
Niet wegkijken is het minste wat ik nu kan doen
Column ColumnSint-Oedenrode - Ik scrol, ik kijk tv, ik huil soms.
Door: Wilma van Casteren
En dan voel ik me schuldig omdat ik weer verder ga met mijn dag.
In Gaza sterven kinderen. Ouders graven hun kinderen op met blote handen.
Ziekenhuizen zijn veranderd in massagraven.
Het is geen oorlog meer. Het is vernietiging, systematisch.
En de wereld kijkt toe, telt lichamen en besluit dan om ‘bezorgd’ te zijn.
Ik ben niet alleen ‘bezorgd’. Ik ben boos, verdrietig en bang.
Ik voel me vooral machteloos. Wat moet je doen, als je niets kunt doen.
Ik ben geen politicus, geen diplomaat. Ik bestuur geen drones of onderhandel niet over een wapenstilstand. In mijn werk zie en voel ik wel vaak het intense verdriet van nabestaanden.
Wat betreft de situatie in Gaza zit ik op een stoel, veilig en ver weg. Maar alles in mij zegt dat het niet oké is om wéér weg te kijken. Dat stil zijn een keuze is. Ik wil niet meer stil zijn. Dus schrijf ik dit. Omdat mijn onmacht en woede me dwingt om iets te doen. Spreken en niet meer wegkijken. Verandert dit de situatie in Gaza? Nee, maar elke druppel telt.
En dus kijk ik niet weg. Dat is het minste wat ik kan doen. Voor nu.
En daarom was ook ik een van de vele mensen die afgelopen woensdagavond op het Kerkplein een signaal hebben afgegeven. De minuut stilte was oorverdovend, de zang verbindend en de woorden van Mohammed Reza, vluchteling, woonachtig in Meierijstad, raakten iedereen: ‘Oorlog verbrandt niet alleen de aarde, ze verschroeit ook de ziel. En wie terugkomt uit de oorlog is nooit meer degene die vertrok. Zelfs niet als hij gewonnen heeft’ (Mohammed Reza).















