Bertha van de Laar.
Bertha van de Laar. Foto: Jos van Nunen 2024

“Daar heb je Jetje van de SPAR”

Human Interest Kwartierke Klets!

Sint-Oedenrode - Bertha van de Laar-Vissers (97), eind september hoopt ze haar 98-ste levensjaar te mogen vieren. Velen Nijnselaren kennen haar nog van de SPAR in Nijnsel, die ze samen met haar man runde en waar ze veelal te vinden was achter de kassa. Er stond een stoeltje, maar veel zat ze er niet op. Altijd in de weer, dan om dit te halen en dan dat.

Door: Caroline van der Linden

Leuk om haar eens een bezoek te brengen en samen met haar terug te blikken op die tijd. We bellen aan bij Hof van Rode en terwijl ik naar binnen ga en de trap op loop, hoor ik haar dochter die al bij de deur staat zeggen: “Dat houdt je wel fit met de trap.”

Dat is zeker waar, maar dat kunnen we van haar moeder al helemaal zeggen. Met een pagerundar gebreken die volgens haar horen bij het ouder worden staat ze nog volop in het leven. Met haar rollator haalt ze nog graag haar eigen aardappeltjes en overige levensmiddelen bij de dichtstbijzijnde supermarkt. Ook al is het niet haar vertrouwde SPAR, brengt ze graag een bezoek aan de Albert Heijn.

Geboren in 1926 als jongste van zes kinderen bracht ze haar jeugd door op een boerderij in Veghel. Coupeuse was ze toen ze Nijnselaar Leo van de Laar ontmoette. Op haar 29ste trouwden ze. Zijn ouders runden in die tijd een kruidenierswinkel In Nijnsel. Een winkel waarbij ze de suiker en de koffie nog afwogen. Bertha en Leo namen het van hen over. Later bouwden ze supermarkt de SPAR in de Anjerlaan. “We moesten snel zijn van de gemeente want het dorp zou volgebouwd worden met huizen”, vertelt Bertha. “Maar toen wij er zaten stond er nog geen enkel huis, misschien een paar in de Salviastraat, maar verder niets. Dus de winkel was er, maar geen klanten”, vertelt Bertha lachend.

“Ze hadden in die tijd wel een knecht die bij de mensen in het buitengebied langsging om op te schrijven welke boodschappen ze nodig hadden. Zo’n tweehonderd waren er dat”, vult dochter Henriëtte aan. “Deze knecht ging samen met ons pap met de brommer op pad, naar Mariahout, Nijnsel en Rooi. Ik weet nog dat er bij de Hazenputten iemand woonde, die wilde graag elke week een pakje theezakjes”, vertelt ze. “Nu bestellen veel mensen online en wordt het thuisgebracht. Dat laatste deden wij toen ook al, dus waren we eigenlijk best modern”, lachen ze beiden. “Op zondagavond reden we nog vaak naar Den Bosch om de bestelling weg te brengen. Er was nog geen fax waarmee je dat zou kunnen doen . Diezelfde week werd het dan nog bezorgd. Elke wijk had z’n vaste dagen van bezorging en alleen op zaterdag werd het vlees gebracht. Ik ben nog ooit uit school gebeld als het personeel ziek was of dat ik naar huis kon komen om te helpen”, vertelt Henriëtte. “Het waren destijds grote gezinnen, dus die hadden wel wat nodig, daar brachten we volle dozen naartoe”, gaat Bertha verder. “Soms waren we weleens wat vergeten en gingen we voor een pakje gesneden vlees nog even op en neer.”

Naarmate de tijd verstreek werden er steeds meer huizen in het dorp gebouwd en bezochten de dorpsbewoners de supermarkt. Aangezien er geen diepvries was werden de levensmiddelen vers verkocht, zoals het vlees, spullen van Campina en de groentes. Ook was er textiel, wol, naaigaren en fournituren verkrijgbaar. “Een tasje kon je niet kopen in de winkel, Mensen namen gewoon altijd hun eigen boodschappentas mee. Misschien een enkel doosje waar je de boodschappen in kon doen, maar daar bleef het bij. Alles werd een voor een aangeslagen. Ik was gelukkig goed in hoofdrekenen”, vertelt Bertha en kwiek als ze is begint ze meteen wat berekeningen op te zeggen. “Ik had eens een klant die de bon echt goed nakeek. Hij zei tegen me: “En het is nog goed ook”. “Mensen betaalden aan het eind van de maand als ze hun loon kregen. We hielden een boekje bij waar het in stond.” “Af en toe moest ons mam rond om mensen eraan te herinneren dat er nog wat open stond”, kan Henriëtte zich nog herinneren. “Dat was natuurlijk niet het leukste werk, maar hoorde erbij.” “Soms moest ik nog ergens een rijksdaalder ophalen en zaten ze aan het gebak. Dat kan dan wel, dacht ik bij mezelf. Ook kwamen er mensen bij ons om te bellen, want vrijwel niemand had een telefoon in huis.”

“Mijn vader en moeder waren altijd aan het werk”, vertelt Henriëtte. “We hebben onze uren inderdaad wel gemaakt”, bevestigt Bertha. “Hele dagen en halve nachten hebben we gewerkt. Als de kinderen in bed lagen begonnen we weer. Maar één keer per jaar gingen we op vakantie, dan ging de winkel twee weken dicht.” “Totdat ik zestien was, toen mocht ik ‘m openhouden om vakantiegeld te verdienen”, vult haar dochter aan.

“Ons Henriëtte is een tijdje wethouder geweest, dat weet je vast wel toch?”, vraagt Bertha. Ja inderdaad. “Toen ze een keer met de burgemeester in Nijnsel kwam, zeiden ze: “Kijk, daar heb je Jetje van de SPAR. Waarop de burgemeester zei: “Dat hoef je zo niet te laten zeggen hoor.” “O, dat mogen ze in Nijnsel best”, zei ze dan.

Drieëntwintig jaar heeft Berta samen met haar man Leo de winkel gerund. Daarna heeft ze een paar mooie hobby’s opgepakt. De kamer waarin we zitten hangt namelijk vol met haar eigen creaties, de prachtigste schilderijen. Ook is ze al jarenlang een fanatiek bridger. Samen met haar dochter heeft ze al heel wat potjes op haar naam geschreven. Een echte denksport die haar lekker bij de tijd houdt en ervoor zorgt dat ze gezellig onder de mensen komt.

Om met eigen ogen eens te zien hoe fit en ook zeker humoristisch ze nog is, bekijk dan maar eens het filmpje van de Hema van afgelopen jaar. Want niet alleen Bertha is 97 jaar geworden. Ze is precies even oud als de Hema en is daarom gevraagd haar bijdrage te leveren aan een filmpje. En dat deed ze maar al te graag. “Ik ben opgegroeid met de Hema”, zegt ze hierin. “We kwamen er voor ondergoed en kousen. En de rookworst waar reclame voor wordt gemaakt. Dat was vroeger ook al zo.” Met een prachtige boodschap voor ons allemaal en een bedankje voor het lekkere gebak beëindigt ze het filmpje: ‘”Stel niet uit tot morgen, wat u heden doen kunt”. Wijze woorden, dus laten we die raad maar opvolgen.

Ze hoopt dat de Hema nog lang in Sint-Oedenrode mag blijven. En dat hopen wij natuurlijk ook voor Bertha zelf.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding