De drie generaties trokken samen door Zweden.
De drie generaties trokken samen door Zweden. Foto:

Drie generaties, twee kano’s en zeven dagen Zweedse wildernis

Human Interest

Sint-Oedenrode / Zweden - Geen hotel, comfortabel bed of uitgebreid ontbijtbuffet. Voor Rooienaar Wim Gevers (70), zijn zonen Rob en Luuk en kleinzoon Flip (11) bestond de vakantie uit twee kano’s, tentjes, droogvoer en vooral heel veel natuur. Zeven dagen lang trokken de vier door de Zweedse wildernis. Een tocht van bijna 150 kilometer, maar vooral een avontuur dat opa en kleinzoon niet snel zullen vergeten.

Door: Nienke Habraken 

Het idee voor de bijzondere reis ontstond niet zomaar. Rob en Luuk hadden jaren geleden al eens een soortgelijke survivaltocht met een kano door Zweden gemaakt. Die ervaring was zo goed bevallen dat het begon te kriebelen om terug te gaan. Dit keer wilde natuurliefhebber Flip mee. En toen kwam de vraag aan Wim: zou opa het ook aandurven? “Dan ga je toch even nadenken”, vertelt Wim lachend. “Ik ben zeventig en Flip is elf. Ik vroeg me wel af of het niet te zwaar zou worden.” Toch won het enthousiasme. Zijn conditie is nog altijd goed en ook Flip bleek geknipt voor het avontuur. “Hij is echt een natuurmanneke. Uiteindelijk hebben we gezegd: we gaan het gewoon doen.” Helemaal onvoorbereid vertrok het viertal niet. Twee jaar eerder werd in Friesland al geoefend met kanoën. Ook het opzetten van de tenten en de praktische zaken onderweg waren niet helemaal nieuw. Dat gaf voldoende vertrouwen om het Zweedse avontuur aan te gaan.

Bij het basecamp in Zweden kregen de vier hun kano’s en uitleg over de route en veiligheid. Ook hadden ze een voedselpakket besteld, voornamelijk bestaand uit droogvoer. Daarna waren ze op zichzelf aangewezen. “Het was eigenlijk: hier zijn de kano’s en de route, we zien jullie over zeven dagen graag weer terug”, vertelt Wim. Rob stapte samen met zijn zoon Flip in een kano, terwijl Wim met Luuk het water op ging. Wim nam onderweg de navigatie voor zijn rekening. Met een kaart werd de uitgestippelde route zo goed mogelijk gevolgd. Overdag werd er urenlang een kanotocht gemaakt. Soms moest een sluis worden genomen en op andere plekken moesten de kano’s een stuk over land worden verplaatst. Tegen de middag werd alweer uitgekeken naar een geschikte plek om het kamp voor de nacht op te slaan. Wildkamperen is in Zweden toegestaan en zo belandde het viertal regelmatig op kleine eilandjes waar verder helemaal niemand was. “Alleen die stilte is al fantastisch”, vertelt Wim. “Je zit op zo’n eiland en er is gewoon niemand. Dat kennen we hier eigenlijk helemaal niet.”

Eenmaal aan wal begon het volgende deel van de dag. Alle spullen moesten uit de kano, de boten moesten op het droge en de tenten moesten worden opgezet. De volgende ochtend gebeurde alles precies andersom. Ook Flip draaide gewoon mee. “Iedereen kon eigenlijk een beetje alles”, vertelt Wim. “Flip heeft ook gewoon meegeholpen.” Voor de elfjarige was het avontuur soms zwaar, maar vooral heel erg leuk. Op de vraag wat hij het mooiste vond, hoeft Flip dan ook niet lang na te denken: “Alles.” De natuur maakte veel indruk. De vier voeren langs rotsachtige oevers, door uitgestrekte bossen en over grote meren. Onderweg zag Flip allerlei dieren en vissen. Samen met zijn vader Rob wist hij bovendien een flinke snoek te vangen. Ook stenen zoeken en rondkijken in de natuur hoorde bij het avontuur.

Toch verliep niet iedere dag zonder spanning. Op de tweede dag wilde het gezelschap vanaf een eiland het water weer oversteken. Op de plek waar ze stonden was nauwelijks wind te voelen, maar eenmaal aan de andere kant van het eiland bleek het water een stuk onrustiger. Ze vertrouwden het niet en hadden vooraf geleerd waarop ze moesten letten wanneer wind en golven het kanoën gevaarlijker maakten. Het viertal besloot daarom geen risico te nemen. “We zijn gewoon gestopt en hebben gewacht totdat de wind minder werd. Na ongeveer anderhalf uur konden we verder.”

Het typeert volgens Wim ook zo’n tocht. Je bent zelf verantwoordelijk voor de keuzes die je maakt. Tegelijkertijd was de organisatie goed voorbereid op eventuele problemen. Er was telefoonbereik, er kon contact worden opgenomen met een ranger en voor vertrek kregen de deelnemers uitgebreide veiligheidsinstructies. Met het weer hadden de vier bovendien geluk. Vrijwel iedere dag scheen de zon. Pas toen ze weer naar huis gingen, sloeg het weer om en daalde de temperatuur flink. “Je moet eigenlijk voor vier seizoenen spullen meenemen. We hebben zelf gezien hoe snel het daar kan veranderen.”

Juist het feit dat ze met drie generaties op pad waren, maakte de reis voor Wim extra bijzonder. Tussen opa Wim en kleinzoon Flip zit 59 jaar leeftijdsverschil, maar zeven dagen lang deelden ze hetzelfde ritme: kanoën, spullen sjouwen, kamp maken, eten, slapen en de volgende ochtend weer verder. “Het leukste vond ik om dit met mijn familie te doen”, zegt Wim. “Met drie generaties en dan helemaal back-to-basic. Dat was wel heel apart.”

Na zeven dagen vond Wim het overigens ook mooi geweest. “Ik was er wel klaar mee”, bekent hij. Flip dacht daar heel anders over. Die had het liefst nog verder gevaren. “Het was heel leuk, ik had nog wel door willen gaan”, is de jonge Rooienaar enthousiast. Voor Wim hoeft een volgende kanotocht dan ook niet direct. “Opa gaat niet meer mee”, klinkt het met een lach. Niet omdat het avontuur tegenviel, integendeel. Vooral het vele sjouwen en de nachten op een dun matje hakten er fysiek in.

Voor Flip smaakt het avontuur juist naar meer. Samen met zijn vader wil hij vaker op pad, het liefst met vakanties waarin natuur, avontuur en vissen een belangrijke rol spelen. Wim kijkt vooral terug op een reis die hij niet snel meer zal vergeten. Geen luxe en geen vakantie zoals de meeste mensen die kennen, maar twee kano’s, vier mannen en de Zweedse natuur. “Het was geweldig. Zo verrassend ook. Dit vergeet ik nooit meer.”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding