Voor altijd een smid
Roois nieuws Sint-Oedenrode - Het geluid van een hamer op ijzer. Vooral het nagalmen ervan. Dat roept bij Karel Kusters speciale herinneringen op. Karel, inmiddels in de tachtig, bedrijft het ambacht nog steeds als hobby. In zijn kleine schuurtje achter het huis in de wijk Dommelrode. Daar brengt hij heel wat uurtjes door. Hij is voor altijd smid, ook al beoefende hij het vak professioneel tot zijn 28e. Daarna koos hij voor een andere carrière.Wie het terrein van Karel’s huis oploopt en goed om zich heen kijkt, zal het direct opvallen. Of de mensen die hier wonen houden van ijzeren voorwerpen of er wordt hier flink geknutseld. Ook in huis puilt het uit van ijzeren ornamenten en gebruiksvoorwerpen. Een statige lantaarn aan het huis, in de woonkamer prachtige kandelaars of een tafeltje met bijzondere vormen. Karel kijkt er naar alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Na zoveel jaar is dat misschien voor hem ook zo. Zijn handen maken wat hij in gedachten heeft. Wat Karel bedenkt houdt hem in ijzeren greep. Dan gaat hij snel naar zijn domein, naar zijn smidse.
De rooklucht is sterk. Het is er een beetje fris, maar de relikwieën en herinneringen aan de muur doen de temperatuur vergeten. Tussen foto’s en krantenknipsels hangt een veelzeggend en eervol bordje. ‘Hoefsmid met Rijksdiploma’ staat er op. Zo te zien een relikwie uit vroege jaren. Het is van de man die het vak leerde bij zijn vader, in een smederij aan de Lieshoutseweg in het hart van Nijnsel. “Omdat mijn vader een smederij had, groeide ik er mee op”, vertelt de geboren Nijnselnaar. “Vanaf mijn jeugd hielp ik mee. Mijn vader is in 1933 een smederij begonnen. We waren bekend in het dorp. Alle boeren kwamen naar ons. Voor het beslaan van de paarden, maar ook voor gereedschap, zoals kwammen, haken en andere benodigdheden. Spelenderwijs leerde ik de kneepjes van het vak.” Toen Karel ouder werd, wilde hij het liefst gaan studeren. Dat ging niet makkelijk in die tijd. Helpen aan huis, de kost mee verdienen, dat was toen erg belangrijk. Vooral toen vader suikerziekte kreeg. Karel was achttien jaar, maar samen met zijn broers Jan en Piet, moest hij de smederij draaiende houden.
Op de Ambachtsschool (ABS) werd Karel bijgeschoold. De basis had hij immers in de vingers. Ook volgde hij een cursus vakbekwaamheid, omdat in die tijd een diploma noodzakelijk was om een smederij te runnen. Karel: “We repareerden ploegen en maakten veel hang en sluitwerk. Het was prachtig werk om te doen.” Familie Kusters was de bekendste smederij in Nijnsel. In de rest van Sint-Oedenrode zaten er volgens Karel nog minimaal vijf meer. Hij weet de smederijen op het Kofferen en de Borchmolen nog te herinneren. Evenals de smederij in Olland, in het pand waar nu taxi Rima zit. Meer dan twintig jaar geleden stopte de smederij in Nijnsel. Piet, één van de broers van Karel, heeft de zaak altijd gerund.
Karel werkte na zijn 28e in de landbouwwerktuigen en later voor Van der Lande in Veghel. Daar stuurde hij in de buitendienst monteurs aan, techneut als hij is. In zijn vrije tijd bleef Karel verknocht aan het smeden. “Op het werk werkte ik nooit met ijzer. Thuis leefde ik me uit”, weet de tachtiger mooi te omschrijven. Het geeft zijn passie voor het vak weer. Het vak overdragen zit er niet in. “Tegenwoordig is er niemand meer die het ambacht wil beoefenen. Er zijn nog wel wat hoefsmeden, maar daar blijft het bij. Er is natuurlijk ook niet zo veel vraag meer naar. Iemand opleiden zou mooi zijn, maar het kost ontzettend veel tijd. Ik heb het druk genoeg met mijn eigen bezigheden.”
Vorig jaar was Karel een tijdje uit de running door gezondheidsproblemen. Hij dacht er niet meer bovenop te komen. Toch lukte het hem om na maanden weer op te krabbelen. Zo kon hij toch weer werken in zijn smederij. Een verademing voor hem. Intussen gaat hij door met vervaardigen. “Kijk”, zegt Karel terwijl hij een apart stuk gereedschap vastgrijpt. “Dit heb ik gemaakt voor Fried van den Brand. Hier kan hij takken mee verwijderen.” Trots wijst hij ook naar enkele afbeeldingen van werken die hij voor de kerk heeft gemaakt, waaronder een prachtig kruis. Dat staat nu vooraan in de Martinuskerk. “Enkele jaren geleden zei de pastoor ‘ik zoek nog een smid’. Dan hoef je niet verder te zoeken, vertelde ik hem.”











