De Vrouw van Stand.
De Vrouw van Stand.

Verhalen die Rooi verbinden: geschiedenis krijgt een stem

Historie Historie

Sint-Oedenrode - Hoe zorg je ervoor dat bijzondere verhalen uit Sint-Oedenrode niet verloren gaan? Die vraag stond centraal toen Roois Cultureel Erfgoed (RCE) nadacht over een nieuw project. Frans Hulzink en Gloria van der Staak vertellen dat aanvankelijk werd gedacht aan een boek met door Rooienaren geschreven Rooise verhalen over het centrum, Boskant, Nijnsel en Olland. Maar al snel groeide het besef dat de manier waarop mensen verhalen beleven verandert. Niet iedereen pakt nog een boek; steeds vaker luisteren mensen naar verhalen of bekijken deze online. Daarom werd gezocht naar een eigentijdse vorm om het Rooise heden en verleden levend te houden.

Door: Caroline van der Linden

In samenwerking met DTV Omroep Meierij ontstond een bijzonder concept met door Rooienaren ingezonden verhalen die niet alleen worden gepubliceerd, maar ook ingesproken en door RCE voorzien van bijbehorend beeldmateriaal. Dankzij de steun van de gemeente Meierijstad, die het enthousiasme voor het initiatief vanaf het begin deelde, kon het plan worden gerealiseerd.

De oproep leverde een grote hoeveelheid verhalen en gedichten op. Sommige inwoners stuurden zelfs meerdere bijdragen in. Daarmee is deze reeks uitgegroeid tot iets, van, door en voor Rooienaren. RCE werkt bovendien graag samen met mensen uit allerlei geledingen van de samenleving. Juist die brede betrokkenheid maakt de verhalenreeks Roo(i)skleurig zo waardevol. 

De komende maanden verschijnt iedere week een nieuw verhaal in DeMooiRooiKrant. Soms gebaseerd op historische feiten, soms verteld vanuit de verbeelding, maar altijd met een herkenbare band met Rooi. De aftrap is een ingestuurd verhaal over een markante vrouw die jarenlang een vertrouwd gezicht was op de Markt.

Een vrouw van stand…

Dromerig kijkt zij uit het raam. Buiten is de markt somber en nat. Het regent pijpenstelen en grote plassen liggen rond de kiosk. Het huis op Markt 8 voelt koud en kil. Ze had niet gedacht dat het zover zou komen maar vanmorgen lag de brief, die zij op tafel heeft gelegd op de deurmat.

Een paar keer las ze het over. Het stond er toch echt: met droefenis moet ik u melden dat uw tegoeden zodanig zijn geslonken dat wij genoodzaakt worden uw faillissement aan te vragen. Ze slaakt een diepe zucht.

Het is lang geleden dat zij als Jonkvrouwe Aigline de Girard de Mielet van Coehoorn op kasteel Henkenshage werd geboren. Haar vader had het nog verbouwd tot een sprookjeskasteel met torens aan weerskanten en kantelen op de muur. Wat een onbezorgde jeugd had zij daar. Tot Papa stierf. Ze was nog maar twintig toen alles anders werd. Ze miste haar vader.

Gelukkig hoefde zij pas na de dood van Maman het kasteel te verlaten en is zij op de markt gaan wonen. Blij was zij met dat huis. Groot, ruim en met een prachtig uitzicht op de markt. Heerlijk vindt ze het als mensen langs haar raam lopen en even naar binnen kijken. Dan knikt zij altijd vriendelijk of wuift even.

Een kort moment is zij heel gelukkig geweest. Dat was toen Samuel in haar leven kwam. Hij was haar opgevallen toen zij een rondje dorp maakte en even bij haar goede vrienden op Den Berg op bezoek ging. Even is zij met hem getrouwd geweest.

Al binnen een jaar overleed hij plotseling. Maar ook die tegenslag overwon ze. Zij pakt haar zakdoek en dept haar ogen droog. Hoe kan het toch dat al het geld nu weg is? Zij heeft ook helemaal geen verstand van geldzaken.

Tuurlijk, zij houdt van mooie kleren en de kapper verdient kapitalen aan haar. Maar dat hoort bij een jonkvrouw zijn. Zij moet er verzorgd uitzien, volgens de laatste mode gekleed zijn. En een feestje geven, er is niets plezieriger dan dat en het hoort bij je stand. Maar dat het geld zo snel vervliegt, had zij niet verwacht. Nu wordt het opnieuw verhuizen. Dit huis is niet meer te betalen.

Kan zij nog haar dierbare spullen houden? Zij strijkt met haar hand over een antieke theepot. Die was nog van Maman. Moet ook die verkocht worden? En de sierlijke theekopjes, het melkkannetje met het barstje? Wie wil ze nog hebben? Zij verfrommelt haar zakdoek en loopt op en neer door de kamer.

Ze verzucht: ‘Waar moet ik naar toe?’ Met een wanhopige blik kijkt zij naar buiten. Het is opgehouden met regenen en een waterig zonnetje komt door een kleine opening in de wolken. Het zal wel goed komen. Het is altijd goed gekomen. Zij draait zich resoluut om, pakt haar jasje van de stoel en zwaait die om haar schouders. Klaar voor een rondje dorp…

Benieuwd naar meer Rooise verhalen, volg ze de komende weken in DeMooiRooiKrant en ga naar
www.rooiscultureelerfgoed.nl/projecten