Afbeelding

Het ontwaken/herleven van het Sint Jorisgilde

Roois nieuws
Sint-Oedenrode - In de 19de eeuw zijn er heel veel gilden “verdwenen”, zo ook in Sint Oedenrode. Voorheen zijn er minstens vijf gilden geweest, te weten: Sint Jorisgilde in de kom, Het Sint Catharinagilde en Barbaragilde in Eerschot, het Sint Anthoniusgilde in Eerde en het Sint Petrusgilde in Olland.

In de vorige eeuw zijn er verschillende pogingen geweest om in Sint Oedenrode weer een gilde te laten ontwaken; in 1974 werd er door enkele Rooienaren een oproep geplaatst in het toenmalige Rooise weekblad “de Handelsvriend” om te komen tot een herleven van een gilde in Sint Oedenrode. Reacties hierop bleven uit en het initiatief stierf een snelle dood. Een tweede poging is in 1976 ondernomen. In dat jaar heeft de Heemkundig Kring bijzondere aandacht aan Sint Oda geschonken. In dat jaar was het –volgens de legende- 1250 jaar geleden dat Sint Oda in het dorp was overleden. Op 19 september had het gilde Onze Lieve Vrouw en het gilde Sint Margaretha uit Aarle-Rixtel de eucharistieviering opgeluisterd, gevolgd door een vendelgroet en geïmproviseerd Koningschieten. Dit had een tweeledig doel: een waardige afsluiting van de Sint Oda-vieringen verzorgen én belangstelling wekken voor de herleving van een Roois gilde. Maar ook deze poging is vruchteloos gebleven. Zou het laten herleven van een Roois Gilde dan steeds gedoemd zijn te mislukken?

Toen pastor Jos van den Bosch in Sint-Oedenrode kwam werken, kreeg Rooi met hem een gedreven gildebroeder/gildeheer vanuit het Veghelse Sint Barbara gilde. Van hem kwam dan ook de vraag aan Richard de Visser of het geen uitdaging was om in Rooi een gilde te laten herleven. Het duurde nog tot 1994 voor er iets met die vraag gebeurde. Toen opperde Richard in een bestuursvergadering van de Heemkunde Kring het idee van een gildeherleving. Daar zou toch voldoende draagkracht voor moeten zijn? Maar scepsis was het enige dat hij er ontmoette; “dat is al een paar keer geprobeerd en telkens opnieuw op niets uitgelopen.”Toch bleef Richard volhouden en samen met Jos van den Bosch en nog enkele geïnteresseerden kwam er een groepje van vier personen die de kar gingen trekken.
Op 29 maart 1995 hield dit groepje zijn eerste vergadering in de voormalige pastorie op De Heuvel. Resultaat van dit overleg: er moet een groep van minimaal acht personen komen die de herleving van een gilde zouden voorbereiden. Op zondag 23 april 1995 (Sint Jorisdag) is de groep bij elkaar gekomen en hebben elkaar verzekerd dat er op 23 april 1996 weer een levend Sint Jorisgilde in Rooi zou zijn. Belangrijkste actiepunt was het zoeken van versterking van de voorbereidingsgroep. Dit had nog veel voeten in aarde; het eerste lijstje met namen leverde niets op {al waren er wel positieve geluiden te horen). In augustus werd er opnieuw een lijstje met namen gemaakt en deze keer hadden ze meer succes. Op de bijeenkost van december 1995 waren er al vijftien personen. Vanaf toen is hard gewerkt om er voor te zorgen dat er op 21 april 1996 het Sint Jorisgilde kon herleven. Nog enkele data en feitjes:14 maart 1996 passeert bij de notaris de Gilde-kaart (soort reglement). 21 Maart overleg met College van B&W voor de ontvangst op het gemeentehuis voor de erewijn (en een ev. medefinanciering van een Vaandel). Begin april bericht van het Kwartier van Oirschot dat het Sint Jorisgilde in de oktobervergadering als kandidaat-lid zou worden voorgedragen.

Toen op woensdag 17 april in alle Rooise brievenbussen de Midden-Brabant plofte, wist iedereen in de gemeente het: Rooi heeft weer een gilde, bestaande uit zeventien gildebroeders. In de eucharistieviering van 21 april hebben deze broeders de eed van trouw afgelegd, de gezegende sjerpen omgehangen en het Sint Jorisspeldje gekregen. Volgende keer gaan we dieper in op de betekenis van het vaandel en vendel.