
Van ‘l’étoile du soir’ en ‘Rooise Ijsclub’ naar ‘soft- of Schepijs’?
HistorieSint-Oedenrode - Eerste ijsclub in Rooi
Hiervoor moeten we terug naar het begin van de 20e eeuw. Toen was de afwatering van de Dommel nog niet goed geregeld en stonden in de wintertijd grote delen van de Dommelvallei onder water. Als het dan vroor, dat deed het in die tijd veel meer dan nu getuige ook de Elfstedentochten van 1909, 1912 en 1917, werd het een weidse ijsvlakte en een ideale gelegenheid voor het beoefenen van de schaatssport. Daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt en op 20 februari 1913 werd er een ijsclub opgericht met de welluidende naam ‘L’Étoile du Soir’ wat ‘De Avondster’ betekent. De Franse taal werd toen nog vaak gebruikt door de elite en bleef tot ver in de 20e eeuw als tweede taal belangrijker dan het Engels.
De club was gemengd, dit tot grote ergernis van de geestelijkheid, in die dagen in Rooi verpersoonlijkt door pastoor-deken Van Erp. Dansen, tennissen en schaatsen stonden, als contactsporten (met het andere geslacht), bij hem op de zwarte lijst. Vrouwelijke leden van dit soort clubs werd zelfs het lidmaatschap van de ‘Vrouwencongregatie’ ontzegd. De Vrouwencongregatie was een Rooms-katholieke kerkelijke organisatie die meehielp het katholieke geloof te verspreiden. Maar in bepaalde, vooral hogere Rooise, ook katholieke, burgerkringen was het woord van de pastoor geen wet en trok men zich hier weinig van aan. De eerste Rooise ijsclub was geen club van hardrijders. De leden hielden zich voornamelijk bezig met paarrijden, ijsdansen en figuurrijden.
Handelsvriend
In 1919 werd vervolgens een nieuwe ijsclub opgericht met de naam ‘Rooijsche IJsclub’ door o.a. mevr. J. (Joke) van der Hagen-van Laack, mevr. M. (Maria) van den Broek en de heren Van den Broek en Mennink. Zij waren tevens de bestuursleden. Dit was, naast het kunstrijden, ook een hardrijdersclub die niet alleen voor volwassenen maar ook voor de jeugd bedoeld was. De naam Rooische IJsclub staat in 1938 voor het eerst in de pers, in de ‘Handelsvriend’, de voorloper van de ‘Midden Brabant’ en de huidige ‘MooiRooiKrant. Een citaat uit de Handelsvriend: ‘Begunstigd door mooi weer had heden door de ‘Rooijsche IJsclub’ de ijswedstrijd voor de kinderen plaats op het terrein van zwembad de ‘Kienehoef’ (bedoeld wordt de latere roeivijver), waarvan een goed gebaand gedeelte welwillend werd afgestaan door de gemeente, waarvoor bij deze door de club wordt dank gebracht. Men waande zich als het ware in Zwitserland gezien de besneeuwde dennenbossen en de groene consumptietent, waarbij men zich de bergen moest denken.’
De prijzen werden na afloop uitgereikt door de voorzitter Piet Lucius die in zijn dankwoord Willem Ketelaars noemde als lid van de Regelingscommissie en Karel Ketelaars voor het beschikbaar stellen van een prijs. Ook de hermandad werd bedankt voor het afzetten van de baan.
In 1939 op 7 december vierde de ijsclub haar 20-jarig bestaan met een feestvergadering waarin de eerdergenoemde oprichters en nog steeds fungerende bestuursleden gehuldigd werden. Onder het genot van een kop koffie werden de bekende ‘Rooijsche worstenbroodjes’ (van Sonnemans?) verorberd. En, aldus een citaat uit de Handelsvriend: ‘Als hoogtepunt van den avond werd een telegram van de club, trouw betuigende in deze moeilijke tijden (mobilisatie, Nederland staat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog) aan H.M. de koningin (Wilhelmina) voorgelezen en een zeer waarderend schrijven namens Hare Majesteit daarop terug ontvangen. Er werd hierna spontaan het Wilhelmus aangeheven’.
Wereldoorlog II maakt voorlopig een einde aan de activiteiten van de ijsclub maar niet nadat er op 12 januari 1940 op de ijsbanen van de Kienehoef nog grote schaatswedstrijden werden gehouden voor de militairen van het 2e Regiment Huzaren die in Rooi gelegerd waren. Volgens de Handelsvriend van 19 januari 1940 werd er fel gestreden om de beschikbaar gestelde prijzen. Op 30e van diezelfde maand werd de 6e Elfstedentocht verreden.
Een schaatsende burgemeester
Tijdens de strenge Oorlogswinters, getuige ook de Elfstedentochten van 1941 en 1942, werd in Rooi door de ijsclub, noch door de gemeente op schaatsgebied iets georganiseerd.
De eerste keer dat er van de Rooijsche IJsclub weer iets gehoord wordt is in 1947 toen Vic Leurs burgemeester werd. Het was in Rooi gebruikelijk dat bij de aanstelling van een nieuwe burgemeester een rondrit werd gemaakt om met de bevolking kennis te maken. Op de praalwagen waarop de nieuwe burgemeester zat stond te lezen dat hij een ijsprijs had gewonnen. Die prijs had te maken met het feit dat hij een fervent kunstschaatser was en zich al vrij snel aansloot bij de Rooijse IJsclub (in 1947 valt de ‘ch’ weg door de nieuwe Marchant-spelling). Uiteraard werd er onder de bevolking gesmiespeld dat de ijsclub, onder voorzitterschap van Piet van der Aa, door hem een prijs te laten winnen bij schaatswedstrijden op de Moerkuilen, een wit voetje wilde halen bij de nieuwe burgemeester.
Behalve in de Dommelvallei, o.a. op de ondergelopen weilanden achter het bruggetje bij de Knoptoren-Kerkdijk en op de Kienehoefvijvers, werd er ook geschaatst op de Moerkuilen en de Hazenputten.
Naast Vic Leurs waren ook pastoor Schoofs, Jo van der Kaaij, meester Van der Linden en zijn dochter Paula en Jaantje van Lieshout goede kunstschaatsers die konden paarrijden en allerlei zogenaamde ‘krullenfiguren’ schaatsten.
Vanaf 1949 staat er in de Midden Brabant weer regelmatig iets van en over de Rooijse IJsclub. Zo werd er op 3 februari 1950 geschreven: ‘Door de goede zorgen van de burgemeester en met volle medewerking der rijkspolitie, verkeerden de ijsbanen aan de Kienehoef in uitstekende conditie. Iedere dag was er muziek en des avonds was een gedeelte van de baan verlicht, zodat zij, die overdag geen gelegenheid hadden om te schaatsen, ’s avonds hun hart nog konden ophalen.’ En aan het eind van dat jaar: ‘Koning Vorst regeert weer! De Rooijse IJsclub gaat haar activiteiten ontplooien door het houden van ijsfeesten en -wedstrijden gedurende de komende feestdagen.’
Voorlopig einde Rooise ijstijd en Rooijse IJsclub
In de jaren 1950 t/m 1956 werd er veel geschaatst op de Kienehoef en er werden allerlei wedstrijden gehouden voor de jeugd, vaak met medewerking van het onderwijzend personeel van de diverse scholen. Echter, na deze bloeiperiode die natuurlijk vooral ook te danken was aan de strenge winters met veel vorstdagen, kwam er, mede door een stagnerende samenwerking tussen club en gemeente van lieverlee een einde aan het voortbestaan van de Rooijse IJsclub. Er kwam een nieuw bestuur maar geen nieuw elan. De zachte winters en de stroeve samenwerking met de gemeente waren er debet aan dat het zo succesvolle ijsvermaak van de voorgaande jaren geen vervolg kreeg. De Rooijse IJsclub hield er mee op maar wanneer precies is nergens teruggevonden.
Driemaal is scheepsrecht of toch niet?
Na een lange ijsloze en ijsclubloze periode zorgden de Elfstedentochten van 1985 en 1986 ervoor dat er in Rooi weer stemmen opgingen voor de oprichting van de ‘IJsclub’, de derde Rooise ijsclub in de geschiedenis. Op 27 maart 1986 werd daartoe bij café Jan van den Bosch – in 1953 de laatst bekende Rooise schaatskampioen - een eerste bijeenkomst gehouden waarbij 33 potentiële leden zich aanmeldden.
Al in januari 1987 werd de naam van de ijsclub gewijzigd in: ; ‘Rooise ijsclub’. Op het hoogtepunt telde de club bijna 100 leden. Behalve het hardschaatsen in clubverband streefde de ijsclub er ook naar op de vijvers van de Kienehoef te zorgen voor ijsvermaak voor jong en oud. Helaas lukte dit laatste slechts één keer, namelijk in het jaar van de laatste Elfstedentocht in 1997. Toen organiseerde de ijsclub voor de jeugd een heuse ‘mini-elfstedentocht’ op de roeivijvers van de Kienehoef. Tijdens de ‘tocht’ moesten onderweg verschillende obstakels worden genomen om de felbegeerde medaille in ontvangst te kunnen nemen. Met maar liefst 675 deelnemers werd het een groot succes en met de door de Lokale Omroep Sint-Oedenrode opgenomen film met interviews van Wim Ooyen, een onvergetelijke herinnering. Verscheidene deelnemers van toen zullen de medaille na enig zoeken nog ergens terug kunnen vinden. In het archief van de ijsclub liggen er nog meer dan honderd, dus mocht je onverhoopt je medaille kwijt zijn en aannemelijk kunnen maken dat je succesvol(!) hebt meegedaan, neem dan contact op met Jan van Zutphen
De toekomst: vierde Rooise ijsclub of alleen softijs
Jammer genoeg kwam er vijf jaar na dat gedenkwaardige schaatsjaar vanwege ‘te weinig draagvlak voor een succesvolle voortzetting door het uitblijven van strenge winters’ al weer een einde aan het voortbestaan van de Rooise IJsclub. En of er ooit nog een vierde Rooise ijsclub komt zal waarschijnlijk vooral afhankelijk zijn van het klimaat. Misschien, als we allemaal ons best doen voor een noodzakelijke verandering om de opwarming van de aarde en daarmee ook van Rooi te stoppen, kunnen onze (klein)kinderen hopelijk weer genieten van ijspret al dan niet in een Rooise ijsclub. Zo niet dan zal het bij softijs en schepijs blijven! Wie het uitgebreide verhaal over de Rooise ijsclubs, met veel namen, strubbelingen met de gemeente, anekdotes, gekostumeerde ijsbals, Rooise schaatshelden zoals Toon en Gijs, andere Rooise Elfsteden- en Weissenseeschaatsers wil lezen moet Heemschild in de gaten houden. Daarin komt een uitgebreid en geïllustreerd verhaal over de Rooise ijsclubs.
Door: Heemkundige Kring ‘De Oude Vrijheid’, werkgroep geschiedenis
Contact: secretariaat@oudevrijheid.nl
Extra informatie op www.oudevrijheid.nl klik op ‘Publicaties’ en dan op Rooise Streken.


















