Peter van der Heijden is al 65 jaar lid van NJA.
Peter van der Heijden is al 65 jaar lid van NJA. Foto:

NJA eert trouwe leden tijdens jaarafsluiting

Cultuur Kunst en Cultuur

Sint-Oedenrode - Zondagavond 28 december was het weer zover. Het Sylvesterconcert van Fanfare Nos Jungit Apollo, kortweg NJA. Jaarlijks sluiten zij het muzikale jaar af met deze traditie. Een feestelijke, muzikale avond in de periode tussen Kerst en Oud & Nieuw. Ieder jaar weer een verrassend concert. Dit jaar met een extra verrassing: de huldiging van jubilaris Peter van der Heijden. Hij is al 65 jaar lid.

Door: Freek Vervoort

Meerdere jubilarissen werden gehuldigd. Zo zijn Bertie Kuipers, Erie van der Heijden en Bert Hubers inmiddels al 40 jaar lid. Een prestatie waarvoor de loftrompet afgestoken mag worden. Zij ontvingen hiervoor een vergulde speld.

De grootste eer ging echter naar Peter van der Heijden. De bastubespeler is maar liefst 65 jaar lid van de vereniging. Een uitzonderlijke prestatie die door KNMO werd opgeleukt met een vergulde speld en twee robijntjes. “Ik wist wel dat ik 65 jaar lid was, maar werd verrast door de aandacht. Ik dacht eigenlijk dat ze pas bij 70 jaar weer een huldiging zouden doen”, geeft hij eerlijk toe. “Daarbij heb ik het ook niet zo op huldigingen, ik blijf liever zitten en maak een stukske muziek. Maar het hoort er nu eenmaal bij”, gaat hij verder.

De inmiddels 75-jarige bastubaspeler begon op 9-jarige leeftijd met spelen, vertelt hij. “Mijn oudste broer Wim zat al bij de fanfare. Toen kreeg ik van Sinterklaas een bugel en daarmee is mijn muzikale carrière begonnen. Het is een leuke hobby en ik maak graag muziek.”

Peter meldde zich aan bij NJA en is nog altijd lid. Veel kapellen hebben moeite om bij elkaar te blijven en ook voor NJA is er even sprake geweest van een fusie met de kapel uit Nijnsel. Uiteindelijk ging dat niet door. “En dat is maar goed ook”, vindt Peter. “Er komt geen jeugd bij, dat is wel wat lastig. Er vallen namelijk wel mensen af. Toch zijn we nog met zo’n 37 muzikanten en af en toe moeten we een invaller regelen.

Waar het bij Peter begon met de bugel, speelt hij inmiddels dus bastuba. Per toeval rolde hij daar eigenlijk in. “Van de bugel ben ik naar tuba en schuiftrombone gegaan. Op een gegeven moment hadden we vijf tuba-spelers en geen bastuba-speler. Dat was voor mij het moment om dat te gaan proberen. Technisch is het iets minder moeilijk en het kost minder energie. De techniek die ik al had van de andere instrumenten maakte het voor mij makkelijker.”

Inmiddels is Peter vier speldjes rijker, maar hij voegt ook graag die van 70 jaar lidmaatschap daaraan toe. Zijn broer Jan is 77 en speelt nog eerste trompet, dus doorgaan kan zeker. “Het is alleen de vraag of ik en de club dan nog bestaan. We worden allemaal ouder en kunnen niet in de toekomst kijken. Natuurlijk ga ik er wel voor. Muziek maken is het mooiste wat er is en dat zal ik altijd blijven doen. Zolang NJA er is, zal ik daar blijven spelen”, blaast Peter af.