Nicole van den Biggelaar.
Nicole van den Biggelaar. Foto: Eva Jansen

Waar gaan we dan wonen?

Column

Sint-Oedenrode - “Eigenlijk zouden we best wat kleiner willen wonen,” zei ze terwijl ze koffie inschonk. “Maar waar gaan we dan naartoe?” Die vraag bleef hangen.

Door: Nicole Van den Biggelaar, De Koning Makelaardij

Ik zat bij een echtpaar dat al tientallen jaren in dezelfde woning woont. Een fijn huis, ruim genoeg voor een heel gezin. Hier zijn de kinderen opgegroeid, werden verjaardagen gevierd en stond de deur altijd open voor familie en vrienden. Aan het hele huis incl. de tuin zit wel een herinnering.

Maar het huis dat jarenlang zo goed bij hen paste, begint langzaam anders te voelen.

Ze vertelde me dat ze boven eigenlijk nauwelijks nog komt. “We hebben al die slaapkamers, maar gebruiken doen we ze niet meer.” De tuin, waar ze altijd zoveel plezier aan beleefden, vraagt ondertussen steeds meer werk. En dan zijn er ieder jaar opnieuw de klusjes: schilderen, snoeien, schoonmaken, repareren. Maar ik geniet er ook wel weer van als ik de kleinkinderen in de tuin zie rennen.

Hij moest lachen toen hij vertelde dat hun kinderen regelmatig zeggen: “Waarom gaan jullie toch niet wat kleiner wonen?”

“Alsof dat zo makkelijk is,” zei hij.

En precies daar zit vaak de twijfel.

Want we willen helemaal niet per se weg uit onze vertrouwde omgeving. We willen graag in de buurt van winkels blijven, bekenden tegenkomen en zelfstandig blijven wonen. Een mooi gelijkvloers appartement zou misschien passen. Misschien huren. Misschien iets samen met de kinderen. Er zijn verschillende mogelijkheden, maar je moet ze wel kennen én vooral op tijd bekijken, want het aanbod in koopappartementen is klein en om in aanmerking te kunnen komen voor een huurappartement moet je vaak meer dan 10 jaar ingeschreven staan. 

Eigenlijk hadden ze mij gevraagd om de waarde van hun woning te bepalen. Maar die middag ging het daar uiteindelijk nauwelijks over.

We spraken vooral over wat voor hen belangrijk is. Over hoe ze de komende jaren willen wonen. Over wat ze zouden missen en waar ze juist naar uit zouden kijken.

Toen ik wegging, zei ze: “Ik ben blij dat we dit gesprek eens gevoerd hebben. We hoeven morgen niets te beslissen, maar we weten nu wel beter wat er mogelijk is.”

En misschien is dát wel het belangrijkste.

Verhuizen op latere leeftijd begint niet met een verkoopbord in de tuin. Het begint met rustig nadenken, mogelijkheden bekijken en vooral: een goed gesprek.

Want soms voelt een volgende stap spannend. Maar als je weet welke mogelijkheden er zijn, kan diezelfde stap ineens ook iets moois worden om naar uit te kijken.