De schade is duidelijk te zien.
De schade is duidelijk te zien.

Veel schade door dassen en bevers

Natuur

Sint-Oedenrode - De populatie dassen en bevers is de afgelopen jaren enorm gestegen in Nederland. Dierenliefhebbers vinden dat goed nieuws, maar er is ook een schaduwzijde. De dieren veroorzaken veel schade. Aan spoorwegen (onlangs veel in het nieuws geweest) maar ook aan gewassen. Meerdere agrariërs in Sint-Oedenrode hebben er flink last van.

Door: Jeroen van de Sande

De veehouderij van Twan en Hans van Gastel aan de Villenbraken in Nijnsel ligt strak tegen de Dommel. Het is de laatste koeienboer in het Dommeldal van Heeze tot aan Olland. Er leven veel dassen, maar ook bevers wonen er blijkbaar met veel plezier. Hoewel de dassen en de bevers niet samenwerken, hebben beide diersoorten zich wel flink te goed gedaan aan de maïs van de boerenfamilie. Dit jaar is een oppervlakte van 30 x 40 meter gesneuveld. Dassen eten de maïs en de bevers slepen het mee naar de Dommel om er nesten van te bouwen. “Ik heb een natuurhart. Het zijn mooie dieren om te zien, maar we planten de maïs niet om mee te laten nemen”, is Hans eerlijk.

Mari Thijssen is het met hem eens. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, omdat hij voorzitter is van Stichting Roois Landschap, maar hij legt graag uit waarom. “In reeds van jaren waren de das, de bever en de wolf uit Nederland verdwenen. Vanuit natuurgroepen werd geroepen om ze te laten terugkeren. Vanuit de Biesbosch verspreidde de bever zich snel over het land en ook de dassenpopulatie is omhoog geschoten. Ze moeten allemaal eten, met als gevolg dat ze veel schade maken bij agrariërs. Daarom is het goed dat er regelingen bestaan dat schade wordt vergoed.” Als organisatie houden we van boeren, maar wel met oog voor de natuur. Soms zijn de belangen in strijd, maar samen kijken we wel altijd hoe we een goede balans kunnen vinden. Veel mensen weten niet dat dit gebeurt en wij vinden dat meer burgers dit moeten weten. De balans is namelijk zoek.”

Een paar kilometer verderop heeft Pieter Verhagen een boerenbedrijf aan de Eendenputtenweg (Mosbulten red.) Hij is een oud-klasgenoot van Twan van Gastel en daarom spreken ze er veel over. Ook bij hem is het probleem groot, maar omdat hij aan een bosrand grenst en niet aan de Dommel, zijn het daar alleen de dassen die problemen veroorzaken. “Twintig á dertig jaar geleden zat er hier één dassenburcht in het bos. Tien jaar geleden drie en nu stikt het er van. De dassen zitten echt overal om ons heen”, legt Verhagen de ontwikkeling uit. Vooral vorig jaar had hij veel schade aan zijn maïsplakken. Dat kwam omdat de planten toen rond zijn huis tegen de bosrand aan stonden. Bijna 10% van zijn oppervlakte werd aangetast. “Het is inmiddels een grote frustratie geworden”, moppert de boer.

De boeren kunnen niet veel doen tegen de problematiek. De dieren hebben geen natuurlijke vijanden en zijn ook beschermd. Verhagen: “Er zijn boeren die een stroomdraad rond de maïs zetten, maar ik weet niet of dat echt goed helpt.” Het is wel mogelijk om via de overheid een compensatie te krijgen, maar volgens Verhagen en Van Gastel loopt dat aardig in de papieren. “Vorig jaar zijn we daar niet veel mee opgeschoten”, zegt Van Gastel. “Het kostte ons 300 euro aan leges en we bleken het voor het hakselen te moeten indienen. Helaas waren we laat dat geld kregen we niet terug. Dit jaar hebben we opnieuw laten taxeren. We hopen op een reële vergoeding. Het kan niet zo zijn dat wij voor kosten moeten opdraaien voor iets wat de maatschappij wil.”

Op dit moment is het dus een vicieuze cirkel waar de boeren zich in bevinden. Van Gastel ziet wel een oplossing. “De populatie van dassen en bevers zal uiteindelijk gereguleerd moeten worden om het in toom te houden.”

Afbeelding