goed waar hij het over had. Cees had goede dossierkennis en een gezonde dosis humor. Hij had ook dat schoolmeesterachtige… Dat moest je soms even vergeten”, lacht Hendriks. “Cees heeft heel erg veel gedaan, veel sporen achtergelaten op een positieve manier. Hij was eigenwijs, maar met goede argumenten kon je altijd verder komen met hem.”
Tot op hoge leeftijd bleef Cees actief. Niet voor de eer, maar omdat hij het belangrijk vond. Voor zijn dorp, zijn verenigingen, zijn familie. Dat hij een leven lang werd gevraagd, is niet gek: Cees had visie, een luisterend oor, daadkracht én een warm hart.















