Hans Verbaarschot staat ook dit jaar weer op het podium van de Rooise klompenklets.
Hans Verbaarschot staat ook dit jaar weer op het podium van de Rooise klompenklets. Foto:

Papgat weer klaar voor Klompenklets

Carnaval Carnaval

Sint-Oedenrode - Lachen, gieren, brullen, dat is wat er op 23 november weer in De Beurs gebeurd. Zeven tonpraters bestijgen het podium en gaan weer een kostelijke avond verzorgen. Voor de 36e keer wordt het georganiseerd door De Narrekap. Hans Verbaarschot is al meerdere keren geweest en komt dit jaar met veel plezier weer opdagen.

Door: Freek Vervoort 

Voor de hoeveelste keer sta in je in de Rooise ton?
“Poeh, dat moet de vierde of vijfde keer zijn. Dat weet ik eigenlijk niet precies te vertellen, haha.”

Wat maakt de Rooise Klompenklets zo mooi? 
“Zal ik heel eerlijk zijn, haha? Dat je het publiek bij wijze van op hun kop kan tuffen. Ze zitten echt recht voor je neus. In andere zalen zit het publiek weleens een meter of vijftien weg. Hier kun je het publiek echt meeslepen in je verhaal. Zelf ben ik nogal een beeldende verteller. Als het publiek dichtbij zit komt mijn mimiek veel beter over, dus sleep je ze mee.”

Hoe ben je erbij gekomen om tonprater te worden? 
“Achttien jaar geleden heb ik mijn vader en moeder een plezier gedaan door een keer mee te gaan naar een tonpraatavond. Zij dachten dat ik dat wel leuk vond. Resultaat? Ik vond het geweldig!

Toen ze mij later bij de voetbalclub vroegen of ik een keer wat moppen wilde tappen zei ik: ‘Ach, dat kan ik toch helemaal niet?’ Zij dachten van wel. Dat bleek een goeie gok. Er kwamen optredens van en steeds meer. Nu heb ik er mijn werk van kunnen maken. Dat is toch geweldig!”

Waar haal je de inspiratie voor je buuts vandaan?
“Dat is eigenlijk heel verschillend. Ooit heb ik één grap in gedachte en bouw ik er een typetje omheen. Een andere keer is het precies andersom. Dit jaar tour ik rond met een totaal nieuw typetje. Daar heb ik drie jaar aan gesleuteld en klopt nu helemaal. Het is iets wat iedereen wel zal aanspreken denk ik zo. Letterlijk een vet typetje!”

Hoe ben je in de Rooise ton terecht gekomen?
“Zoals alle andere praters denk ik. Bert en Mien Termeer. Die gingen altijd overal kijken en scouten. Ze hebben mij toen gezien op de Brabantse kampioenschappen en geboekt. De eerste keer dat ik optrad in Rooi werd er in jullie krant geschreven dat ik situaties schilderden als Van Gogh. Toen was ik meteen om dat ik graag in Rooi sta.”

Wat is de charme van een tonpraatavond? 
“Als tonprater vergeet je zelf even alles om je heen. Het is gewoon een groot feest en geweldig om te doen. In de dorpjes is het allemaal ons kent ons en daar kun je ook nog gebruik van maken.”

Is er verschil met vroeger?
“Ja. Humor veranderd. Vroeger kon en mocht meer. Nu moet je toch ooit opletten waarover je grappen maakt. Wel denk ik dat het niveau gestegen is met de jaren.”

Het is duidelijk. Hans heeft er wederom zin in. Traditiegetrouw heeft het Rooise publiek dat ook. Het belooft dan ook weer een enorm grappige avond te worden.