Het terrein recht van boven.
Het terrein recht van boven. Foto: Sem van der Kallen

Zestien jaar later: waarom de nieuwe Albert Heijn er nog steeds niet staat

Roois nieuws

Sint-Oedenrode - Ruim zestien jaar. Zo lang wordt er in Sint-Oedenrode inmiddels al gesproken over een nieuwe Albert Heijn aan de Borchmolendijk. In die periode passeerden talloze plannen, procedures, bezwaren, onderzoeken en vertragingen de revue. Voor veel Rooienaren is daardoor allang niet meer duidelijk waarom de schop nog altijd niet de grond in is gegaan. DeMooiRooiKrant sprak met Peter van Stipdonk van Monton Projectmanagement, die namens initiatiefnemer Van Doormalen Vastgoed de uitvoering van het project begeleidt. Zijn uitleg werpt nieuw licht op een dossier dat al jaren onderwerp van gesprek is.

Door: Jeroen van de Sande

Het plan zelf ligt al geruime tijd klaar. Op de locatie moet een nieuwe Albert Heijn verrijzen met daarboven vier appartementen. Ook het karakteristieke pand aan Borchmolendijk 12 wordt in oorspronkelijke staat teruggebouwd. Voor de bouw is inmiddels een omgevingsvergunning verleend. Toch bleek tijdens de voorbereiding dat de bodem onder het terrein meer geheimen bevatte dan vooraf werd verwacht. Na een archeologisch proefsleuvenonderzoek werden zoveel sporen en vondsten aangetroffen dat vervolgonderzoek noodzakelijk werd. “Het gaat om potten, scherven, oude bodemlagen en muurresten die tientallen tot honderden jaren oud kunnen zijn”, legt Van Stipdonk uit.

Dat vervolgonderzoek bleek niet alleen omvangrijk, maar ook kostbaar. Daarom is de afgelopen periode gezocht naar een andere aanpak. In plaats van zoveel mogelijk op te graven, wordt nu juist gekeken hoe archeologische resten zoveel mogelijk in de grond kunnen blijven zitten. Die methode staat bekend als behoud in situ, heel normaal in Nederland. Daarbij worden bouwplannen en funderingstechnieken aangepast om archeologische waarden niet te verstoren. Alleen waar dat noodzakelijk is, vindt aanvullend onderzoek of een opgraving plaats. Volgens Van Stipdonk ligt daar momenteel de grootste uitdaging. Er is inmiddels een voorstel opgesteld waarin staat hoe de ondergrondse werkzaamheden kunnen worden aangepast. Dat voorstel moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag, waarbij de gemeente samenwerkt met archeologische deskundigen.

Wanneer daarvoor groen licht komt, kan een programma van eisen worden opgesteld. Daarin wordt vastgelegd welke vondsten behouden blijven, waar eventueel aanvullend onderzoek nodig is en hoe dat moet worden uitgevoerd. Daarmee is het archeologische hoofdstuk overigens nog niet volledig afgerond. Ook moet het terrein nog worden gesaneerd voordat het daadwerkelijk bouwrijp is.

Toch klinkt er voor het eerst in lange tijd voorzichtig optimisme. Het streven is om de archeologische werkzaamheden en de sanering in 2026 af te ronden, zodat een bouwrijp terrein ontstaat. Van Stipdonk benadrukt daarbij dat de vertraging niet het gevolg is van onwil bij een van de betrokken partijen. “Ik vind dat iedereen zijn best doet, alleen we zijn met zijn allen gebonden aan allerlei processen en procedures. Daar zit de gemeente ook aan vast. Vanuit hen ook veel hulp om samen op te trekken. Samen zitten we vast in dat proces.”

Opvallend is dat tijdens navraag van DeMooiRooiKrant ook duidelijk werd dat de provincie in deze fase geen directe rol speelt in de beoordeling van het archeologische dossier. Waar eerder werd gedacht dat de resultaten van het onderzoek nog bij de provincie lagen, blijkt de afstemming vooral plaats te vinden tussen de initiatiefnemer, de gemeente en archeologische adviseurs. De grote vraag blijft uiteraard wanneer de bouw daadwerkelijk kan beginnen. Daarover wil Van Stipdonk geen harde uitspraken doen. Na alles wat het project de afgelopen jaren heeft meegemaakt, begrijpt hij dat inwoners voorzichtig zijn geworden. Op de vraag hoe groot de kans is dat er opnieuw onverwachte vertraging ontstaat, antwoordt hij eerlijk: “Ik zou zeggen nul, maar daar durf ik mijn handen niet voor in het vuur te steken. Dat dacht ik enkele jaren geleden ook.”

Een uitspraak die misschien wel het beste samenvat waarom dit dossier inmiddels zo’n bijzondere plaats heeft gekregen in Sint-Oedenrode. Na jaren van procedures rond onder meer bezwaren, beschermde diersoorten en archeologie durft niemand nog garanties te geven.