
Onderzoek zedenzaak: verdachte bekent bezit pornografisch materiaal
112Den Bosch - Het onderzoek in de strafzaak tegen de 44-jarige man uit Sint-Oedenrode is afgerond. Dat bleek dinsdag tijdens een pro-forma-zitting bij de rechtbank Oost-Brabant. De zaak zal op 11 mei inhoudelijk worden behandeld door een andere kamer van de rechtbank. Tot die tijd blijft de verdachte in voorlopige hechtenis.
De man werd op 28 oktober aangehouden terwijl hij op het darkweb kinderpornografisch materiaal aan het bekijken was. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is in de afgelopen maanden “ontzettend veel werk verzet” door politie en justitie. In totaal zijn op twaalf verschillende gegevensdragers, waaronder usb-sticks, bestanden aangetroffen. Volgens het OM gaat het om ongeveer 100.000 afbeeldingen en 300 video’s. De verdachte wordt beschuldigd van het gewoonte maken van het verwerven, verschaffen en toegang verkrijgen tot kinderpornografisch materiaal in de periode van 2021 tot 2025. De verdachte is meerdere keren verhoord en heeft bekend dat hij het materiaal in bezit had. Tijdens de zitting plaatste zijn raadsman vraagtekens bij de manier waarop het exacte aantal afbeeldingen is vastgesteld. Het dossier is inmiddels een zogenoemd einddossier. Ook het psychologisch onderzoek is afgerond. Volgens de deskundige is sprake van twee stoornissen: een pedofiele stoornis en een persoonlijkheidsstoornis met dwangmatige trekken. Behandeling wordt geadviseerd.
De psycholoog schatte het risico op herhaling laag in, maar benadrukte dat die conclusie genuanceerd moet worden bekeken. Volgens de rechtbank was dat een belangrijk punt in de beoordeling om de verdachte vrij te laten voor de behandeling van de zaak op 11 mei. De rechter noemde het een “lastige beslissing” en gaf aan dat de rechtbank tijd nodig had om de rapportage zorgvuldig te bespreken. Volgens de rechtbank is behandeling noodzakelijk, maar moet ook duidelijk zijn onder welke voorwaarden en in welke situatie die behandeling plaatsvindt. Op dit moment is er volgens de rechtbank onvoldoende zicht op concrete voorwaarden en begeleiding om de voorlopige hechtenis te kunnen schorsen. Alleen de wil van de verdachte om te stoppen is volgens de rechter niet voldoende. Er is professionele begeleiding nodig, onder meer via de reclassering, die eerst met een rapport moet komen. De verdediging verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis. De advocaat stelde dat zijn cliënt bereid is zich aan strikte voorwaarden te houden, waaronder een meldplicht bij de reclassering en controle van digitale apparatuur. De verdachte zelf gaf tijdens de zitting aan hulp belangrijk te vinden. “Eenmalige detentie is genoeg voor mij,” zei hij. “Ik wil dit zeker niet nog een keer.” Het OM verzette zich tegen schorsing. Volgens justitie moet de ernst van de verdenking en het belang van de bescherming van de samenleving zwaarder wegen dan het persoonlijke belang van de verdachte om zaken te regelen rond werk en huisvesting. Het OM stelde dat begeleiding rond huisvesting via de reclassering moet worden opgepakt en dat terugkeer naar zijn woning zonder uitgewerkte voorwaarden een risico kan vormen. De rechtbank volgde dat standpunt. Het persoonlijke belang van de verdachte weegt volgens de rechter op dit moment onvoldoende op tegen het belang van de bescherming van de samenleving. De voorlopige hechtenis blijft daarom voortduren.
Tijdens de zitting kwam ook de situatie rond zijn werk ter sprake. De verdachte is nog niet formeel ontslagen, maar zijn loondoorbetaling is stopgezet. Volgens hem is er contact geweest met de gemeente over financiële zaken en zal bij vrijlating een gesprek plaatsvinden over zijn toekomst. De zaak wordt op 11 mei inhoudelijk behandeld door een andere kamer van de rechtbank. Dan zal een andere rechter zich buigen over de strafzaak zelf en zal ook worden ingegaan op de inhoud van het dossier.















