
Rooise ‘wielerprofessor’ Willem van den Heuvel overleden
Human InterestSint-Oedenrode - Willem van den Heuvel uit Sint-Oedenrode is afgelopen week overleden. Dat nieuws bereikte de redactie van MooiRooi en meteen dachten ze daar terug aan een interview van precies vier jaar geleden. Toen ging MooiRooi bij een trotse Willem op bezoek. Hij liet zijn wielercollectie zien en kon er honderduit over vertellen. Hieronder plaatsen we het complete interview nog een keer.
Rooise wielerprofessor maakt eigen collectie
Hoeveel mensen zullen letten op het type fiets waarmee Steven Kruijswijk zaterdag start in de Tour de France? Het merendeel heeft daar geen oog voor. Al helemaal niet voor de onderdelen die samengesteld de racefiets vormen. Willem van den Heuvel wel. De Rooienaar kent ieder onderdeel en is tot in detail daarmee bezig. Vooral met wielrenfietsen van vroeger. “Ze noemen me wel eens gek”, geeft hij toe in zijn mini-museum.
Door: Jeroen van de Sande
Ik was op de hoogte van Willem’s liefde voor auto’s, maar hij heeft een nog grotere passie al kan hij zelf moeilijk een keuze maken, wanneer ik daar naar vraag. Hij prikkelde de wielerfanaat in mij toen hij vertelde over een bijzondere collectie in zijn garage. Een collectie die hij zelf letterlijk en figuurlijk heeft gemaakt. Een collectie waar vele jaren werk in zit. Met de Tour de France in de startblokken van Brussel besloot ik om eens aan te kloppen.
Na het openen van zijn garagedeur kon ik enkele minuten niet praten van verbazing, zo indrukwekkend is zijn verzameling. Van ‘even niet kunnen praten’ heeft Willem over het algemeen geen last. Ik kreeg niet de kans om mijn aantekeningenboekje te pakken, want hij schakelde al van het ene verhaal door naar het ander, in groot verzet. Ik ging in zijn wiel zetten en probeerde bij te benen... De fietsen aan de zijkanten van de smalle doorgang vielen me als eerste op. Pareltjes van vroeger met merken als Pinarello, Guerciotti, Ciocc, Diamant en andere klassieke namen. In kleuren uit tijden van Steven Roche, Gert-Jan Theunisse, Eddy Merckx en Raymond Poulidor, de opa van Matthieu van der Poel. In het oog springt voor mij de oranje Tommasini. Een prachtfiets die een ere-plek heeft gekregen aan de muur. Vooral om technische redenen, zo blijkt, als Willem er over vertelt. “Ik koop fietsen vooral om ze op te knappen in compleet originele staat. Geen barrels, die hoef ik niet. Meestal haal ik ze ergens in Nederland, maar deze heb ik uit Portugal. Voornamelijk om zijn platte spaken waarvan er maar twaalf in een wiel zitten. Dat is heel bijzonder.” Aan alles merk je de vakkennis van de techneut. Bijna geen enkel onderdeel van de verschillende fietsen laat hij onbesproken. Wanneer hij me even later de werkplaats laat zien, begrijp ik pas waarom ze mijn dorpsgenoot soms plagend ‘gek’ noemen. Tientallen wielen, trapassen, kranken, derailleurs, stuurnokken, zadelpennen en nog veel meer andere onderdelen hangen aan de muur. In kasten en bakjes duizenden onderdeeltjes, gereedschappen en benodigdheden om fietsen van 0 tot compleet op te bouwen. Willem laat met hout bewerkte sturen zien die hij zelf heeft vervaardigd. ‘Hoe kan iemand dit zelf maken?’ vraag ik. “Ik heb aan de technische hogeschool gewerkt. Eigenlijk ben ik instrumentenmaker, maar door wat ik geleerd heb, kan ik in principe alles maken.” Dat is wel te zien. Zelf ben ik totaal niet technisch onderlegd, dus ik begrijp niet alles wat hij zegt, maar ik ben geboeid door zijn enthousiasme. “Ik krijg er een kick van als ik al die wielen zie hangen”, onderstreept hij.
Ondertussen lopen we terug naar het museum. “Publiek komt hier niet. Het is eigenlijk alleen voor mezelf en vrienden en familie. Ik zou het mooi vinden als echte kenners eens komen kijken. Zij weten meteen wat ik bedoel en weten misschien wel meer dan ik. Daar leer ik dan weer van.”
Wat minder met detail te maken heeft, maar meer met liefde voor de sport zijn de foto’s en krantenknipsels aan de muren, de anekdotes aangeplakt bij de verschillende renfietsen en de lijst met wielertermen. Mijn sporthart maakt een demarrage en ik verzink in gedachten bij het zien van een beroemde foto van Hennie Kuiper, in de berm tijdens Parijs-Roubaix 1983. Ook de andere foto’s zijn iconisch. “Ik heb zelf ook gefietst”, verrast Willem me. Hij wijst naar krantenknipsels uit begin jaren zestig. “Mijn club was Wilhelmina uit Eindhoven. Ik fietste wedstrijden in de regio en heb wel eens wat gewonnen.” Wat is zijn sterke punt? “Verstand op 0 en zo hard mogelijk fietsen, haha. Ik was middelmaat, maar wie weet wat ik met de juiste begeleiding had kunnen bereiken. Dat was er in die tijd nog allemaal niet.”
Net als carbon. Dat was er ook nog niet. Vandaar dat ik het nergens zie staan of hangen. “Ik wil geen carbon”, is de kenner uitgesproken. “Alleen als je niks weegt is carbon goed. De man op de fiets bepaalt of hij er iets aan heeft. Maar kijk eens op de fietspaden...” Sinds de eeuwwisseling heeft er een immense evolutie plaatsgevonden. Racefietsen zijn geavanceerde machines geworden, aerodynamisch en flitsend. Daar is Willem niet vatbaar voor. Die geniet vooral van klassieke renfietsen in originele staat. En als dat niet helemaal het geval is, dan maakt hij ze wel zo. Als een ware wielerprofessor.















