
Raad vindt Veghel nog lang geen stad
PolitiekMeierijstad - De gemeenteraad van Meierijstad heeft op donderdagavond 3 juli ingestemd met de Toekomstvisie Meierijstad 2040. De visie beschrijft hoe de gemeente zich de komende 15 jaar wil ontwikkelen op het gebied van wonen, mobiliteit, economie, leefomgeving en identiteit. Twee voorstellen van D66 zorgden voor veel discussie in de raadszaal: een motie om Veghel in gemeentelijke communicatie voortaan als ‘stad’ aan te duiden, en een amendement om ook voor Schijndel een scherper toekomstbeeld op te nemen.
Door: Jeroen van de Sande
De motie van D66 riep het college op om in de communicatie structureel te spreken van “de stad Veghel” in plaats van “het dorp Veghel”. Volgens de fractie sluit dat beter aan bij de ambities en het toekomstbeeld zoals die in de visie zelf zijn beschreven, waarin Veghel een stedelijk profiel krijgt met een skyline en een focus op modern wonen en innovatie. “Veghel is in alles al een stad. Het is te groot om nog een dorp te noemen, zeker gezien de economische positie die het heeft in Nederland,” aldus raadslid Hobert van D66. Hij deed hard zijn best om het standpunt te verdedigen, maar al snel bleek dat hij een roepende was in de woestijn.
De motie stuitte namelijk op forse weerstand. Gemeentebelang Meierijstad verwees naar de schooltijd van fractievoorzitter Verkuijlen in Veghel: “Toen was het al geen stad, en dat is het nog steeds niet.” Arie de Zwart (PvdA/GroenLinks) voegde daaraan toe: “Zoiets gaat organisch. Je kunt het niet afdwingen met een raadsbesluit.” Ook de andere partijen zagen weinig in de symbolische herbenaming. “Een plaats wordt geen stad als een raadsmeerderheid dat besluit,” klonk het nuchter. Burgemeester Van Rooij sloot zich daarbij aan: “We zijn een gemeente van 13 kernen. Waarom het ene een stad noemen en het andere niet?”
Schijndel wil meer duiding
In dezelfde lijn diende D66 een amendement in om ook voor Schijndel een duidelijker profiel op te nemen in de toekomstvisie. Volgens de partij is het toekomstbeeld van Schijndel nu te vaag, zeker vergeleken met de profielen van Veghel en Sint-Oedenrode. In een voorgestelde tekst wordt Schijndel neergezet als kern met een “levendige culturele en sociale identiteit” en een “groen, landschappelijk karakter”. Hierover was het debat wat meer verdeeld. Hart vond de toevoeging overbodig en vroeg zich bij monde van fractievoorzitter Van Esch hardop af of Schijndel hier wel op zit te wachten. Lokaal begreep de wens om Schijndel beter te duiden, maar waarschuwde dat zo’n lijn mogelijk ook leidt tot wensen uit andere kernen. “Wat doen we dan met Erp?” vroeg raadslid Van Asseldonk zich af. De burgemeester hield het diplomatiek: “Het is aan de raad hoe ze dit omschrijven willen.”
Beide voorstellen van D66 – over Veghel als stad en een stip op de horizon voor Schijndel – werden uiteindelijk verworpen. D66 stond helemaal alleen wat de motie over ‘stad Veghel’ betreft.
Wel brede steun voor groen amendement
Een ander amendement kreeg wél raadsbrede steun. Fracties van Hart, CDA, VVD, HIER, GroenLinks/PvdA en D66 stelden voor om in de visie het streven naar de zogenaamde 3-30-300-regel op te nemen. Dat betekent: drie bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30 procent van de wijk bedekt met boomkronen en op maximaal 300 meter afstand een park of groenstrook. Het voorstel werd unaniem aangenomen en vormt een groen accent in de toekomstvisie.















