De vriendinnen gaan graag op pad.
De vriendinnen gaan graag op pad.

Meiden uit d’n Boskant zijn ‘vur de duvel nog nie bang’

Human Interest

Boskant - Boskant was een vooruitstrevend kerkdorp in de jaren ‘60. Het dorp had als enige een gemengde school waar jongens en meisjes hun bassischooltijd doorbracht. Op die basisschool zijn natuurlijk veel vriendschappen ontstaan, maar eentje houdt wel al heel lang stand. Sinds 1961 zijn Rita van den Berk, Rita van der Zanden, Tonnie Smits, Ans van der Zanden en Nelleke Konings bevriend. 

Door: Nienke Habraken 

Herinneringen zijn er natuurlijk in overvloed en worden in grote getalen opgerakeld. De vriendschap startte op de kleuterschool. De 4-jarige meiden groeiden samen op. Ze speelden buiten, haalden kattenkwaad uit en spendeerden urenlang kwebbelend over korfbal en het Boskantse leven. Bovendien maakten Rita, Rita, Tonnie, Ans en Nelleke samen de eerste stapjes in de grote mensenwereld, zelfs buiten Boskant. 

Met tranen van het lachen begint Ans te vertellen: “We waren op Bedaf aan het spelen. Daar kwam een groepje jongens ons vervelen. We hebben ze toen terug gepakt door hun banden leeg te laten lopen en de ventielen weg te gooien. Daarna zijn we zo hard als we konden weg gefietst. Hoe oud waren we toen? 13!” Ze voegt daar aan toe: “We waren vur de duvel nog nie bang.”

Zelfs toen ze naar verschillende middelbare scholen gingen, bleven de meiden elkaar ontmoeten. In het weekend werd er fanatiek gekorfbald, maar ook buiten de sport bleven ze elkaar vinden. De Instuif bood de perfecte atmosfeer. De Instuif was een populaire plek voor de Boskantse jeugd, een discotheek voor de jongeren. Daar werd voor het eerst gekust en groeiden de jongeren op. Maar de vriendinnengroep trok veel meer met elkaar op. Er werden vakanties gepland en ze liepen de deur bij elkaar plat. Een van de eerste ‘vakanties’ was in Boskant, in de schuur van één van de opa’s en oma’s. 

Later gingen ze ook naar het buitenland. Zwitserland staat bij hen in het geheugen gegrift. “Dat was voor het eerst dat we de bergen in gingen”, vertellen ze. Onbekend met dit landschap, gingen ze in volle vaart naar beneden. “Ik zag iedereen één voor één aan een paal of boom klampen”, lacht Rita. “We gingen zo hard naar beneden, dat we niet konden stoppen. En even later lag ik zelf ook op de grond.”

En dan was er nog die keer dat ze op een bootje door Giethoorn voeren. “We dreven langzaam af, recht op een stel vissers af,” vertelt Tonnie. “Die mannen vlogen alle kanten op om hun hengels te redden. We lagen gierend van het lachen in die boot. En toch zat een van die lijnen vast aan onze boot.”

Maar hoe stevig hun vriendschap ook was, het leven bracht hen allemaal op andere paden. Opleidingen, werk, relaties, kinderen – ze vlogen uit, maar nooit écht ver bij elkaar vandaan. “Het maakt niet uit waar we zijn of hoe lang we elkaar niet gezien hebben,” zegt Ans. “Als we samen zijn, is het altijd weer als vroeger.”

Er ontstond een traditie: ieder jaar gaan ze samen een paar dagen weg. Eerst met de kinderen erbij – dagjes uit naar Wanrooij en Mol, picknicks in het bos, met buggy’s en luiertassen op pad. Maar naarmate hun kroost ouder werd, veranderde de formule. “Op een gegeven moment dachten we: en nu even zonder mannen en kinderen”, vertelt Nelleke. “Gewoon, een weekend voor onszelf, zoals vroeger.” Dat werd een gouden formule. Sindsdien is hun jaarlijkse vriendinnenuitje een heilig ritueel.

Maar het leven is niet alleen maar lachen. Ook in moeilijke tijden staan ze altijd voor elkaar klaar. “We hebben allemaal onze dalen gekend,” zegt Rita. “Ziekte, verlies... Maar we hoefden nooit alleen door zo’n periode heen. We waren er altijd voor elkaar”, voegt Ans toe.

Een klassenfoto in Boskant. Wie herken jij?