Hans Broek leverde een bijdrage aan het ontwerp van deze F16's
Hans Broek leverde een bijdrage aan het ontwerp van deze F16's Foto: Hans Broek

Van dienstplichtig soldaat tot militair attaché in Washington DC (Deel II)

Human Interest

Sint-Oedenrode - De 89-jarige Rooienaar Hans Broek maakte bij de Koninklijke Luchtmacht (KLu) een bijzondere carrière. In 1952 kwam hij als dienstplichtig soldaat op voor zijn nummer en ruim dertig jaar geleden zwaaide hij af met de rang van kolonel. In zijn arbeidzame leven was hij vlieger, zoals mensen bij de luchtmacht een piloot noemen, werkte mee aan de ontwikkeling van de F16 en was op de Nederlandse ambassade in Washington DC militair attaché. In twee delen kijken we met Hans Broek terug op zijn loopbaan. Twee weken geleden schreven we over de vlieger Hans Broek, dit keer in deel 2 aandacht voor ‘Ontwerper en diplomaat Hans Broek’.

Door: Hans van den Wijngaard

Zoals het nagenoeg elke beroepsmilitair vergaat, vraagt de dienst regelmatig offers. Zo ook van Hans Broek. Nadat hij een aantal jaren het 306 fotoverkenningssquadron had geleid, werd hij naar Den Haag geroepen. “Voor een vlieger is dat natuurlijk geen lolletje”, vertelt Hans Broek. “In Den Haag op de staf op het Ministerie van Defensie heb je een kantoorbaan. Het vrije leven van vlieger was voorbij. Gelukkig had ik als vlieger wel het recht om nog steeds één keer per week een gastvlucht met het 306-squadron te maken. Ik was gelukkig niet met beide voeten aan de grond geketend. Ondanks dat ik niet meer zo kon vliegen, zoals ik dat voorheen kon, had ik ook in Den Haag een leuke en uitdagende functie. Het was de periode waarin de politiek moest gaan beslissen over de vervanging van de F104. Daar was in die tijd nogal wat over te doen. Niet alleen in de politiek waren de meningen sterk verdeeld. Ook maatschappelijk waren er twee duidelijke stromingen, de voor- en tegenstanders. In die tijd was Henk Vredeling van de PvdA Minister van Defensie. Hij was voorstander van de aanschaf van de F16, zijn partij had daar duidelijk minder zin in. Nadat zijn partij op een congres had besloten om geen steun te verlenen aan de aankoop van de F16, antwoordde de minister met de legendarische woorden: ‘congressen kopen geen straaljagers’. Wij lagere stafofficieren hadden natuurlijk nog weinig aandeel in de besluitvorming ter zake.”

Een belangrijke rol die Broek in zijn Haagse tijd had, was het adviseren van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). Het ICRC dat zich o.a. bezighoudt met het gebruik van wapens wereldwijd. Als wapeninstructeur had hij veel kennis over de werking en inzet van de verschillende wapens bij onze en andere NATO luchtmachten. “Het overleg van het ICRC vond meestal plaats in Luzern, dat natuurlijk wel zijn aangename kanten had”, zegt de Rooienaar daarover.

Betrokken bij de ontwikkeling van de F16
“Inmiddels had de Nederlandse regering samen met België, Denemarken en Noorwegen besloten om de F16 te kopen. Samen met de Amerikanen zouden er duizend van deze toestellen worden gekocht, waarvan Nederland er alleen meer dan tweehonderd zou afnemen. De Amerikanen kochten er 650. “Tot mijn grote vreugde werd me gevraagd om zitting te nemen in het System Program Office (SPO) voor de ontwikkeling en productie van de F16. Ik mocht met mijn kennis als wapeninstructeur en vlieger een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de F16. Dat is een kans die niet iedereen krijgt en als je hem al krijgt is dat doorgaans maar één keer in je leven. Ik moest daarvoor wel naar de Verenigde Staten verhuizen, maar dat hadden we er graag voor over”, vertelt Broek om daarna uit te leggen hoe het proces van de ontwikkeling van een gevechtsvliegtuig verloopt.

“|Ik mocht met mijn kennis als wapeninstructeur en vlieger een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de F16.

“De Amerikanen hadden nog niet zolang geleden de F15, een zwaar tweemotorig gevechtsvliegtuig geïntroduceerd. Naast die F15 hadden zij behoefte aan een lichtere jager. Dat was net iets anders dan de behoefte die de Europese partners hadden. Zij hadden behoefte aan een kleine alleskunner. De F16 leek helemaal aan die eisen te kunnen voldoen. Als derde partij zat ook nog de producent General Dynamics in het team. Wij kopers hadden natuurlijk belang bij het zoveel mogelijk beperken van ontwikkeling/productiekosten, door de US aanvankelijk ingeschat op 6,1 miljoen dollar per vliegtuig. Op die manier ontstaat een interessant rollenspel tussen enerzijds de Air Force (USAF) en de fabrikant die voor een lichte versie gingen en anderzijds de Europese deelnemers die juist meer van de F16 vereisten. Daarbij moet worden opgemerkt dat de Amerikanen naast de USAF ook nog de Air National Guard hebben. Dit onderdeel had net als de Europeanen in het F16 programma belangstelling voor een wat meer veelzijdige versie van de F16. Deze partij was voor mij een fijne partner en we gebruikten elkaar als breekijzer in het politiek tactische spel om die dingen bij de USAF en General Dynamics te bewerkstelligen, die wij in Europa nodig hadden. Ik ben er van overtuigd dat we in die tijd met elkaar een fantastisch product hebben ontwikkeld, dat uiteindelijk heeft geleid tot een wereldwijd succes. We zijn inmiddels bijna vijftig jaar verder en de F16, waarvan er meer dan 4000 zijn geproduceerd, presteert nog steeds en wordt pas nu uitgefaseerd.”

Taken voor de hele luchtmacht
Na zijn deelname aan het SPO F16 kwam Broek terug naar Nederland en werd toen Chef Vliegdienst op Leeuwarden. Dat was op zich een behoorlijke promotie. Een bijzondere promotie, omdat hij deze al te horen kreeg voor hij naar Amerika vertrok. “Het is zeldzaam dat je al drie jaar van tevoren te horen krijgt dat je een bepaalde baan gaat krijgen.” Toch was dat nog niet het einde van een carrière die tot dan alleen maar omhoog ging. Na Leeuwarden werd Broek hoofd Bureau Vlieg Operaties in Zeist, daarmee was hij verantwoordelijk voor alle vliegbewegingen en de daaraan gekoppelde diensten in Nederland en van de Nederlandse Groep Geleide Wapens die in Duitsland was gelegerd. Aansluitend werd Broek ook nog Hoofd van de Sectie Operaties, ten tijde van de koude oorlog zeker een verantwoordelijke taak.

Nog één keer naar Amerika
Als hoogtepunt van zijn loopbaan werd Broek gevraagd om als militair attaché naar de Verenigde Staten te gaan. Een diplomatenfunctie op de Nederlandse Ambassade in Washington DC. “Dat was een bijzondere eer, enerzijds omdat ik Nederland op een hoog niveau mocht vertegenwoordigen in de Verenigde Staten en anderzijds dat ik daar in de gelegenheid was de contacten met vooral de Amerikaanse luchtmacht (USAF) te leggen. Ik heb daar veel gebruik gemaakt van de contacten die ik als lid van SPO F16 had opgebouwd. De Amerikanen noemden mij ook wel gekscherend ‘The Flying Dutchman’ omdat ik heel veel onderweg was”, lacht Broek.

Onderscheidingen
Aan de muur bij Broek thuis achter de PC hangt ingelijst de oorkonde die hoort bij de titel ‘Ridder in de Orde van Oranje Nassau’. Zelf maakt Hans daar niet zoveel praat over, maar zijn vrouw vindt het belangrijk om ook dat in het verhaal te vermelden. “Ja, dat was bijzonder” vertelt Broek dan toch zeker niet zonder trots. “We waren in Spanje met vakantie en we kregen een telefoontje van mijn moeder. Wij dachten dat ze belde om te vertellen hoe het met de kinderen ging. Maar zij liet me horen hoe de Bevelhebber der Strijdkrachten het besluit van de Koningin voorlas om mij te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. We hebben die avond nog wel een leuk feestje met Nederlandse expats in Sevilla gevierd.” Naast de onderscheiding als Ridder kreeg Broek ook de hoogste onderscheiding die in Amerika aan buitenlanders toe kan worden gekend ‘The Legion of Merit’.
Twee bijzondere blijken van waardering voor die jongen die ervan droomde om piloot te worden en via een bijzondere carrière zijn bijdrage kon leveren aan het behoud van de vrede in de afgelopen bijna tachtig jaar.

Hans Broek in zijn jonge jaren.