Frans was ook een fanatiek bridger. Een foto uit 2017.
Frans was ook een fanatiek bridger. Een foto uit 2017. Foto: Stagiar DMRK

Oud-wethouder Frans van den Boomen overleden

Rouw

Sint-Oedenrode – Oud-wethouder Frans van den Boomen is afgelopen 2 november overleden. Van den Boomen zat vele jaren in de gemeenteraad van Sint-Oedenrode.

In 2013 interviewde DeMooiRooiKrant hem omdat hij op dat moment de nestor van de Rooise gemeenteraad was. Dat interview is hier onder terug te lezen:

Frans van den Boomen is sinds 1994 lid van de Rooise gemeenteraad. Daarmee is hij het langst zittende raadslid. Verder is hij ook nog eens het oudste raadslid. Dat alles maakt hem tot nestor van de gemeenteraad. DeMooiRooiKrant sprak met hem over de gemeenteraad, zijn nestorschap en de politiek in het algemeen.

Van den Boomen werd meteen in zijn eerste raadsperiode wethouder. In die tijd maakten de wethouders nog deel uit van de gemeenteraad. Bestuurlijke ervaring had Frans toen al volop. Hij zat in het bestuur van de Brede Welzijnsinstelling. Daarvoor vervulde hij bestuursfuncties bij het Wit-Gele Kruis in zijn toenmalige woonplaats Vorstenbosch en in de ouderraad op de school van zijn kinderen. Politieke ervaring had hij echter nog niet.

Lastige start
“Mijn politieke start was heel lastig”, vertelt Frans aan de tafel in zijn werkkamer. “In 1993 vroeg Joop Bergman me, of ik niet in de politiek wilde. Ik heb me toen in de Rooise politiek verdiept. Na een gesprek met de fractie van de Ouderen Partij bezocht ik een keer een raadsvergadering. Een jaar later was ik lijsttrekker van de Ouderen Partij. Op hetzelfde moment werd mijn eerste vrouw ernstig ziek. Een al jaren sluimerende vorm van borstkanker begon te woekeren. Op 18 maart 1994 overleed zij. Dat was één dag na de afronding van de coalitiebesprekingen. Ik heb haar nog kunnen vertellen dat ik wethouder werd”.
Naast het ontbreken van politieke ervaring en het overlijden van zijn eerste vrouw, had Frans van den Boomen ook nog een fulltime baan als leraar in het Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs. Die werkzaamheden moest hij combineren met het wethouderschap. “In die periode werkte ik acht dagen per week”, zegt Frans nu met een glimlach. Met de steun van de ambtenaren van de afdelingen Sociale Zaken en Welzijn en de toenmalige gemeentesecretaris, John Jorritsma, ben ik die eerste maanden doorgekomen. Na de schoolvakantie ben ik minder op school gaan werken. Zo waren de verschillende werkzaamheden beter te combineren.
Frans bleef tot 2002 wethouder. Daarna kwam de Ouderen Partij, de voorganger van de huidige BVT, niet meer in terug in het college. “Als douceurtje werd ik toen nestor. Dat verbaasde me. Als je in het woordenboek opzoekt wat nestor betekent, vind je dat het langstzittende lid van een gremium de nestor is. Dat was ik niet, in die tijd was Xander van Vessem het langstzittende en het oudste raadslid”.

Dualisme in de raad
In 2002 veranderde er meer. Het monisme maakte plaats voor het duale bestel. De wethouders maakten geen deel meer uit van de gemeenteraad. Zij mochten niet meer meestemmen over hun eigen voorstellen. Ook woonden ze het fractieoverleg niet meer bij. In de tijd dat ik wethouder was, wisten we bijna altijd van te voren al of een voorstel het zou halen. Nu is dat heel anders en kan het zo maar gebeuren dat de coalitiepartijen een voorstel van het college afwijzen.
Als nestor moest Van den Boomen in 2002 zijn weg zoeken. Inmiddels bijna twaalf jaar later heeft Frans een eigen stramien ontwikkeld. Als hij namens de raadsleden iemand mag toespreken, baseert hij zijn verhaal op sterrenbeelden. Hij heeft daarvoor een speciaal boek. De wijsheid uit dat boek combineert hij met persoonlijke eigenschappen van de persoon die hij mag toespreken.
“Als nestor heb je ook de taak om de burgemeester te vervangen als voorzitter van de gemeenteraad. Dat gebeurt maar af en toe. Het komt vaker voor dat ik de raad eventjes voorzit, vertelt Frans. Dan verdedigt de burgemeester, als portefeuillehouder een voorstel namens het college” Een heel bijzonder moment voor Frans was toen hij een hele vergadering mocht voorzitten. Zijn kleinkinderen logeerden toen bij hem en die kwamen even in de gemeenteraad kijken. Zij wilden weleens zien hoe opa met de ambtsketen van de burgemeester de gemeenteraad voorzat.

Voor en tegenspoed
Na bijna vijf raadsperioden kan het niet anders dan dat er dingen zijn veranderd. De wereld stond in die tijd niet stil. Bovendien hebben de zeven vette jaren plaats gemaakt voor zeven magere jaren.
“De grootste verandering in die periode is zeker de overgang van het monistische naar het duale stelsel. Daardoor is de coalitie meer met de oppositie gaan praten. Dat was voor 2002 ‘not done’. Daardoor”, zo vervolgt Frans, “heeft de oppositie nu meer in de pap te brokkelen dan voor die tijd”. Misschien ook wel daardoor vindt Van den Boomen, dat de onderlinge verhoudingen in de loop van de jaren ook steeds beter zijn geworden. “Die waren in het verleden wel eens wat minder”.
“Het raadswerk is veel zorgelijker geworden. In de vette jaren konden we wensenlijstjes indienen met die dingen die we graag wilden bereiken. Nu dienen we nog steeds wensenlijstjes in. Maar het zijn nu lijstjes met daarop dingen die we zeker niet af willen afbreken”, antwoordt Frans op mijn vraag wat er in de afgelopen twintig jaar minder goed is geworden.

Ter afsluiting van ons gesprek vraag ik aan Frans wat hij zeker niet had willen missen. Over het antwoord hoeft hij niet lang na te denken. “Ik had er helemaal niets van willen missen”.